Waalbrug Nijmegen
Waalbrug Nijmegen

Smart Emission: burgers als stadswacht van milieukwaliteit

Van een burgermeetnet naar ‘gezamenlijk leren’ over luchtkwaliteit en geluid

In het Smart Emission project is tussen 2015 en 2017 actie-onderzoek uitgevoerd door een experimenteel burgermeetnet in de stad Nijmegen. Het burgermeetnet maakte gebruik van nieuwe kleine sensoren om de milieuvervuiling in de stad fijnmazig in kaart te brengen. Een groep burgers dacht actief mee over waar te meten, en welke lokale vragen, ‘use cases’ genoemd, aan te pakken. Door ‘participatory sense-making’-bijeenkomsten te organiseren voor burgers en experts werd een gezamenlijk leerproces gestimuleerd (Volten et al., 2016). Citizen science vereist een flinke tijdsinvestering van alle betrokkenen, maar het dialoogproces kan tegelijkertijd een grote meerwaarde hebben in het opbouwen van wederzijds begrip tussen burgers en professionals van overheden en kennisinstellingen.

Gezamenlijk geleerd

In Nijmegen heeft de wethouder over project Smart Emission geconcludeerd dat het een betere investering is om tijd en geld voor burgerwetenschap vrij te maken, dan om slepende rechtszaken te voeren tussen burgers en de lokale overheid over milieuvervuiling en ervaren overlast. De hoofdvraag luidde: wat is de waarde van een burgermeetnet vanuit een sociaal-innovatie-perspectief? Het korte antwoord luidt dat de directe effecten van het fijnmaziger en dynamisch inzicht krijgen in luchtkwaliteit en geluid beperkt zijn. Een dergelijke fijnmazigheid vraagt om betere techniek en meer sensoren. De indirecte effecten op het gebied van dialoog tussen de overheid en de burger, en tussen experts en burgers, zijn wel groot. Tijdens het project groeiden de verwachtingen en standpunten naar elkaar toe. De verschillende partijen in het project gingen een gezamenlijke dialoog aan. Er werd veel ‘gezamenlijk geleerd’. Het living lab met maandelijkse bijeenkomsten betekende veel voor de onderlinge dialoog, en vormde dus met het sensornet de kern van het project. 

Flinke tijdsinvestering

Een belangrijke les is wel dat burgerwetenschap een flinke tijdsinvestering vraagt van betrokkenen. Daardoor krijgt het dialoogproces de grote meerwaarde door het opbouwen van begrip en vertrouwen, en een gemeenschappelijke ‘taal’ tussen de deelnemende burgers, de lokale overheid en kennispartijen (Carton et al., 2017;Klein Gunnewiek, 2018). Dat zij zelf hun ‘use case’ kunnen analyseren, geeft burgers een gevoel van empowerment. Ze kunnen zo de uitspraken van professionals zelf ‘controleren’. Dat heeft de kenniskloof en het onbegrip tussen wetenschap, burgers en overheidsbeleid helpen te verkleinen. Naast korte-termijn-motieven om een specifieke situatie te onderzoeken hebben burgers tevens latente en lange-termijn-motivaties als het vergroten van bewustzijn over milieukwaliteit, en het agenderen van het belang van milieu op de beleidsagenda (Posthumus et al.,2022).

Resultaten

We keren terug naar de centrale onderzoeksvraag: wat is de waarde van een burgermeetnet vanuit een sociaal-innovatie-perspectief? We komen tot zes leeropbrengsten, drie meer sociaal (over het living lab), en drie meer technisch (over milieumonitoring).

Leeropbrengst 1: Dialoogprocessen geven inzicht in luchtkwaliteit en geluid aan deelnemers

Het gezamenlijk leren is wellicht de grootste meerwaarde geweest van het project Smart Emission. Deelnemers aan de bijeenkomsten, vooral degenen die aan de ‘avondcolleges’ hadden deelgenomen, waren meer doordrongen hoe complex luchtkwaliteit is als milieufenomeen. De ruimtelijk-temporele dynamiek van vervuilende stoffen is afhankelijk van atmosfeer en luchtlagen, windrichting, dispersie en verdunning. Ook kan geluid ergens ‘opstijgen’ om elders ‘neer te dalen’. Er bleek veel animo om hierover te leren tijdens de avondcolleges over luchtkwaliteit en geluid. Het dialoogproces heeft een aantal goede discussies opgeleverd over de interpretatie van sensordata in een aantal perioden: Werd een lokaal verhoogde vervuiling gemeten, en zo ja, waar kwam die vervuiling dan vandaan? Of kwam de vervuiling van verder weg? Discussies spitsten zich toe op consensusvorming over atmosferische omstandigheden en de interpretatie van lokale use cases zoals de Vierdaagse of het verkeer over de Groeneweg.

