Radboud Universiteit
Zoek in de site...

Bloemrijke rivierdijken

In oktober 2017 publiceerden ecologen van de Radboud Universiteit samen met hun Duitse collega’s een studie over de teruggang van insectenpopulaties in Duitse natuurgebieden. De studie deed wereldwijd de ogen openen over het probleem van insectensterfte. Inmiddels gaan er steeds meer stemmen op om het landschap natuurvriendelijk in te richten, zodat een veilige habitat voor insecten ontstaat.

Dijken als migratieroute voor insecten

Hoe kunnen we het Nederlandse landschap natuurvriendelijk inrichten? Volgens ecoloog Constant Swinkels is het een logische stap om te kijken naar verbindingen in het landschap. Een deel van de verbindingen ligt er al: de dijken liggen als een soort aders in het Nederlandse landschap. Deze dijken worden natuurlijk primair gebruikt als verdedigingslinie tegen het water, maar wellicht zouden ze ook een rol kunnen spelen in het herstel van ecosystemen. Zouden de dijken migratieroutes voor insecten kunnen zijn?

Om een antwoord op deze vraag te vinden, doet Swinkels onderzoek naar de relatie tussen planten en insecten op de dijken tussen Millingen en de Duitse grens. Op 45 locaties onderzocht hij de vegetatie en bemonsterde hij de insecten. Hij keek daarbij met name naar de bijen, omdat de bijen heel belangrijk zijn voor het goed functioneren van ecosystemen, er al veel kennis over beschikbaar is, ze een afspiegeling vormen voor de groep van bestuivers en belangrijk zijn voor de landbouw.

Bijen

Swinkels vergeleek in zijn onderzoek dijklocaties met veel en weinig bloemen. Daaruit bleek, volgens verwachting, dat de bloemrijke delen interessanter zijn voor bijen.
In de korte onderzoeksperiode vond Swinkels 1000 individuen. Hij vond 78 soorten bijen, waarvan 14 soorten van de rode lijst. De dijken blijken dus een belangrijke habitat te vormen voor bijen.

Ook vond Swinkels 17 soorten kleptoparasitaire bijen: bijen die hun eigen eitjes leggen in nesten van andere bijen. Hieruit blijkt dat de dijken niet alleen een doorgangsroute zijn voor bijen, maar ook een habitat op zich vormen.

Op de bloemarme stukken vond Swinkels verschillende soorten die hij niet terugvond op de bloemrijke stukken. Deze bijen maken dus geen habitat op de dijken, maar gebruiken de dijk mogelijk als migratieroute. Ook zag Swinkels dat bijensoorten uit Zuid-Europa een opmars maken en via de warme zuidhellingen van de dijken ons land binnenkomen.

Bekijk ook de online lezing die Constant Swinkels verzorgde voor de alumni van de Radboud Universiteit:

Dijkbeheer

Hoe kunnen we ervoor zorgen dat de dijken een waardevolle bijenhabitat worden en blijven? Swinkels geeft aan dat dit op veel plekken met relatief makkelijke maatregelen bereikt kan worden. Beheer dat rekening houdt met de rijping van zaden (in plaats van op een vaste datum maaien) kan al een groot verschil maken. Klepelen moet voorkomen worden en inzaaien kan gedaan worden met maaisel van een nabij gelegen bloemrijke plaats, in plaats van het zaaien van ‘pretmengels’ vol met variaties van bloemen waar onze insecten niet op aangepast zijn. Tot slot is het van belang bij nieuwe dijkverzwaringen van tevoren al rekening te houden met vegetatie en insecten, door bijvoorbeeld een toplaag van iets minder zware klei op te brengen, waar bloemplanten beter op gedijen.

Meer informatie