In dit onderzoeksproject worden aansluitingsactiviteiten van de Radboud Universiteit (RU) onderzocht. Aansluitingsactiviteiten zijn kortdurende activiteiten, zoals een plusprogramma of een masterclass, die vwo-scholieren tijdens hun middelbare schooltijd kunnen volgen op de universiteit. Daarnaast is er ook een zomerprogramma voor aanstaande studenten. De activiteiten hebben als doel om scholieren kennis te laten maken met de universiteit, waardoor verwacht wordt dat zij ook makkelijker de overstap naar de universiteit zullen maken. Het is echter nog onbekend hoe deelname aan een aansluitingsactiviteit zich verhoudt tot de transitie naar de universiteit.
In dit onderzoek wordt daarom bij eerstejaarsstudenten onderzocht wat de effecten zijn van deelname aan een aansluitingsactiviteit. Met behulp van een vragenlijst worden academische uitkomsten (kritisch denken, zelfregulatie) en (psycho)sociale uitkomsten (vertrouwen in eigen kunnen, gevoel van verbondenheid) in kaart gebracht. Er wordt onderzocht in hoeverre er verschillen zijn in deze uitkomsten tussen eerstejaarsstudenten die wel en niet hebben deelgenomen aan een aansluitingsactiviteit. Ook wordt onderzocht of deelname aan een aansluitingsactiviteit een effect heeft op de academische prestaties in het eerste studiejaar. Aanvullend zullen er interviews worden gehouden met oud-deelnemers van de aansluitingsactiviteiten. Met deze interviews wordt onderzocht hoe studenten de aansluitingsactiviteiten hebben ervaren.
Het onderzoeksproject zal informatie opleveren over de rol van aansluitingsactiviteiten in de overstap van het voortgezet onderwijs naar het hoger onderwijs. Er zal inzicht worden verkregen in de effecten van deelname aan een aansluitingsactiviteit in het eerste studiejaar.
Transitie van het voortgezet onderwijs naar het hoger onderwijs
- Looptijd
- 1 november 2023 tot 1 november 2025
- Projecttype
- Onderzoek
Resultaten
De resultaten laten zien dat het volgen van een aansluitingsactiviteit gunstig is voor aanstaande studenten. Studenten die een aansluitingsactiviteit hebben gevolgd toen zij nog in het vwo zaten zijn meer geneigd om kritisch te denken in het eerste studiejaar. Door theorieën te bespreken, te discussiëren en door onderzoek te doen, leerden deelnemers al kritisch te denken. Daarnaast ervaren deelnemers een sterker gevoel van verbondenheid in het eerste jaar. Dit gevoel werd gestimuleerd doordat deelnemers de universiteit, medestudenten en docenten leerden kennen tijdens de activiteit. Ook informatie over de universiteit hielp deelnemers om zich thuis te voelen.
De resultaten zijn minder eenduidig over zelfregulatie. Hierbij is geen significant verschil gevonden. Wel gaven deelnemers aan dat tijdens de aansluitingsactiviteit al een hoge mate van zelfstandigheid werd verwacht, wat hen in staat stelde om leerstrategieën te oefenen en hier feedback op te krijgen. Er is ook geen significant verschil gevonden tussen deelnemers en niet-deelnemers in het vertrouwen in het eigen kunnen. Studenten ervoeren dit wisselend. Voor sommige studenten hielp de activiteit om meer vertrouwen te krijgen. Dit was met name wanneer de activiteit aansloot bij het studieprogramma en studenten tijdens de studie inhoud herkenden. De aansluitingsactiviteit bood minder vertrouwen in het eigen kunnen als de activiteit wat verder af stond van de studie (bijv. qua inhoud) die de student uiteindelijk ging doen.
Conclusie: Meedoen aan een aansluitingsactiviteit is gunstig. Aansluitingsactiviteiten zijn niet alleen gericht op verdieping of verbreding, maar ook op ‘voorbereiding’. Dit maakt dat het interessante activiteiten zijn voor alle toekomstige studenten.