Niet alle dijken zijn van nature geschikt voor een soortenrijke vegetatie. Soms ligt het probleem niet in het substraat zelf, maar in het feit dat de gewenste soorten simpelweg ontbreken. We nomen dit dispersielimitatie: geschikte omstandigheden zijn wel aanwezig, maar de soorten hebben de plek (nog) niet bereikt.
Daarnaast komt het vaak voor dat dijken met een minder ideaal substraat, bijvoorbeeld wat zanderiger of juist iets te kleirijk, alsnog potentie hebben voor meer soortenrijkdom, mits de juiste soorten worden geïntroduceerd. Door het slim doorzaaien van kruiden en een aangepast beheerregime, kan een dijk die nu soortenarm is zich ontwikkelen tot een stabiel en ecologisch waardevol talud.
Het doel van deze proeven is te onderzoeken of en hoe bestaande soortenarme dijken kunnen worden omgevormd tot soortenrijke vegetaties, zonder dat de toplaag hoeft te worden vervangen. Daarbij wordt gekeken naar de effectiviteit van doorzaai onder verschillende omstandigheden en naar de rol van beheer in het succes van vestiging.
Onderzoeksvragen
- In hoeverre is het mogelijk om bestaande grasdijken om te vormen tot soortenrijke dijken via doorzaai?
- Welke omstandigheden (substraat, oriëntatie, vochtigheid) bepalen het succes van vestiging van kruiden?
- Hoe beïnvloeden beheermaatregelen zoals maaien en verticuteren de vestiging en ontwikkeling van ingezaaide soorten?