Aanleiding
Binnen de bachelor Pedagogische Wetenschappen wordt een aantal cursussen vormgegeven volgens het principe van probleemgestuurd onderwijs. Hoewel dat veel positieve reacties van studenten oplevert, geven zij ook aan soms te weinig diepgang in de werkgroepen te ervaren. Op welke wijze zou die diepgang kunnen worden aangebracht?
Met probleemgestuurd onderwijs werken studenten in kleine groepen aan realistische taken die ze samen aan de hand van literatuur nabespreken. Het bestuderen van die literatuur vindt plaats in zelfstudietijd. Het doel van deze opzet is dat studenten samen onderlinge connecties tussen literatuur en begrippen leggen en van elkaar kunnen leren.
Gewenste oplossing
Toch blijkt dat het begrijpen en integreren van bronnen, het leggen van relaties tussen principes en concepten, alsook het toepassen van literatuur op de initiële taak beter kan. Aangezien de voorbereiding hiervoor op individuele basis plaatsvindt, zou het dus lonen om te onderzoeken welke aspecten aan die zelfstudie veranderd of verbeterd kunnen worden. Zo zouden studenten tijdens de bespreking van de literatuur in de werkgroepen meer de diepte in kunnen gaan.
In dit voucherproject onderzoeken Marianne van den Hurk en Noortje Janssen op welke wijze studenten de literatuur voorbereiden, hoe gemotiveerd zij zijn en wat vervolgens het niveau van de nabespreking is. Op basis hiervan kan worden bepaald welke methoden nuttig zijn om een kritische nabespreking van de literatuur verder te stimuleren.
Plan van aanpak
In hun onderzoek wil het onderzoeksteam aan de hand van vragenlijsten en diepte-interviews achterhalen hoe studenten op individuele basis literatuur voorbereiden. Daarnaast worden de nabesprekingen in de werkgroepen op groepsniveau kritisch geëvalueerd door middel van audio opnames, die aan de hand van verschillende taxonomieën, zoals die van Bloom, worden geanalyseerd. Deze gegevens vormen de basis waarop een nieuw design voor de invulling van de nabesprekingen in college kan worden gemaakt.
Resultaten
Het team heeft in hun onderzoek audio opnames van werkgroepen gemaakt en geanalyseerd en vragenlijsten over zelfstudieactiviteiten afgenomen. Op basis van de analyse van de opnames zijn maatregelen bedacht die moeten zorgen voor het creëren van diepgang in de gesprekken tussen studenten tijdens werkgroepen. Er zijn drie structuurmaatregelen geïmplementeerd:
- Het meegeven van steekwoorden voor het zoeken en bestuderen van artikelen.
- Het toewijzen van taken binnen de werkgroep (zoals een voorzitter en het verdelen van de leerdoelen).
- Het opdelen van de studenten binnen de werkgroep in kleinere groepjes.
Na het implementeren van deze maatregelen werden opnieuw audio opnames gemaakt. Hieruit bleek dat er na de invoering van de maatregelen meer leergerichte interacties plaatsvonden en dat studenten minder tijd besteedden aan organisatorische zaken zoals tijdsbewaking. Met andere woorden, studenten gingen meer met elkaar in gesprek over de inhoud dan over het proces. Toen dieper werd ingezoomd op de interacties tussen studenten kwam echter naar voren dat studenten minder vragen aan elkaar stelden en ze vooral bezig waren met het uitleggen van de literatuur, doordat ze zich strak aan hun taak hielden.
Een belangrijke les uit het project is dat kleine aanpassingen een groot verschil kunnen maken. Marianne van den Hurk:
Met een paar kleine maatregelen zie je al dat procedurele interacties afnemen en leergerichte gesprekken toenemen. Dat is veelbelovend.
Ook masterstudenten Onderwijswetenschappen Daphne en Evi droegen bij aan dit project. Daphne onderzocht hoeveel tijd studenten kwijt zijn aan het zoeken en bestuderen van literatuur. Zij concludeerde dat de nieuwe structuur studenten helpt om gerichter te zoeken waardoor zij daar minder tijd aan kwijt zijn. De zelfstudietijd verschilde enorm tussen studenten.
Evi keek naar het verband tussen zelfstudietijd en de kwaliteit van gesprekken van studenten in de werkgroep. Opvallend was dat meer studietijd niet automatisch leidde tot diepgaandere gesprekken. Een verklaring hiervoor is dat het vooral van belang is hoe de studietijd wordt besteed. Student projectleden Daphne en Evi:
De cirkel is rond. In dit project staan docenten voor de klas én doen ze onderzoek. Als docent is het belangrijk om te blijven kijken hoe het beter kan. Dit project laat zien dat je je eigen lessen kan verbeteren door deze te onderzoeken.