Mantelzorg vrouw met een klok
Mantelzorg vrouw met een klok

Gevolgen van mantelzorg voor werk op lange termijn

Een levensloopperspectief
Tijdsduur
1 september 2019 tot 31 juli 2024
Projecttype
Onderzoek

Theoretische achtergrond

De levensverwachting stijgt, de bevolking vergrijst en meer mensen hebben langdurige ziekten. Onze samenleving wordt dus geconfronteerd met een toenemende behoefte aan zorg, terwijl de budgetten en zorgverleners beperkt zijn. Als antwoord op deze maatschappelijke uitdaging legt de Nederlandse overheid steeds meer nadruk op informele zorg. Dit is zorg die wordt verleend door familieleden, vrienden of buren aan mensen die hulp nodig hebben vanwege gezondheidsproblemen en omvat huishoudelijke hulp, persoonlijke en verpleegkundige zorg en emotionele en praktische ondersteuning. Een belangrijke maatschappelijke vraag is of de toegenomen vraag naar informele zorg duurzaam is en niet conflicteert met de grotere vraag naar arbeid. Daarvoor moeten we de volledige impact - inclusief langetermijneffecten - van informele zorgverlening op de arbeidsloopbaan van zorgverleners begrijpen. Bovendien moeten we begrijpen of deze gevolgen afhangen van de levensfase van de verzorger. Traditioneel werd mantelzorg vooral verricht door vrouwen in de late volwassenheid. De toenemende nadruk op informele zorg leidt waarschijnlijk tot meer variatie in de timing van mantelzorg gedurende de levensloop, aangezien 'iedereen' vroeg of laat mantelzorger wordt, ook in de jongvolwassenheid of in de fase van jong ouderschap.

Onderzoek heeft tot nu toe geen consensus bereikt over de impact van mantelzorg op de werkgelegenheidsresultaten, en de gevolgen voor de werkgelegenheid op lange termijn zijn grotendeels over het hoofd gezien. De rolbelastingstheorie voorspelt dat de combinatie van mantelzorg met betaald werk leidt tot tijdsconflicten en overbelasting. Het is mogelijk dat informele zorgverleners hun betaalde werk verminderen om hun informele zorgtaak te kunnen vervullen. De theorie van rolverbetering daarentegen stelt dat het combineren van rollen voordelig is, omdat vaardigheden die in de ene rol zijn ontwikkeld, de prestaties in een andere rol kunnen verbeteren, of omdat de ene rol een ontsnapping kan zijn aan de spanning in een andere rol. Vanwege het cumulatieve karakter van loopbanen kan de invloed van mantelzorg op de werkgelegenheid langetermijngevolgen hebben, zelfs lang nadat de mantelzorg is beëindigd. De eerste onderzoeksvraag gaat na in hoeverre mantelzorg langdurige gevolgen heeft voor de arbeidsloopbaan van de mantelzorger.

Ook ontbreken vergelijkingen van de werkgelegenheidsgevolgen van mantelzorg tussen levensfasen van mantelzorgers. Accumulatie voorspelt dat de effecten van mantelzorg op de arbeidsloopbaan het sterkst zijn als mantelzorg in een vroege carrièrefase plaatsvindt. Daarnaast kan worden gesteld dat rolconflicten het grootst zijn voor mantelzorgers in de jong-gezinsfase, omdat zij een "driedubbele last" dragen: werk, mantelzorg en de zorg voor jonge kinderen. In latere levensfasen kan rolconflict als gevolg van mantelzorg de beslissing om vervroegd met pensioen te gaan versterken. De tweede onderzoeksvraag is of de werkgelegenheidsresultaten op lange termijn van informele zorg afhankelijk zijn van de levensfase van de mantelzorger.

Onderzoeksopzet

De analyse is gebaseerd op unieke retrospectieve gegevens die speciaal voor dit project zijn verzameld binnen het LISS panel: we registreren aan wie, wanneer en hoe lang respondenten ooit mantelzorg hebben verleend, zodat complete mantelzorgcarrières kunnen worden gereconstrueerd. Of en hoe eerdere mantelzorg van invloed is op de werkgelegenheidsuitkomsten later in het leven (zowel in termen van arbeidsmarktparticipatie als succes), evenals de verschillen daarin tussen levensfasen, zal worden beoordeeld met event history- en panelmodellen.

Financiering

Deze studie maakt deel uit van het onderzoeksprogramma Sustainable Cooperation - Roadmaps to Resilient Societies (SCOOP). Dit werk werd ondersteund door de Nederlandse Onderzoeksraad [subsidienummer 015.013.049 en subsidienummer 024.003.025] en deels gefinancierd door de Open Data Infrastructuur voor Sociale Wetenschap en Economische Innovaties (ODISSEI) in Nederland (https://www.odissei-data.nl).

Partners

Contactinformatie

Contactpersoon