Onderzoeksproject icoon
Onderzoeksproject icoon

Naar een volgende generatie digitale interventies om de vatbaarheid van adolescenten voor online desinformatie aan te pakken

Achtergrond

Brede acceptatie van desinformatie heeft geleid tot de notie van een "post-truth" wereld waarin persoonlijke overtuigingen en een beroep op emotie meer invloed hebben op de publieke opinie dan objectieve feiten. Adolescenten kunnen bijzonder gevoelig zijn voor online desinformatie vanwege a) de verspreiding ervan via sociale media, b) de overtuigende aard van informatie via video waaraan ze de voorkeur geven en c) het feit dat ze relatief slecht in staat zijn om betrouwbare van onbetrouwbare informatie te onderscheiden. Deze leeftijdsgroep verdient ook speciale aandacht omdat ze zich in een cruciale ontwikkelingsfase bevinden waarin levenslange gewoonten van nieuwsgaring worden gevormd.

Psychologische inenting

De psychologische inentingstheorie maakt een analogie met biologische inenting. Net zoals medische vaccins weerstand bieden tegen infecties door blootstelling aan verzwakte stammen van ziekteverwekkers die een immuunrespons stimuleren om antilichamen te produceren die de ziekte bestrijden, biedt psychologische inoculatie weerstand tegen overtuigingskracht door blootstelling aan een verzwakte boodschap die verkeerde informatie bevat en die een cognitieve respons stimuleert om tegenargumenten te produceren die de boodschap aanvallen. Hedendaagse inentingsinterventies zijn op digitale technieken gebaseerde inentingsinterventies tegen desinformatie (DTIIMs).

DTIIMs

DTIIMs zijn video's en browser-gebaseerde spellen die als doel hebben om de vatbaarheid voor verkeerde informatie te verminderen door in te enten tegen persuasieve technieken die gebruikelijk zijn bij verkeerde informatieve communicatie. DTIIMs zijn veelbelovend als leuke, boeiende interventies die aansluiten bij de behoeften van adolescenten. Er is echter een levendige discussie in het veld over de effectiviteit van DTIIMs, en gerelateerd daaraan, welke methodologische en statistische technieken moeten worden gebruikt om ze te testen. Bovendien zijn de mechanismen waarvan wordt verondersteld dat ze werken nog bijna volledig onontdekt.

Wetenschappelijke relevantie

Dit project zal eerst de bevindingen voor de effecten van DTIIMs (Fase A) ophelderen. Een specifiek aandachtsgebied voor studie 1, een systematische review, is de sterkte van de logische verbanden tussen tests en het theoretische kader waaruit hypotheses worden afgeleid. Een ander gebied betreft de behandeling van test-item effecten en, daarmee samenhangend, de manieren waarop de gevoeligheid voor verkeerde informatie is gemeten. Deze analyses zullen resulteren in aanbevelingen voor toekomstig onderzoek op dit gebied. Een statistische aanpak aanbevolen door Studie 1 zal vervolgens worden toegepast in Studie 2 op de heranalyse van gegevens van een invloedrijk onderzoek naar inentingsvideo's. De bevindingen van deze fase zullen de broodnodige duidelijkheid verschaffen over de effectiviteit van DTIIMs.Ten tweede zal dit project empirisch testen of DTIIMs inderdaad inoculeren tegen retorische overredingstechnieken, de rol van de waarschuwingsstap, motivationele dreiging en tegenargumentatie in het inoculeren tegen desinformatie onderzoeken en adolescente steekproeven beschouwen (Fase B).

Maatschappelijke relevantie

DTIIMs worden algemeen aanbevolen voor gebruik op scholen en hebben miljoenen mensen bereikt. Ze worden gepromoot en gebruikt door de Verenigde Naties, het Britse Cabinet Office, Amerikaanse ministeries, Jigsaw Google en andere grote organisaties. Onderzoekers hebben echter geconcludeerd dat ze mensen sceptischer maken over informatie in het algemeen in plaats van beter in het onderscheiden van betrouwbare en onbetrouwbare informatie. Verder is er tot op heden nog geen onderzoek gedaan naar de effectiviteit van DTIIMs bij adolescenten. Een duidelijke zwakte van de interventies voor adolescenten is dat ze zich richten op tekstgebaseerde voorbeelden, terwijl adolescenten zich voornamelijk bezighouden met video-gemedieerde (mis)informatie. Dit PhD-project zal dus richting geven aan de beoordeling en het ontwerp van de interventies die adolescenten nodig hebben op het gebied van misinformatiegevoeligheid. Het zal stappen zetten in de richting van een veilige, effectieve, volgende generatie van schaalbare interventies om misinformatiegevoeligheid bij adolescenten aan te pakken.

Contactinformatie

Contactpersoon