Studieprogramma van Eenjarige Educatieve Master Nederlands

Rollen en leerlijnen

De lerarenopleiding is gericht op de ontwikkeling die jij als docent doormaakt. Deze ontwikkeling wordt benaderd vanuit drie rollen die typisch zijn voor een docent in het voortgezet onderwijs. Aan elke rol is een onderwijslijn gekoppeld:

1. De rol van pedagoog (Lijn Algemene Didactiek)

Algemene principes over leren en lesgeven komen aan bod, zoals leertheorieën, modellen voor lesgeven en ontwikkeling van leerlingen. Regelmatig heb je college in vakoverstijgende groepen.

2. De rol van Vakdidactisch specialist (Lijn Vakdidactiek)

Je gaat in op vragen als: hoe leren leerlingen jouw vak en wat betekent dit voor jou als docent? Tijdens de colleges Vakdidactiek zit je in de regel alleen met de medestudenten van je eigen schoolvak samen in een groep. Sommige vakdidactische colleges hebben een overkoepelend thema waarbij groepen van verschillende verwante schoolvakken samen zitten.

3. De rol van Professional (Lijn Professionele Persoonlijke Ontwikkeling)

Je leert op een analytische manier kijken naar je ontwikkeling en deze te evalueren. Hierin spelen vaardigheden zoals persoonlijk leiderschap een grote rol. De colleges in de lijn Professionele Persoonlijke Ontwikkeling hebben een flexibele inhoud die aansluit op je persoonlijke ontwikkeling. Meestal worden deze colleges in kleinere groepen van ongeveer vijftien studenten gegeven.

Geïntegreerde toetsing

In de lerarenopleiding word je beoordeeld op de ontwikkeling die jij als docent doormaakt. De tentamens van de opleiding zijn dan ook geen kennistoetsen die gekoppeld zijn aan collegereeksen, maar geïntegreerde opdrachten waarin je jouw ontwikkeling in de richting van het docentschap zichtbaar en bespreekbaar maakt.

Onderwijsvormen

Studieprogramma

  • Jaarprogramma jaar 1

    Praktijkervaring is essentieel om een goede docent te kunnen worden. Daarom bestaat de lerarenopleiding voor de helft uit theorie en voor de helft uit praktijk. Op maandag en vrijdag volg je onderwijs aan de universiteit. Daarnaast loop je stage op dinsdag, woensdag en donderdag. De momenten waarop geen stage of colleges zijn geroosterd, besteed je aan zelfstudie en opdrachten.

    Bekijk jaarprogramma jaar 1

Stage

De Eenjarige Educatieve Master duurt in principe een jaar en heeft een totale omvang van 60 studiepunten (EC), waarvan de stage 30 EC omvat. Tijdens het eerste semester is dit een begeleide stage en tijdens het tweede semester een zelfstandige stage.

Begeleide stage

De eerste weken van de begeleide stage zijn vooral oriënterend. Je observeert lessen bij je werkplekbegeleider en zijn of haar collega’s. Je krijgt zo hopelijk een idee van de school, de leerlingen en het lesgeven. Vanuit deze fase ga je steeds grotere delen van de les verzorgen, met als doel om na uiterlijk zes weken hele lessen te geven. Je werkplekbegeleider zal hierbij wel aanwezig zijn.

Na de oriënterende fase vindt een tussenevaluatie plaats, op basis waarvan een studieadvies wordt gedaan door ons en jij je leerdoelen voor de volgende periode kunt opstellen.

In de tweede helft van de begeleide stage neem je steeds meer lessen over van je werkplekbegeleider (en/of zijn of haar collega’s). Je geeft dan ongeveer zes lessen per week, aan dezelfde klassen. Tijdens deze periode zal je begeleider steeds minder aanwezig zijn terwijl je voor de klas staat.

In de laatste maand van de begeleide stage bereid je je vast voor op de zelfstandige stage. Dit houdt in dat je eventueel nieuwe klassen al leert kennen en dat je minder les geeft in klassen die je in het tweede semester niet meer hebt.

Aan het eind van de begeleide stage vindt het tweede evaluatiemoment plaats. Je werkplekbegeleider en een tweede beoordelaar van je stageschool evalueren jouw ontwikkeling van de afgelopen maanden. Deze evaluatie en je portfolio leiden tot je cijfer voor het tentamen Begeleide Stage.

Zelfstandige stage

Je verzorgt tijdens deze stage zelfstandig zes tot acht lessen per week. Je hebt dan wel ongeveer twee begeleidingsmomenten per week met je werkplekbegeleider om praktische zaken en de lessen te bespreken.

Halverwege de stage plan je zelf een tussenevaluatie met je begeleider. Tijdens deze evaluatie bespreken jullie jouw ontwikkeling en stellen leerdoelen op voor de laatste periode.

Aan het eind van de stage vindt het laatste evaluatiemoment plaats. Jouw begeleider beoordeelt dan samen met een tweede beoordelaar van je stageschool jouw ontwikkeling. Deze evaluatie en je portfolio leiden tot je cijfer voor het tentamen Zelfstandige Stage.

Alles over stageplaatsing