Leeropbrengst 2: Verschillende motivaties, toch samen één taal 

Een belangrijke vraag tijdens het project Smart Emission was waarom mensen deelnamen. Meer inzicht in de kwaliteit van de directe leefomgeving stond bovenaan. Andere motieven waren het leren over milieuzaken als luchtkwaliteit en geluid. Ook indirecte doelen werden genoemd: om milieukwaliteit hoger op de politieke en maatschappelijke agenda te krijgen, en in het algemeen werken aan milieubewustwording. Blijkbaar vormt deelname aan burgerwetenschap, via debat, dialoog, en nu ook zelf (meehelpen met) meten, een middel om aan maatschappelijk bewustzijn te werken. Heeft er sociaal leren plaatsgevonden? De masterthesis van Klein Gunnewiek (2018) bevestigt dat er een gezamenlijke identiteit en taal is gevormd gedurende het project. Volgens dit onderzoek zijn er ‘gedeelde betekenissen’ ontwikkeld, op basis van de ‘gedeelde waarden’ van de participanten.

Leeropbrengst 3: Burgermeetnet als bouwsteen voor maatschappelijke verandering

In het verlengde van sociaal leren spraken deelnemers veel waardering uit voor de gezamenlijke zoektocht naar waarheidsvinding. Er werd niet het meest geluisterd naar wie het hardst riep, maar het ging om de inhoudelijke dialoog en het ontdekken ‘wat de sensoren ons vertellen’, zoals een student-assistent het noemde. Een groep burgerwetenschappers heeft een ander karakter dan een actiegroep. De nadruk ligt op onderzoek doen om inzicht te vergaren. Maatschappelijke verandering vraagt om nieuwe verhalen en nieuwe manieren van organiseren en framen. Burgers kunnen burgerwetenschap aanwenden om stedelijke milieukwaliteit meer zichtbaarheid te geven in het publieke debat. Hier wringt echter de realiteit van een korte-termijn-project versus de behoefte aan commitment, tijd en geld voor een langjarig transitieproces. Een living lab-aanpak met een sensor-meetnet kan als middel dienen om meer inzicht te krijgen, maar een project van één of twee jaar is relatief kort om het onderwerp milieu hoger op de maatschappelijke agenda te zetten. 

Leeropbrengst 4: Het concept werkt, maar er zijn meer meetpunten nodig 

In aanvulling op de sociale lessen hebben we drie lessen voor milieumonitoring. Allereerst piekwaarden. Een aanvankelijke zorg van de gemeente was de mogelijke heftige reactie van burgers op de hoge piekwaarden die sensoren soms registreren. Hoewel burgers piekwaarden doorgaans juist wisten in te schatten, is een dichter meetnetwerk wenselijk. Met het principe van redundantie (extra meetpunten waardoor overlap ontstaat) in een sensor-meetnet kunnen de metingen onderling geverifieerd en gekalibreerd worden, maar dit vereist veel meer sensoren op kortere afstand in één use case.

Leeropbrengst 5: Fijnmazig beeld op straatniveau voor luchtkwaliteit nog niet bereikt

Op de vervolgvraag of low-cost-sensoren een fijnmazig beeld kunnen vormen van luchtkwaliteit, op straatniveau, luidt het antwoord dat deze beeldvorming voor luchtkwaliteit nog niet voldoende technisch ontwikkeld was, ten tijden van het onderzoek. Dit vergt technische doorontwikkeling en optimalisatie van de meetsensoren en dataverwerking. Er bleken geen sensorlocaties te zijn waar onverwachts zeer veel luchtvervuiling of geluid bij elkaar komt. De les hier is om deelnemers methoden te geven om zelf verder op onderzoek uit te gaan. Alleen dat al geeft een vorm van ‘empowerment’ van de burger.

Leeropbrengst 6: Combinaties van meten en rekenen wenselijke richting

Sommige bewoners waren teleurgesteld in hun verwachtingen, omdat ze gehoopt hadden dat ze de meetresultaten op gelijkwaardig niveau met de landelijke modellen zouden kunnen vergelijken en daarin grote hiaten, fouten of verschillen in zouden ontdekken. Gaandeweg ontstond er daarentegen juist een beeld dat verkeersmodellen van het RIVM de verkeersemissies juist heel behoorlijk berekenen. Dat is op zich een duidelijk resultaat. Door dit zelf te constateren zeiden enkele burgers zich gerustgesteld te voelen dat de lokale luchtvervuiling in Nijmegen meevalt, nu deze is gemeten op veel drukke plekken in de stad.

Financiering

Partners

Wageningen University & Research, Gemeente Nijmegen, Geonovum, Intemo, Kadaster, Gemeente Arnhem, CityGIS en RIVM.

Contactinformatie