Wie was te vertrouwen in een zeer ongelijke, kosmopolitische samenleving? Dit project kijkt verder dan de koloniale papieren realiteit en reconstrueert sociale netwerken van onderaf in de 18e-eeuwse Kaapkolonie en hoe deze werden uitgevoerd ten opzichte van formele instellingen.
“Een vriend aan het hof is beter dan een cent in de portemonnee” was een veelgebruikt spreekwoord in de vroegmoderne periode. Maar waar vonden mensen met een kleine beurs betrouwbare vrienden die voor hen instonden in tijden van nood? Welke rol speelden geslacht, religie of verwantschap bij het opzetten van ondersteuningsnetwerken in zeer asymmetrische koloniale samenlevingen? En hoe zetten de inwoners deze vertrouwensbanden strategisch in voor rechtbanken, kerkenraden en notarissen? Door de rollen, interacties en in-/uitsluiting van getuigen in rechtbank-, kerk- en kredietregisters van de Nederlandse Kaapkolonie onder de loep te nemen, wil Economies of Trust de sociale banden identificeren die de samenleving van onderaf vormgaven en hoe deze werden ingezet tegenover koloniale instellingen. Uiteindelijk zullen we bepalen of en hoe deze horizontale systemen van ondersteuning kruisden met de verticale sociale categorisaties die door de koloniale wetgeving werden gepropageerd.
Persoonlijke verklaringen van vertrouwen
In plaats van de koloniale samenleving uitsluitend door de lens van institutionele structuren te bekijken, richt het project zich op de geleefde praktijken van het scheppen van vertrouwen: getuigenverklaringen, bekrachtigingen van doopaanvragen en interpersoonlijke kredietrelaties. Het stelt de vraag hoe sociale banden functioneerden in een samenleving waar formele gelijkheid ontbrak maar wederzijdse afhankelijkheid vaak noodzakelijk was. Het onderzoek besteedt speciale aandacht aan de manieren waarop individuen zichzelf strategisch positioneerden binnen zowel informele netwerken als formele instellingen, waarbij ze onderhandelden over loyaliteit, geloofwaardigheid en toegang tot de rechtspraak.
Internationale samenwerking
Dit project combineert de praktijkexpertise in koloniale levensloopanalyse van de Radboudgroep voor Familiegeschiedenis (Nijmegen) met de staat van dienst van het Centrum voor Slavernij- en Afhankelijkheidsstudies in Bonn in het onderzoek naar sterke asymmetrische afhankelijkheden die slavernij omvatten, maar daar niet toe beperkt zijn, en de academische reputatie van de Universiteit Gent in het bestuderen van sociale relaties en structurele ongelijkheden op de lange termijn. Het kernteam bestaat uit Dries Lyna, Eva Marie Lehner en Wouter Ryckbosch en drie postdocs, ondersteund door lokale student-assistenten in Kaapstad.
Voorbij vastegroeste perspectieven
Dit project is zowel zeer relevant als actueel. Het verdiept niet alleen ons begrip van de koloniale geschiedenis - zowel binnen Europa als Zuid-Afrika - maar belicht ook hoe bureaucratische classificaties de maatschappelijke structuren in deze regio's hebben gevormd. Op een moment dat publieke debatten in zowel Zuid-Afrika als Europa steeds meer gericht zijn op starre raciale identiteiten, heeft dit project, dat vaststelt wat mensen in het verleden verbond in plaats van verdeelde, de potentie om kritisch om te gaan met deze verhalen in het heden. De inzichten van dit project kunnen een genuanceerder gesprek over identiteit bevorderen, voorbij vastgeroeste perspectieven.