Studieprogramma Taal- en Spraakpathologie

Het studieprogramma van de master Taal- en Spraakpathologie bestaat uit 60 EC. Je volgt een aantal verplichte vakken voor in totaal 25 EC en hebt voor 15 EC vrije keuzeruimte. Dit kan je invullen met keuzevakken of eventueel een stage. Je sluit het programma af met een Masterscriptie (20 EC).

Over dit studieprogramma

 

    Totaal EC
    60 EC
    Vrije ruimte
    P1
    P2
    P3
    P4
    Vrije keuzeruimte (in te vullen met cursussen en eventueel stage van 10 EC)
    15 EC
    1. P1
    2. P2
    3. P3
    4. P4

    In je vrije ruimte kun je kiezen uit een ruim aanbod van vakken van de Faculteit der Letteren of een van de vakken binnen de categorie EDU van Masterlanguage. Bekijk de studiegids voor alle mogelijkheden.

    Thesis & research
    P1
    P2
    P3
    P4
    1. P3
    2. P4

    Vakomschrijvingen

    Onderzoeksmethoden in de taal- en spraakpathologie

    In deze cursus doe je ervaring op met methoden en technieken om onderzoeks- of behandelevidentie te verkrijgen of op waarde te schatten. Je voert een aantal opdrachten uit, waaronder het maken van een opzet voor een interventieonderzoek van een e-Health applicatie.

    Verdieping spraak- en gehoorstoornissen

    Tijdens deze cursus verdiep je je in onderzoeksartikelen om meer te weten te komen over (de oorzaak of de behandeling van) spraak- en gehoorstoornissen. Je leert over verschillende visies op achterliggende oorzaken van bijv. stotteren of dysartrie.

    Verdieping taalstoornissen

    In deze cursus kun je jouw kennis van één specifieke taalstoornis verdiepen. Je formuleert hiertoe eerst een vraagstelling met betrekking tot de taalstoornis in kwestie. Je kunt bijvoorbeeld kiezen voor taalontwikkelingsstoornissen, verworven (kinder)afasie of Primair Progressieve Afasie. De vraagstelling heeft bij voorkeur betrekking op de diagnostiek of behandeling van stoornissen in de fonologie, semantiek, morfosyntaxis, of discourse. Voor de beantwoording van je vraagstelling voer je een literatuurstudie uit. Je bevindingen rapporteer je in een werkstuk dat bestaat uit twee onderdelen: 1) een wetenschappelijke rapportage van je literatuurstudie. 2) een soort klinisch beleidsdocument, namelijk een korte diagnostiek- of behandelvisie voor klinisch werkende taal- en spraakpathologen. Ook ontwerp en presenteer je een poster over je bevindingen en adviezen.

    Brein & Cognitie: klinische neuropsychologie

    Tijdens dit vak, verzorgd door de Faculteit der Sociale wetenschappen, krijg je inzicht in de relatie tussen hersenstoornis en gedrag. Je verdiept je in de effecten van neurologische aandoeningen op het cognitief funcitoneren, zoals een hersenbloeding, een traumatisch hersenletsel, epilepsie of dementie. Deze gevolgen leren ons iets over hoe processen als taal, geheugen en waarnemen in onze hersenen georganiseerd zijn en tegelijkertijd kunnen we vanuit de theoretische kennis over deze cognitieve functies de stoornissen en beperkingen van patiënten beter begrijpen.

    Cognitieve communicatiestoornissen ten gevolge van verworven hersenletsel

    In dit vak staan verworven communicatiestoornissen centraal, waarbij de niet-talige cognitieve stoornissen (zoals een gestoorde mentale flexibiliteit) sterker op de voorgrond staan dan de taalstoornissen. Denk bijvoorbeeld aan taalstoornissen bij dementie of na een traumatisch hersenletsel zonder afasie. Verschillen met afasie worden belicht, en in de werkcolleges leer je objectief symptomen te beschrijven en te koppelen aan hypotheses over de onderliggende cognitieve stoornissen.

    Masterscriptie

    In het tweede semester schrijf je je masterscriptie, waarin je onderzoek opzet, uitvoert en over je bevindingen rapporteert. Naast de scriptie (20 EC) kun je nog cursussen volgen en/of kun je eventueel ook een (aparte) stage lopen. Met je scriptie sluit je aan bij het lopende onderzoek van de opleiding of van het instituut waar(voor) je het onderzoek uitvoert. Dit betekent dat je onder meer kunt afstuderen bij:

    • De opleiding Taalwetenschap
    • instellingen als Kentalis of Auris
    • Het Radboudumc (o.a. afdeling KNO en Kinderneurologie)
    • Erasmus MC Rotterdam
    • Sint Maartenskliniek
    • Max Planck Instituut