Meedoen aan dit onderzoek?
Ben je ook zo nieuwsgierig naar hoe cognitie en het leren van een nieuwe taal samenwerken? Doe mee aan ons onderzoek en help ons dit te begrijpen! Kijk op onze website om te zien of we deelnemers werven!
Ben je ook zo nieuwsgierig naar hoe cognitie en het leren van een nieuwe taal samenwerken? Doe mee aan ons onderzoek en help ons dit te begrijpen! Kijk op onze website om te zien of we deelnemers werven!
Het leren van een tweede taal (L2) na de kindertijd is een uitdaging, en taalleerders verschillen niet alleen in hoe goed ze deze uitdaging aangaan, maar vermoedelijk ook in hoe ze dat doen. Zo is een kleine minderheid van getalenteerde individuen in staat om een bijna-moedertaalachtig accent in een L2 te verwerven, terwijl het fonetische repertoire normaliter in de eerste levensjaren aan de moedertaal wordt toegeschreven. Het lijkt er dus op dat deze taalleerders over een andere wijze van fonetisch leren beschikken. Daarnaast lijken verschillende leersituaties, bijvoorbeeld het leren van een taal in de klas vergeleken met het leren door onderdompeling, diverse verwervingsmechanismen te betrekken. Wij weten echter vrijwel niets over dergelijke kwalitatieve verschillen bij het leren van een L2.
Onderzoek naar het geheugen biedt daarentegen een aantal dual-route- of dual-system-verklaringen die verschillende manieren beschrijven waarop onze hersenen informatie opslaan en onthouden. Dit project wil dergelijke theorieën en methoden uit het geheugenonderzoek gebruiken om de hypothese te onderzoeken dat er verschillende alternatieve routes zijn voor het leren van een L2, en dat zowel individuen als verschillende situaties verschillend zijn wat betreft de voorkeur voor een bepaalde route. Zowel het leren van nieuwe woorden, uitspraak als grammatica in een L2 wordt onderzocht, waarbij wordt beoordeeld in hoeverre taaldomeinen verschillen wat betreft de variabiliteit van leermethoden.
Aangezien de onderzoeksgebieden van tweede taalverwerving (hoe we een nieuwe taal leren) en van het geheugen (hoe we in het algemeen iets leren) tot dusver volkomen verschillende paden hebben bewandeld, is dit project de eerste in zijn soort. Dankzij de Consolidator Beurs van de Europese Onderzoeksraad (ERC) kan dit onderwerp vanuit drie invalshoeken worden bestudeerd, die elk een afzonderlijk project vormen:
Dit project richt zich op het leren van woorden in een tweede taal, de invloed van voorkennis (schema's) en van instructie. Onderzoek naar de neurocognitie van het geheugen heeft aangetoond dat het leren van informatie die nauw aansluit bij kennis die we al eerder opgedaan hebben, semantische herinneringen kan creëren die minder afhankelijk zijn van de hippocampus, ofwel het episodische geheugensysteem, dan volledig nieuwe en ‘niet-gerelateerde’ informatie. Het doel van dit onderzoek is om deze bevindingen toe te passen op het leren van nieuwe woorden, waarbij wordt onderzocht of woorden die overeenkomen met de voorkennis van een taalleerder (bijvoorbeeld cognaten: woorden die vergelijkbaar zijn met woorden in de eerste taal) anders worden geleerd en met minder betrokkenheid van het episodisch geheugen dan woorden die niet lijken op wat de taalleerder al kent. Om dit te onderzoeken, observeren wij zowel neurale kenmerken als gedragskenmerken van het episodisch geheugen.
Dit project richt zich op het leren van een tweede taal, het declaratieve versus episodische geheugen, het brongeheugen en itemgeheugen, en corticale herstel.
Meestal kan men het verschil tussen een moedertaalspreker en een niet-moedertaalspreker horen aan hun accent. Sommige mensen zijn echter in staat om een bijna-moedertaalachtige uitspraak te produceren in een tweede taal die ze na hun kindertijd hebben geleerd (ook wel ‘uitspraaktalenten’ genoemd). Dit project onderzoekt of uitspraaktalenten andere fonetische geheugenprocessen vertonen door de cognitieve profielen van uitspraaktalenten (SP's) en ‘gewone’ uitsprekers (RP's) vast te stellen en met elkaar te vergelijken. Wij onderzoeken de nieuwe hypothese dat SP's sterkere en langdurigere episodische geheugensporen van L2-klanken hebben, waardoor zij deze nauwkeurig kunnen imiteren. Om deze hypothese te onderzoeken, maken we gebruik van gedragsmetingen. Nadien zullen de neurale patronen van de verschillen tussen SP's en RP's worden onderzocht.
Dit project richt zich op het leren van grammatica in een tweede taal, individuele verschillen en verschillende soorten taalleerders. Dit project onderzoekt kwalitatieve individuele en situationele verschillen in de manier waarop volwassenen een nieuwe grammatica leren, oftewel of er verschillende ‘leertypes’ bestaan. Het belangrijkste doel is om onderscheid te maken tussen twee hypothetische strategieën voor het leren en verwerken van grammatica. Deze staan bekend als ‘regelgebaseerde’ (RB) en ‘op gelijkenis gebaseerde’ (SB) strategieën. Bij een RB-strategie verwerven en onthouden individuen een abstracte ‘regel’ die ze raadplegen wanneer ze correcte uitingen formuleren. Individuen met een SB-strategie daarentegen raadplegen eerdere (correcte) voorbeelden die ze zijn tegengekomen en de overeenkomst daarvan met het huidige exemplaar om correcte uitingen te formuleren. Daarnaast zijn wij geïnteresseerd in de invloed van de instructiecontext op het verwerven van dit soort regels. Wij hopen dat dit project ons inzicht in de kwalitatieve verschillen in het leren van grammatica zal vergroten.
Meer informatie of vragen? Neem contact op met Kristin Lemhöfer.