Vermogensonteigening na de Tweede Wereldoorlog

Tijdsduur
1 september 2021 tot 1 september 2023
Projectleden
dr. M.O. Oprel (Marieke) , dr. Sonja Dusarduijn (Tilburg University) , Advisory: Peter Essers (Tilburg University) , Advisory: Wim van Meurs (RU)
Projecttype
Onderzoek

Van spaarbankboekjes en serviezen tot huizen, bedrijven en zelfs kastelen. In de eerste jaren na de Tweede Wereldoorlog beheerde het Nederlands Beheersinstituut (NBI) in opdracht van de Nederlandse regering honderden miljoenen guldens aan vermogen. Een deel van dit vermogen was afkomstig van in Nederland verblijvende, tot vijandelijke onderdanen verklaarde Duitsers. Als ‘vijandelijk vermogen’ werden van deze personen persoonlijke bezittingen onteigend, bij wijze van herstelbetaling voor de door Nederland geleden oorlogsschade. Een ander deel van het beheer betrof bezit van (vermeende) landverraders, in afwachting van een strafrechtelijk proces. Daarnaast was het NBI ook verantwoordelijk voor de bewindvoering over vermogen van zogenaamde ‘afwezigen’, niet teruggekeerde personen, vaak Joodse mensen, die vermoedelijk de oorlog niet hadden overleefd.

Bij het verkrijgen van informatie over de verschillende vermogens speelde de Belastingdienst een essentiële rol. Hoe het naoorlogs vermogensbeheer precies verliep is echter niet duidelijk. Hoe verliep de wisselwerking tussen het Nederlands Beheerinstituut en de Belastingdienst? Op welke wijze werd de naoorlogse onteigening van vermogen en de oplegging van belastingverplichtingen gerechtvaardigd? En, welk formeel-juridisch kader gold daarbij? Deze vragen staan centraal in dit onderzoek naar de twee hoofdrolspelers in de vermogensonteigening en de ontrechting van landverraders, vijandelijke onderdanen en Joden in de naoorlogse periode: het Nederlands Beheerinstituut en de Belastingdienst.

Financiering

Mondriaan Fonds

Partners

  • Belasting en Douane Museum
  • Tilburg University

Contactinformatie