Promotieonderzoek Otis Tromp: Afwezigheid van bestuurders en commissarissen

Otis Tromp werkt aan een proefschrift met de titel: "Afwezigheid van bestuurders en commissarissen"
Looptijd
augustus 2024 tot heden
Projectleden
O. Tromp (Otis)
Projecttype
Onderzoek

Bestuurders en commissarissen van rechtspersonen kunnen afwezig zijn. In Nederland wordt het begrip 'afwezigheid' onderscheiden in 'ontstentenis' (blijvende afwezigheid) en 'belet' (tijdelijke afwezigheid. De wet verplicht Nederlandse rechtspersonen in de statuten een ontstentenis en belet-regeling op te nemen. Deze regeling voorziet in een oplossing wanneer het gehele bestuur of de gehele raad van commissarissen afwezig is. Bijvoorbeeld doordat deze regeling tijdelijke vervangers aanwijst. Rechtspersonen mogen kiezen om deze regeling ook toe te passen in situaties waarin een of meer, maar niet alle bestuurders of commissarissen afwezig zijn. Over de ontstentenis en belet-regeling bestaat nog de nodige onduidelijkheid. Tot op heden is geen fundamenteel, allesomvattend onderzoek gedaan naar de ontstentenis en belet-regeling, noch naar de afwezigheid van bestuurders en commissarissen. 

Dit proefschrift beoogt in deze leemte te voorzien. Daartoe wordt de volgende onderzoeksvraag gehanteerd: Hoe moet binnen het rechtspersonenrecht met ontstentenis en belet, en meer in het bijzonder met afwezigheid van bestuurders en commissarissen worden omgegaan? 

Ter beantwoording van deze vraag, wordt in Hoofdstuk 2 eerst onderzocht wat de definities zijn van 'afwezigheid', 'ontstentenis' en 'belet'. 'Afwezigheid' is in Nederland geen juridisch begrip. Als werkdefinitie wordt gehanteerd: 'een bestuurder of commissaris die zijn taak niet kan of mag uitoefenen'. 'Ontstentenis' en 'belet' zijn in Nederland wel juridische begrippen. In de literatuur en rechtspraktijk wordt algemeen aangenomen dat de definitie van 'ontstentenis' is 'blijvende afwezigheid' en de definitie van belet 'tijdelijke afwezigheid'. Onderhavig onderzoek toont echter aan dat nooit een fundamenteel debat is gevoerd over de definities van ontstentenis en belet. In Hoofdstuk 2 wordt daarom een herbeoordeling van deze definities bepleit. Met name de ruime definitie van belet leidt tot rechtsonzekerheid en brengt het risico van misbruik van de ontstentenis en belet-regeling met zich. Deze definitie zou daarom enger moeten zijn, dan op dit moment wordt aangenomen. 

