Studieprogramma van Educatieve Minor of Module Spaans

Het semester bestaat uit twee kwartalen. Onderwijs op de docentenacademie, stageactiviteiten en toetsing zijn per kwartaal vormgegeven rond een centraal thema. In het eerste kwartaal richt je je met name op het leren van de (individuele) leerling; in het vervolg bekwaam je je in het lesgeven in klassenverband. Daarnaast is er een ontwikkeling van onderdelen van lessen naar grotere onderwijseenheden (lessenreeksen). In het begin van het programma werk je aan de hand van een concrete methode; aan het eind ontwerp je zelf onderdelen van leerarrangementen. Bekijk het studieprogramma hieronder onderverdeeld in drie leerlijnen (AD, PPO & VD):

Bij Algemene Didactiek (AD) krijg je te maken met hoorcolleges die in principe minorbreed worden gegeven, omdat de thema's voor alle vakgebieden relevant zijn. De werkcolleges kunnen in kleinere groepen worden gegeven. Tijdens werkcolleges zit je over het algemeen in vakoverstijgende groepen, dat wil zeggen samen met studenten uit een ander schoolvak.

De colleges in de lijn Professionele Persoonlijke Ontwikkeling (PPO)  hebben een flexibele inhoud die aansluit op je persoonlijke ontwikkeling. Meestal worden deze colleges in kleinere groepen van ongeveer vijftien studenten gegeven.

Tijdens de colleges Vakdidactiek (VD) zit je in de regel alleen met de medestudenten uit je eigen schoolvak in een groep. Sommige vakdidactische colleges hebben een overkoepelend thema waarbij groepen van verschillende verwante schoolvakken samen zitten.

Onderwijsvormen

Studieprogramma

  • Educatieve Minor

    Het minorprogramma van 30 EC is verdeeld over het eerste semester, die plaatsvindt van september tot en met januari.. Het semester bestaat uit twee perioden. Onderwijs op de Radboud Docenten Academie, stageactiviteiten en toetsing zijn per periode vormgegeven rond een centraal thema.

    In de eerste periode richt je je met name op het leren van de (individuele) leerling; in de tweede periode bekwaam je je in het lesgeven in klassenverband. Daarnaast is er een ontwikkeling van onderdelen van lessen naar grotere onderwijseenheden (lessen en lessenreeksen). In het begin van het programma werk je aan de hand van een concrete methode; aan het eind ontwerp je zelf onderdelen van leerarrangementen.

    Als leraar moet je volgens de wet aan bepaalde bekwaamheidseisen voldoen, die te maken hebben met drie rollen die je binnen het beroep van docent vervult. Deze rollen zijn:

    • Vakdidactisch specialist: je bent een academicus die de inhoud van zijn vak beheerst en die weet hoe je die vak inhoud het beste kunt vertalen naar onderwijs dat toegesneden is op verschillende doelgroepen van leerlingen in het VO. Deze rol wordt uitgewerkt in de onderwijslijn ‘Vakdidactiek’ (VD).
    • Pedagoog: je bent naast vakinhoudelijk ook pedagogisch onderlegd, zodat je jongeren (adolescenten) kunt ondersteunen in de ontwikkeling die ze doormaken. Je bent, kort gezegd, tot op zekere hoogte ook opvoeder. Deze rol wordt uitgewerkt in de onderwijslijn ‘Algemene Didactiek’ (AD).
    • Professional: je bent een werknemer die kan functioneren in een team. Dat team omvat niet alleen de collega-docenten van je eigen vak, maar ook de andere docenten en zelfs de hele school als professionele organisatie. Van jou als academicus wordt verwacht dat je de potentie hebt om daar een dynamische en initiatiefrijke functie in te  vervullen. Daarnaast ben je zelfsturend in de ontwikkeling van jouw professionele identiteit. Deze rol wordt uitgewerkt in de onderwijslijn ‘Persoonlijke Professionele Ontwikkeling’ (PPO).

    De Educatieve Minor geeft je een basis om deze rollen zelfstandig te vervullen en in je verdere carrière ten volle te ontplooien.

    Programma

    Bij Algemene Didactiek (AD) krijg je te maken met hoorcolleges die in principe minor breed worden gegeven, omdat de thema's voor alle vakgebieden relevant zijn. De werkcolleges kunnen in kleinere groepen worden gegeven. Tijdens werkcolleges zit je over het algemeen in vakoverstijgende groepen, dat wil zeggen samen met studenten uit een ander schoolvak.

    De colleges in de lijn Professionele Persoonlijke Ontwikkeling (PPO) hebben een flexibele inhoud die aansluit op je persoonlijke ontwikkeling. Meestal worden deze colleges in kleinere groepen van ongeveer vijftien studenten gegeven.

    Tijdens de colleges Vakdidactiek (VD) zit je in de regel alleen met de medestudenten uit je eigen schoolvak in een groep. Sommige vakdidactische colleges hebben een overkoepelend thema waarbij groepen van verschillende verwante schoolvakken samen zitten.

