Medisch onderzoek was lange tijd vooral op mannen gericht. Daardoor is de kennis over verschillen tussen mannen, vrouwen en genderdiverse personen in ziektebeelden en zorgervaringen nog steeds beperkt. Klachten die niet passen binnen het standaardmodel worden minder snel herkend, vaker als ‘atypisch’ beschouwd en soms onvoldoende behandeld.
In de cardiologie werd het tekort aan aandacht voor de harten van vrouwen zichtbaar gemaakt met de term ‘het vrouwenhart’. Een strategische en symbolische term die zowel maatschappelijk als wetenschappelijk meer aandacht voor de harten van vrouwen op de kaart heeft gezet. Dit zorgde voor bewustwording, stimuleerde meer onderzoek naar hart- en vaatziekten bij vrouwen en leidde tot verbeteringen in de zorg.
Tegelijkertijd leidt het gebruik van dit soort termen tot de vraag: wat gebeurt er wanneer identiteiten en biologie, tijdelijk of niet, in taal worden vastgezet? De Indiase denker Gayatri Chakravorty Spivak beschreef dit als strategisch essentialisme: het tijdelijk vereenvoudigen van complexe verschillen tot één duidelijke categorie om aandacht en politieke kracht te mobiliseren. Zo’n strategie kan effectief zijn, maar alleen zolang ze bewust en tijdelijk blijft. Zodra de strategie haar provisorische karakter verliest en identiteiten vaste betekenis krijgen (“een vrouwenhart”), raken onderliggende verschillen en nuances buiten beeld en ontstaan nieuwe vormen van uitsluiting. Spivak uitte twijfels bij haar eigen concept: is het wel haalbaar om deze spanning vast te houden?
In dit interdisciplinaire project, waarin geneeskunde, gender studies en beeldende kunst samenkomen, gebruiken we ‘het vrouwenhart’ als herkenbaar voorbeeld om deze spanning zichtbaar te maken. Samen met een professionele illustrator is een educatieve poster ontworpen die zowel de aantrekkingkracht als de beperkingen van strategisch essentialisme in de (mannen- en) vrouwengezondheidszorg illustreert.
Het doel van de poster is om onderzoekers, artsen, patienten en studenten te informeren, aan het denken te zetten en het gesprek te openen over hoe we in medisch onderzoek en in de gezondheidszorg omgaan met categorieën. Wat maken ze zichtbaar? Wat laten ze buiten beeld? En hoe kunnen we in onderzoek en zorg hier het beste mee omgaan?