Daarna vervolgt het onderzoek in Hoofdstuk 3 met de beantwoording van de vraag wat de rechtspositie van een afwezige bestuurder of commissaris is. Tot nu toe heeft de Nederlandse literatuur weinig aandacht besteed aan de rechtspositie van een afwezige bestuurder of commissaris. In beginsel is de rechtspositie van een tijdelijk afwezige bestuurder of commissaris gelijk aan die van een aanwezige bestuurder of commissaris. In twee gevallen rijzen echter vragen over de rechtspositie van een tijdelijk afwezige bestuurder of commissaris. Ten eerste wanneer een bestuurder of commissaris op grond van de wet of statuten een recht heeft dat op een bepaald moment in de tijd moet worden uitgeoefend, maar hij op dat moment in de tijd afwezig is. Denk bijvoorbeeld aan besluitvorming in de bestuursvergadering. Moet het bestuur een tijdelijk afwezige bestuurder nog steeds oproepen voor deze bestuursvergadering, ondanks dat het weet dat deze bestuurder niet aanwezig zal zijn? Hoe moet worden omgegaan met een quorumeis als een van de bestuurders tijdelijk afwezig is? Heeft een tijdelijk afwezige bestuurder nog een raadgevende stem in de algemene vergadering? Ten tweede rijzen vragen wanneer een tijdelijk afwezige bestuurder verantwoordelijk of aansprakelijk wordt gehouden voor onbehoorlijke taakvervulling van een mede-bestuurder/commissarisvan gedurende zijn afwezigheid, of wanneer de bezoldiging van de tijdelijk afwezige bestuurder moet worden vastgesteld. Kan een tijdelijk afwezige bestuurder succesvol onder aansprakelijkheid voor gedragingen van zijn mede-bestuurders uitkomen door een beroep te doen op zijn tijdelijke afwezigheid? Heeft een tijdelijk afwezige bestuurder nog steeds recht op bezoldiging? In Hoofdstuk 3 worden deze (en meer) vragen beantwoord. De rechtspositie van een blijvend afwezige bestuurder of commissaris is in beginsel non-existent. Deze bestuurder of commissaris houdt immers op bestuurder of commissaris te zijn. De wet bevat echter uitzonderingen. Zelfs na het einde van zijn bestuurderschap of commissariaat, heeft een bestuurder of commissaris nog bepaalde rechten en verplichtingen. Deze worden in Hoofdstuk 3 uiteengezet. 

In hoofdstuk 4 tot en met 6 wordt de ontstentenis en belet-regeling verkend. Hoofdstuk 4 bevat een overzicht van de wetshistorie met betrekking tot deze regeling. In dit hoofdstuk wordt onderzocht wat de bedoeling van de wetgever was met de ontstentenis en belet-regeling. De wetshistorie met betrekking tot deze regeling laat zien dat de wetgever nauwelijks heeft nagedacht over de ontstentenis en belet-regeling. De wetshistorie geeft daarom weinig aanknopingspunten voor wetshistorische argumenten in andere hoofdstukken van dit proefschrift. In Hoofdstuk 5 worden de statutaire (on)mogelijkheden inzake de ontstentenis en belet-regeling verkend. Eerst wordt een statutenanalyse verricht om te onderzoeken hoe de ontstentenis en belet-regeling in de statuten wordt vormgegeven. Vervolgens worden de grenzen aan de statutaire invulling van de ontstentenis en belet-regeling verkend. In het laatste hoofdstuk over de ontstentenis en belet-regeling, Hoofdstuk 6, wordt onderzocht wat de rechtspositie van de beletpersoon is. De beletpersoon is de tijdelijke vervanger van een bestuurder of commissaris die optreedt op basis van de ontstentenis en belet-regeling. Eerst wordt onderzocht wie beletpersoon kan worden en wie daarover iets heeft te zeggen. Denk bijvoorbeeld aan de ondernemingsraad of toezichthouders in de financiële sector. Vervolgens wordt ingegaan op de taak en rechtspositie van de beletpersoon. Om de taak en rechtspositie te duiden, wordt een interne rechtsvergelijking gemaakt met de plaatsvervangend bestuurder, OK-functionaris, feitelijk bestuurder, gedelegeerd commissaris, gevolmachtigde, zaakwaarnemer en lasthebber. Tot slot wordt in Hoofdstuk 7 onderzocht welke andere figuren een oplossing zouden kunnen bieden voor de afwezigheid van een bestuurder of commissaris. Denk bijvoorbeeld aan het verlenen van een volmacht, overeenkomst van lastgeving, zaakwaarneming of gebruik van een trust. Voor dit onderzoek wordt ook rechtsvergelijkend onderzoek verricht, onder andere omtrent de plaatsvervangend bestuurder (Curaçao) en de rechtspositie van een afwezige bestuurder (Duitsland). De resultaten van deze vergelijking worden integraal verwerkt in de relevante hoofdstukken.

Contactinformatie

Meer informatie of vragen? Neem contact op met Otis Tromp.