Jongens halen in het algemeen lagere cijfers op school, blijven vaker zitten, worden vaker geschorst, zijn ondervertegenwoordigd in het hoger onderwijs (HBO/universiteit) en verlaten school vaker zonder diploma (Onderwijsraad, 2020). In het project Prestaties, Anti-academische houdingen, Studiegedrag en Schoolcultuur (PASS) wordt onderzocht of de studiecultuur onder leeftijdsgenoten een verklaring biedt voor het onderpresteren van jongens ten opzichte van meiden.
Interactie met klasgenoten en vrienden op school speelt een cruciale rol in de sociale en emotionele ontwikkeling van leerlingen. Vooral in de puberteit is het belangrijk om je aan te passen aan groepsnormen om erbij te horen en afwijzing te voorkomen. Het contact met leeftijdsgenoten beïnvloedt daarmee het gedrag van leerlingen en dit gedrag bepaalt deels hun schoolprestaties. Waar ouders en docenten over het algemeen een pro-academische houding stimuleren, kan dat juist weer worden tegengewerkt door een heersende anti-academische groepsnorm in de klas of op school. Deze normen lijken sterker te zijn bij jongens dan bij meiden. PASS onderzoekt of dat zo is, en hoe het de houdingen, gedrag en prestaties van Nederlandse leerlingen op de middelbare school beïnvloedt.
Ter beantwoording van de onderzoeksvragen wordt er surveydata verzameld onder zestienjarige leerlingen op het vmbo, havo en vwo. Deze data worden vervolgens gelinkt aan CBS-registerdata en longitudinale informatie over studentprestaties die door de school zelf zijn geregistreerd. Aangezien verschillen in schoolprestaties het meest zichtbaar zijn onder leerlingen met een kwetsbare sociaaleconomische positie, een niet-Westerse achtergrond en in scholen met een groter aandeel jongens ten opzichte van meiden, wordt er speciale aandacht besteed aan deze groepen leerlingen en scholen.