Sterre van Dijk

Sterre van Dijk bij een schoolbord
Je moet de juiste vragen durven stellen, en dat durf ik wel.
Naam
Sterre van Dijk
Opleiding
Wiskunde

Sterre van Dijk is eerstejaars student Wiskunde aan de Radboud Universiteit. Iets wat echt helemaal bij haar past, blijkt. Je leert op een andere manier denken, zegt ze. Maar ze had bijna niet voor wiskunde gekozen.

Sterre van Dijk was op de middelbare school wel heel goed in wiskunde A, maar niet zo goed in wiskunde B. Haar vriendinnen zeiden: waarom ga je later geen wiskunde studeren? Toch neigde ze meer naar Nederlandse taal en cultuur.

Hoe kwam dat?

‘Voor wiskunde A had ik bizar goede cijfers in de vierde klas. Maar van de docent hoorde ik niets. En het is heel simpel: pas als je een 7 ½ of meer hebt, kun je kiezen voor wiskunde B. En ik had voor wiskunde een 7. Dat werd hem dus niet. En daarom dacht ik: ik ga na school wel Nederlandse taal en cultuur studeren. Dat leek me ook leuk. Voor mijn eindexamen had ik echter een heel goed gesprek met de wiskundelerares van de eindexamenklas, die zei: waarom neem je niet een tussenjaar en ga je een certificaat halen voor wiskunde B, dan kun je daarna toch wiskunde gaan studeren. Want als iemand goed is in wiskunde, dan ben jij het wel.’

Wat deed je toen?

‘Ik heb haar raad opgevolgd, en daar ben ik haar nog steeds dankbaar voor. Ik heb het B-certificaat gehaald. In het tussenjaar heb ik ook bij een instituut voor huiswerkbegeleiding gewerkt. Daar zag ik hoe weinig er naar de capaciteiten van leerlingen gekeken werd. Er wordt vooral naar je cijfers gekeken, maar niet of nauwelijks naar je talenten. Vaak ging ik me dan met die leerlingen bemoeien.’

Hebben scholieren zo’n bemoeienis nodig, denk je?

‘Ja, want vaak is wat docenten wiskunde op de middelbare school vertellen niet genoeg. Daar kun je niet echt een gemotiveerde keuze mee maken. Ik zit nu als eerstejaars ook bij Domeinvoorlichting. We gaan onder andere naar scholen om scholieren uit te leggen wat de studie wiskunde inhoudt. Wij kunnen ook uit eigen ervaring vertellen. Wat ik iedereen die erover denkt aan kan raden is: ga naar de meeloopdagen en probeer een proefstudeerdag te volgen. Pas dan voel je hoe het is en krijg je meteen een idee of het echt bij je past.’

Wat is dan het bijzondere van wiskunde, wat trekt jou zo aan?

‘Je leert echt probleemoplossend denken. Je leert ook vragen stellen om problemen te analyseren. Wiskunde – en zeker de theoretische kant – is heel praktisch. Het gekke is: als ze me een natuurkundevraag stelden over een karretje op een helling, dan haakte ik vaak af. Maar vraag me iets over vectorruimte, dan heb je mijn aandacht helemaal. Ik snap hoe eenvoudig dat in feite is en ik kan me daar helemaal in vastbijten. Je hebt wel echt tijd en doorzettingsvermogen nodig voor wiskunde. Ik werk elke dag van negen tot vijf, want als ik dat niet doe raak ik achter.’

Wat ga je later doen met wiskunde?

‘Op school heb ik ooit een competentietest gedaan en daar kwam onder andere uit dat ik een goede docent zou kunnen worden. Op dat moment zag ik dat absoluut niet zitten. Maar nu, al na een paar maanden op de Universiteit, denk ik: dat zou hem best wel eens kunnen worden. Ik weet nog niet of dat op een middelbare school wordt of op het hbo, maar lesgeven: dat zie ik wel zitten.’

Heb je nog een uitdaging?

‘Er zijn nog talloze velden in de wiskunde die nog niet ontdekt zijn. Hoogleraren breken daar hun hoofd over. In algoritmes bijvoorbeeld. Het lijkt mij echt interessant om me daarin te gaan vastbijten en de oplossing te vinden. Je moet de juiste vragen durven stellen, en dat durf ik wel.’

Sterre van Dijk bij de Slinger van Foucault

Dit interview verscheen voor het eerst op TechGelderland. Foto's: Linda Verweij.