Dit project richt zich op het zichtbaar maken van ongehuwde vrouwen in de laat achttiende-eeuwse \ Kaapkolonie. Het laat zien hoe zij hun weg vonden in een samenleving die sterk werd beïnvloed door de Nederduits Gereformeerde Kerk. Hoewel we al veel weten over de rol van die kerk in de koloniale gemeenschap, weten we nog weinig over hoe uitsluiting en juist ook steun in het dagelijks leven werkten, vooral voor mensen aan de rand van de samenleving.
Daar brengt dit project verandering in door de verhalen centraal te zetten van ongehuwde vrouwen: vrije vrouwen, vrijgemaakten en tot slaaf gemaakten. Zij bevonden zich in een kwetsbare positie, onder meer omdat ze geen mannelijke beschermer hadden en hun reputatie snel onder druk kwam te staan bij relaties buiten het huwelijk. Voor tot slaaf gemaakte vrouwen was de situatie nog moeilijker, omdat zij niet mochten trouwen.
De postdoc kijkt naar hoe deze vrouwen, ondanks hun verschillende juridische status, hun plek vonden binnen de religieuze en sociale structuren van de kerkgemeenschap in Kaapstad. Hoe bouwden ze vertrouwen op? Hoe zorgden ze voor zichzelf en hun kinderen? En hoe creëerden ze steunnetwerken?
Aan de hand van doopregisters en notulen van kerkenraden brengt het project een rijk netwerk van relaties in kaart: tussen vrouwen, hun kinderen, kerkfunctionarissen en andere leden van de gemeenschap. Zo wordt zichtbaar hoe getuigen, verklaringen en doopouders een belangrijke rol speelden in het verkrijgen van steun bij de doop van kinderen.
Door oog te hebben voor verschillen in achtergrond en status laat het project zien dat de werkelijkheid veel complexer was dan simpele tegenstellingen zoals ‘vrij’ en ‘onvrij’. Het verhaal van deze vrouwen toont hun veerkracht, hun strategieën en de manieren waarop zij zich wisten te bewegen binnen de sociale en machtsverhoudingen van hun tijd.