Elk studiejaar van de bachelor Taalwetenschap bestaat uit twee semesters. Elk semester is weer onderverdeeld in twee periodes. Per periode heb je de eerste zes weken onderwijs; de daarop volgende twee of drie weken zijn bestemd voor het voorbereiden en maken van tentamens en het schrijven van werkstukken. Aan elk vak is een aantal studiepunten (EC - European Credits) gekoppeld. 1 EC staat gelijk aan een studielast van 28 uur.
In het bachelorprogramma komen verschillende thema's aan bod, zoals:
Meertaligheid en de Samenleving
Het thema Meertaligheid en de Samenleving behandelt onderwerpen als tweedetaalverwerving, gebarentaal en taalvariatie.
Taal en Cognitie
Het thema Taal en Cognitie behandelt onderwerpen als moedertaalverwerving en psycholinguïstiek.
Taal en Technologie
Met het thema Taal en Technologie houd je je o.a. bezig met AI, spraakherkenning en programma's bedenken die assisteren bij taalverwerving of communicatieve beperkingen.
Taal en Gezondheid
Het thema Taal en Gezondheid houdt zich bezig met verschillende taal- en spraakstoornissen en richt zich bovendien op het ontwikkelen van passende therapieën.
In het eerste jaar komen al deze thema's aan bod. In het tweede en derde jaar bouw je de opgedane kennis verder uit en verbreed of verdiep je je opgedane kennis met keuzevakken. Ook werk je aan je academische vaardigheden. Colleges worden afgewisseld met werkgroepen en practica. Zo breng je je kennis en vaardigheden direct in de praktijk. Aan het einde van het derde jaar kun je zelfstandig onderzoek uitvoeren en schrijf je hierover een bachelorwerkstuk.