Sabine Stoltz

Sabine Stoltz
Wat ik zelf in diagnostiek en behandeling tegenkom, kan ik meenemen naar mijn colleges en practica.
Naam
Sabine Stoltz
Opleiding
Gezondheidszorgpsychologie
Huidige functie
Universitair Docent Ontwikkelingspsychologie en GZ-psycholoog i.o. tot Specialist

Sabine Stoltz is universitair docent aan de Radboud Universiteit.

Kun je jezelf voorstellen?

Wat ik heb gestudeerd? Dat is inmiddels wel even geleden! In Nijmegen heb ik Orthopedagogiek gestudeerd, dit gaat over de normale en afwijkende ontwikkeling van kinderen en hun systemen. Na mijn studie ben ik promotieonderzoek gaan doen in Utrecht en combineerde dit met diagnostiek en behandeling geven aan kinderen bij het Ambulatorium. Na afronding van mijn promotiewerk kwam ik weer in Nijmegen terecht. Ik kreeg hier een aanstelling als Universitair Docent, wat betekende dat ik onderwijs en onderzoek mocht doen. Omdat ik in het onderwijs studenten Psychologie stimuleerde om te blijven leren en de postmaster Gezondheidszorgpsycholoog te volgen, ben ik deze opleiding ook zelf gaan doen. Inmiddels specialiseer ik mij tot klinisch psycholoog. In deze opleiding(en) heb ik in veel verschillende werkvelden ervaring op kunnen doen. Jezelf blijven ontwikkelen, blijven leren en je openstellen voor nieuwe ervaringen: dat vind ik een belangrijk onderdeel van je baan als psycholoog.

Binnen de masterspecialisatie Gezondheidszorgpsychologie kunnen studenten mij tegenkomen bij de cursus Psychodiagnostiek, Kind & Jeugd mentorgroepen, als scriptiebegeleider en bij het verkrijgen van de Basisaantekening Psychodiagnostiek (BAPD). De koppeling tussen de studie en de praktijk staat de hele master centraal. 

Waarom heb je ervoor gekozen om in dit vakgebied te gaan studeren/werken? Wat maakt dit vakgebied zo interessant?

Mijn initiële studiekeuze is gericht op kinderen, maar tijdens mijn vervolgopleidingen heb ik ook gewerkt met volwassenen. Mijn interesse is hierin meegegroeid, ik houd van de afwisseling en vind het leuk om verschillende ervaringen op te doen. 
Als Kind & Jeugd psycholoog krijg je veel te maken met het systeem, bijvoorbeeld ouders of de school. Je begrijpt iemand pas als je iemand zijn omgeving ziet. Het mooie aan werken met kinderen vind ik de flexibilieit, veerkracht en leergierigheid van kinderen. Ze weten mij steeds te verrassen en hoe zwaar of moeilijk een onderwerp ook is, er is vaak ook ruimte voor humor of iets positiefs. In het werken met pubers en adolescenten waardeer ik de soms heel andere denkwijze: ze kunnen zich soms kritisch opstellen en nemen niet alles zomaar voor waar aan. Dit geeft ruimte om samen te onderzoeken op welke manier een behandeling vorm kan krijgen. 

Waar doe je momenteel zelf onderzoek naar?

Ik vind het heel waardevol, en vooral ook leuk, om onderzoek te doen in de klinische praktijk. Mijn onderzoek richt zich vaak op de effecten van behandelingen en factoren die invloed hebben op psychische klachten. Samen met een promovendus kijk ik nu bijvoorbeeld naar trauma bij kinderen en de rol van de sociale context hierbij. Binnen de organisatie waar ik werk, het Dr. Leo Kannerhuis, zijn we nu onderzoek aan op opzetten naar de prevalentie, diagnostiek en behandeling van depressie bij jongeren met autisme. Mijn onderzoeksvragen kunnen dus wisselen, maar worden gedreven door vragen die vanuit de praktijk komen. 

Welke tip heb je voor studenten die hun studiekeuze gaan maken?

Hoe ga je kiezen? Dat is inderdaad een moeilijke vraag, waar veel studenten tegenaan lopen. Wat mij hielp was een terugblik op mijn eigen opleiding. Welke vakken hebben je het meeste geïnspireerd? Zijn dat vakken over cliënt-verhalen of juist meer de theoretische cursussen? Heb je nog een college, een verhaal of een docent op je netvlies gebrand staan? Voel jij vanbinnen een vuurtje? Dit vuurtje kun je ook in het dagelijks leven meemaken, misschien wel in gesprekken die je voert of boeken die je leest. Door jezelf af te vragen waar jouw enthousiasme door ontstaat kun je nagaan waar je energie van krijgt. 

Voor de masterspecialisatie Gezondheidszorgpsychologie is het van belang dat je nieuwsgierig moet zijn: hoe kan ik deze persoon, in deze context begrijpen? Hoe weet ik wat er aan de hand is en waarom iemand klachten heeft? Wat kan ik hieraan doen? Wat is daarover bekend vanuit theoretische kennis of uit empirische studies en hoe kan ik dat toepassen? Qua persoonlijke kenmerken denk ik dat je een bepaalde stevigheid met je mee moet brengen. Het werk in de GGZ is niet altijd eenvoudig. Je moet het leuk vinden om op jezelf te reflecteren en zo steeds jezelf te blijven ontwikkelen. Je hoeft natuurlijk niet meteen alles te kunnen, maar je open, leerbaar en soms ook kwetsbaar op te durven stellen hoort wel bij ons vak. 

Wat brengt jouw werk in de praktijk (buiten jouw rol als docent/onderzoeker aan de Radboud Universiteit) jou in je academisch werk, en andersom?

Door mijn werk buiten de universiteit krijg ik zicht op welke vragen er spelen in de praktijk. Een voorbeeldje: behandelaren geven vaak aan dat trauma onderbelicht blijft bij jongeren met autisme. Ik vind het leuk om te kijken of we dit dan kunnen omzetten naar een onderzoeksvraag. Omdat ik ook bij de Radboud Universiteit werk, kan ik de verbinding hierin maken met de wetenschap. Wat ik zelf in diagnostiek en behandeling tegenkom, kan ik meenemen naar mijn colleges en practica. Juist praktijkverhalen zijn voor studenten denk ik aansprekend om te horen: zo krijgen zij een beter beeld van hoe hun werk er na de studie uit zou kunnen zien. En tot slot inspireren studenten mij ook weer, zowel in het klinische werk als in het onderzoek, door kritische vragen te stellen of door ervaringen in hun levensfase met mij te delen.

Wat is het mooiste aan het docentschap?

Tijdens het promoveren startte ik met lesgeven en het begeleiden van werkgroepen. Voor mij werkt dit als een soort kruisbestuiving, een frisse wind. De studenten houden je scherp, ze hebben een eigen visie en nemen zo nieuwe kennis en ervaringen mee. Met mijn colleges en praktijkverhalen probeer ik hen te enthousiasmeren, maar dit gebeurt even goed andersom. Dit maakt het docentschap voor mij inspirerend en leerzaam. 

De studenten willen graag bijdragen en presteren. Met veel ambitie en motivatie gaan ze aan de slag. Soms kan de hoge druk van hunzelf voor stress zorgen. In werkgroepen en mentorgroepen hoop ik studenten mee te geven dat fouten maken mag. Leer op een fijn tempo, waarin je stilstaat bij wat er goed én fout gaat. En heb vertrouwen: op jezelf en dat er met een open blik vanzelf iets moois op je pad komt!