    Studieprogramma Educatieve Minor
  • Educatieve Module

    Het moduleprogramma van 30 EC is verdeeld over het eerste semester, die plaatsvindt van september tot en met januari. Het semester bestaat uit twee perioden. Onderwijs op de Radboud Docenten Academie, stageactiviteiten en toetsing zijn per periode vormgegeven rond een centraal thema.

    In de eerste periode richt je je met name op het leren van de (individuele) leerling; in de tweede periode bekwaam je je in het lesgeven in klassenverband. Daarnaast is er een ontwikkeling van onderdelen van lessen naar grotere onderwijseenheden (lessen en lessenreeksen). In het begin van het programma werk je aan de hand van een concrete methode; aan het eind ontwerp je zelf onderdelen van leerarrangementen.

    Als leraar moet je volgens de wet aan bepaalde bekwaamheidseisen voldoen, die te maken hebben met drie rollen die je binnen het beroep van docent vervult. Deze rollen zijn:

    • Vakdidactisch specialist: je bent een academicus die de inhoud van zijn vak beheerst en die weet hoe je die vak inhoud het beste kunt vertalen naar onderwijs dat toegesneden is op verschillende doelgroepen van leerlingen in het VO. Deze rol wordt uitgewerkt in de onderwijslijn ‘Vakdidactiek’ (VD).
    • Pedagoog: je bent naast vakinhoudelijk ook pedagogisch onderlegd, zodat je jongeren (adolescenten) kunt ondersteunen in de ontwikkeling die ze doormaken. Je bent, kort gezegd, tot op zekere hoogte ook opvoeder. Deze rol wordt uitgewerkt in de onderwijslijn ‘Algemene Didactiek’ (AD).
    • Professional: je bent een werknemer die kan functioneren in een team. Dat team omvat niet alleen de collega-docenten van je eigen vak, maar ook de andere docenten en zelfs de hele school als professionele organisatie. Van jou als academicus wordt verwacht dat je de potentie hebt om daar een dynamische en initiatiefrijke functie in te  vervullen. Daarnaast ben je zelfsturend in de ontwikkeling van jouw professionele identiteit. Deze rol wordt uitgewerkt in de onderwijslijn ‘Persoonlijke Professionele Ontwikkeling’ (PPO).

    De Educatieve Module geeft je een basis om deze rollen zelfstandig te vervullen en in je verdere carrière ten volle te ontplooien.

    Programma

    Bij Algemene Didactiek (AD) krijg je te maken met hoorcolleges die in principe minor breed worden gegeven, omdat de thema's voor alle vakgebieden relevant zijn. De werkcolleges kunnen in kleinere groepen worden gegeven. Tijdens werkcolleges zit je over het algemeen in vakoverstijgende groepen, dat wil zeggen samen met studenten uit een ander schoolvak.

    De colleges in de lijn Professionele Persoonlijke Ontwikkeling (PPO) hebben een flexibele inhoud die aansluit op je persoonlijke ontwikkeling. Meestal worden deze colleges in kleinere groepen van ongeveer vijftien studenten gegeven.

    Tijdens de colleges Vakdidactiek (VD) zit je in de regel alleen met de medestudenten uit je eigen schoolvak in een groep. Sommige vakdidactische colleges hebben een overkoepelend thema waarbij groepen van verschillende verwante schoolvakken samen zitten.

    Studieprogramma Educatieve Module

Stage

De Educatieve Minor/Module vindt plaats tijdens het eerste semester en heeft een totale omvang van 30 studiepunten (EC), waarvan de stage 15 EC omvat. De totale stage bestaat uit twee stageperiodes, namelijk stage a en b. Aangezien je na de Educatieve Minor/Module een (beperkte) tweedegraads lesbevoegd hebt, geef je tijdens de stage vooral les in de onderbouw.

Stage a

Stage a vindt plaats in de eerste periode en staat in het teken van het leren van de basistechnieken van het lesgeven. In het begin zal je vooral observeren, maar na uiterlijk twee weken begin je (deel)lessen te geven. Dit zal zich opbouwen tot het eind van stage a. Aan het eind van de stageperiode vindt een beoordeling plaats, op basis waarvan een studieadvies wordt uitgesproken.

Stage b

Stage b vindt plaats in de tweede periode en focust op het zelfstandig functioneren als docent in het vmbo-t en de onderbouw van havo/vwo. Het doel van deze stage is dat je zelfstandig lesgeeft tot zover dat kan binnen je stage. Je begeleider is wel altijd aanwezig wanneer je les geeft. Daarnaast ontwerp je tijdens deze stageperiode zelf een lessenserie die je ook gebruikt in de klas. Ook stage b wordt afgesloten met een beoordeling.

Tijdens stage b voer je zoveel mogelijk taken uit die een reguliere leraar ook heeft (exclusief mentoraat). Dit betekent dat je actief deelneemt aan de verschillende vergaderingen, les overstijgende leerlingactiviteiten (excursies, projecten, schoolfeest, etc.) en meedraait met ouderavonden, etc. De mate waarin je deze taken kunt oppakken, hangt samen met het aantal lessen dat je geeft.