Ruigoord
Ruigoord

‘Zou het niet mooi zijn als Tata Steel besluit zichzelf op te heffen’

Het klinkt heel tegenstrijdig: natuurgebieden die moeten wijken voor initiatieven om de natuur te beschermen. Toch is dat precies wat er gebeurt om de groene droom van een circulaire economie zonder afval te verwezenlijken. Een onhaalbare droom, illustreert filosoof Lisa Doeland in haar proefschrift. ‘We kunnen beter oog hebben voor wat we kapotmaken in naam van de circulaire logica.’

Op fietsafstand van Lisa Doelands woonplaats Amsterdam bevindt zich het dorpje Ruigoord, waar kunstenaars en vrijdenkers begin jaren zeventig neerstreken en de bewoners zich ruim vijftig jaar later nog altijd verzetten tegen de industrialisatie van het gebied. ‘Je kunt Ruigoord gerust vergelijken met dat ene Gallische dorpje dat zich dapper verzet tegen de Romeinen’, stelt Doeland. ‘Het groene gehucht wordt nagenoeg geheel omringd door geïndustrialiseerd gebied. Er wordt ook al jaren gestreden om te voorkomen dat de nabijgelegen Lutkemeerpolder, het laatste stukje vruchtbare grond, ook met distributiecentra wordt bebouwd’  

Rondom Ruigoord krijgt de energietransitie vorm, legt Doeland uit. ‘Van duurzame olie-opslag tot waterstofterminals: er wordt van alles opgetuigd om tot een circulaire economie zonder afval te komen. Natuurgebieden die hiervoor moeten wijken, zijn een noodzakelijk offer om die groene droom te verwezenlijken.’

Lisa Doeland

Onverteerbaar plastic

Maar, zo benadrukt Doeland, het is niet voor niets een droom. ‘Een perfect sluitende kringloop bestaat niet. Er zijn altijd restjes en de vraag is: zijn die verteerbaar? Modern afval hoopt zich op: op het land, in de zee en in de lucht.’ Doeland noemt plastic dé belichaming van de onverteerbaarheid van afval. 

‘Er bestaan enkele micro-organismen die plastic kunnen verteren, maar door de bank genomen is plastic behoorlijk onverteerbaar en blijven er grote stukken achter in dieren als dolfijnen, orka’s en vogels.’ Doeland wijst op de film Albatross (2017) van de Amerikaanse kunstenaar Chris Jordan. ‘Hij filmde albatroskuikens in het broedseizoen, een periode die veel kuikens niet overleven. Waar de veren en botten van de dode albatrossen al vergaan, blijft het plastic waar ooit de maag was als laatste achter.’

Waar Doeland aan het begin van haar promotieonderzoek vooral aandacht had voor grote stukken plastic, keerde ze zich later naar binnen. ‘Toen ik zwanger was van mijn zoon, werd ik me bewuster van de effecten van PFAS en microplastics. Er zijn al best wat studies die het verband tussen microplastics en onvruchtbaarheid bij mannen aantonen. Het idee dat wat ik at, dronk en ademde mogelijk al zijn onvruchtbaarheid zou vastleggen achtervolgde me.’

Het afvalspook achtervolgt ons

Doordat het er wel is, maar je het vaak niet of nauwelijks kan waarnemen, spreekt Doeland, voortbouwend op de spokologie van de Franse filosoof Jacques Derrida, van een afvalspook. Derrida publiceerde in 1993 het werk Specters of Marx als reactie op The End of History and the Last Man (1992) van politicoloog Francis Fukuyama. Fukuyama stelde dat met de val van de Berlijnse muur het marxisme had afgedaan, de westerse liberale democratie de enige overgebleven bestuursvorm was en daarmee het eind van de geschiedenis van ideologische vooruitgang was aangebroken.

‘Fukuyama probeerde het marxisme op te roepen en uit te bannen, maar Derrida legde uit dat het zo niet werkt en dat het marxistische verleden nog op allerlei manieren doorwerkte in het heden. Vandaar dat die vergelijking met spoken zo treffend is. Spoken staan symbool voor unfinished business, iets uit het verleden dat niet helemaal lekker zit.’ Zoals dat begin jaren negentig voor het marxisme gold, geldt dat ook voor afval, legt Doeland uit. 

Diezelfde Marx heeft met zijn kapitalismekritiek ook bijgedragen aan het denken van Doeland. ‘Ons denken is ervan doordrongen dat de wereld bestaat uit grondstoffen die je kan toe-eigenen en productief maken.’ Deze instelling bestaat in ieder geval al sinds de kolonisatie van de Amerika’s, door filosoof John Locke ooit een wasteland genoemd dat erop wachtte gecultiveerd te worden. ‘Dat zie je nog altijd: is er een berg waar je kan wandelen en waar geitjes grazen, dan zien we liever de potentiële grondstoffen en besluiten we toch maar alle mineralen eruit te graven.’

Die houding heeft van het kapitalisme een verteringsmachine gemaakt, stelt Doeland. ‘Een veelvraat die steeds grotere delen van de wereld opslokt en in de vorm van onverteerbaar afval weer afscheidt.’ En hoe mooi een zero waste-economie ook klinkt, die logica blijft de kapitalistische opslokker voeden.

Goed te eten?

‘Het kapitalisme is heel goed in het internaliseren van kritiek op het systeem. Iedere multinational heeft inmiddels duurzaamheidsafdelingen die moeten bijdragen aan de energietransitie, maar zoiets als een transitie bestaat helemaal niet, zo illustreert de Franse historicus Jean-Baptiste Fressoz. Er is slechts een stapeling van energiebronnen die elkaar nodig hebben om te kunnen functioneren. De transitie klinkt als een alternatief, maar het is nog steeds onderdeel van een systeem dat bergen afgraaft voor grondstoffen.’

Volgens Doeland kunnen we meer met een digestieve logica waarbij we stilstaan bij hoe onze omgeving expres en per ongeluk bij ons binnenkomt en in hoeverre dat nog een beetje goed te eten geeft. ‘Dat betekent in ieder geval dat we die wereldopslokker niet moeten voeden, maar juist in toom houden. Het zou toch mooi zijn als iemand bij, zeg, Tata Steel mijn proefschrift leest en denkt: dit kan zo niet langer, we vergiftigen de directe omgeving hier met onze uitstoot en de rest van het land met onze “staalslakken” – gewoon afval natuurlijk – door ze als grondstof te verkopen, we doeken onszelf op.’ Lachend: wat dat betreft mag een mens wél dromen!’

Foto: Kunstenaarsdorp Ruigoord in 2017. Bron: Alf van Beem via Wikimedia Commons

Contactinformatie

Thema
Duurzaamheid, Filosofie, Samenleving