Wat kun je met de master Taal- en Spraakpathologie?
Arbeidsmarktperspectief
Als taal- en spraakpatholoog kun je aan de slag in (zorg-)instellingen als onderzoeker of kun je een adviserende (beleids-)rol vervullen binnen je expertisegebied. Studenten vinden ook hun weg naar vacatures binnen de communicatie of taaltoetsing. Deze opleiding geeft je geen klinische bevoegdheid, maar je kunt na deze master wel een verkort programma Logopedie volgen aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. Lees hier meer over het MaBa-programma.
Mogelijke beroepen
- Onderzoeker op het gebied van taal- en spraakstoornissen
- Logopedist
- Projectmedewerker of beleidsmedewerker in de gezondheidszorg (bijv. bij Auris of Kentalis)
- Intermediair tussen arts en logopedist
- Toetsdeskundige
Verkorte opleiding Logopedie
Als afgestudeerde Taalwetenschapper kun je een tweejarige opleiding Logopedie doen aan de Hogeschool Arnhem Nijmegen. Normaal gesproken duurt deze hbo-opleiding vier jaar, maar na je masterspecialisatie Taal- en Spraakpathologie kun je de opleiding verkort doen.
Radboud Career Service
Vind je het lastig om te bepalen waar je na je master aan de slag wilt? Radboud Career Service helpt je graag op weg. Ze begeleidt en ondersteunt studenten en net afgestudeerden bij de overstap naar de arbeidsmarkt. Je kunt er terecht voor onder andere loopbaanadvies, sollicitatietips en voor informatie over stages en vacatures.
Promoveren
Wanneer je na masterspecialisatie zeker weet dat je verder wilt als onderzoeker, kun je ervoor kiezen om te promoveren in jouw vakgebied. Je solliciteert dan naar een tijdelijke aanstelling aan een universiteit om onderzoek te doen en een proefschrift te schrijven. Veel promovendi – ook wel PhD studenten genoemd – verzorgen ook onderwijs binnen hun vakgebied.
Je leert vanuit verschillende perspectieven te kijken naar de oorzaken van communicatiestoornissen en de evidentie voor diagnostiek en behandeling van taal- en spraakstoornissen op waarde te schatten.
- Opleiding
- Taal- en Spraakpathologie
Marina Ruiter is universitair docent aan de Radboud Universiteit.
Kun je jezelf voorstellen?
Als universitair docent ben ik verbonden aan het Centre for Language Studies en verzorg ik sinds 2010 verschillende cursussen die worden aangeboden binnen het Departement Taal en Communicatie. Zo doceer ik binnen de cursussen Afasie, Gezondheidscommunicatie, Cognitieve communicatiestoornissen t.g.v. verworven hersenletsel en Verdieping Taalstoornissen.
Ik ben afgestudeerd aan de Radboud Universiteit in een tijd voor de huidige BaMa-structuur. Na een propedeuse psychologie heb ik de bovenbouwstudie Spraak- en Taalpathologie afgerond (de masterspecialisatie heet nu Taal- en Spraakpathologie), die ik combineerde met een verkorte opleiding Logopedie aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN).
Naast mijn werkzaamheden als onderzoeker en docent, ben ik lid van het management van het departement en de ethische toetsingscommissie. Als nevenfuncties ben bestuurslid bij de Stichting Afasie Nederland, lid van de beroepenveldcommissie bij de HAN en verzorg ik af en toe post-HBO-onderwijs voor logopedisten.
Waarom heb je ervoor gekozen om in dit vakgebied te gaan studeren/werken? Wat maakt dit vakgebied zo interessant?
Als spraak- en taalpatholoog/logopedist heb ik ruime ervaring met de klinische revalidatie van mensen met verworven taalstoornissen. Als zodanig heb ik een voorkeur voor toegepast onderzoek op basis van theoretische inzichten.
Het vakgebied van de afasiologie is zo interessant omdat je - om het taalgedrag van mensen met afasie te kunnen verklaren – je blik niet alleen op het taaldomein moet richten, maar ook overige, niet-talige cognitieve functies in ogenschouw moet nemen. Cognitieve functies, zoals executieve controle, bepalen namelijk of mensen met afasie zich aan hun taalproblemen kunnen aanpassen, bijvoorbeeld door in eenvoudige zinnen in plaats van complexe zinnen te spreken. Een belangrijke vraag is daarmee welk deel van het taalgedrag van mensen met afasie komt door de taalstoornis en welk deel ontstaat door aanpassingsgedrag, en hoe mensen daarin onderling verschillen. Als we door onderzoek antwoorden vinden op dergelijke vragen, kunnen we de diagnostiek en behandeling van afasie verder verbeteren.
Waar doe je momenteel zelf onderzoek naar?
Ik ben betrokken bij verschillende onderzoeksprojecten, waarvan de meeste betrekking hebben op taalstoornissen en hun revalidatie. Zo doe ik onderzoek naar de variatie in het taalgedrag van mensen met afasie, het meten van functionele communicatievaardigheid met behulp van Virtual Reality en het gebruik van e-health om de uitkomsten van onderzoek in de klinische praktijk te implementeren. Ook ben ik betrokken bij een interdisciplinaire studie waarin onder andere onderzocht wordt hoe effectief gecommuniceerd kan worden met kwetsbare groepen als ten tijde van een pandemie als in de zorg meer gebruik moet worden gemaakt van eHealth-toepassingen, zoals videoconsulten.
Welke tip heb je voor studenten die hun studiekeuze gaan maken?
In de masterspecialisatie Taal- en Spraakpathologie leer je onder andere vanuit verschillende perspectieven te kijken naar de oorzaken van communicatiestoornissen en leer je de evidentie voor diagnostiek en behandeling van taal- en spraakstoornissen op waarde te schatten. Het kunnen innemen van verschillende perspectieven en het kunnen vertalen van evidentie naar een advies zijn discipline-overstijgende academische vaardigheden, die je ook buiten het werkveld van de taal- en spraakpathologie kunt inzetten. Mijn tip is daarom te zoeken naar een onderzoeks- en werkveld dat je interesseert en je tegelijkertijd te blijven realiseren dat de kennis en vaardigheden die je in een studie opdoet vaak breder inzetbaar zijn dan specifiek binnen het vakgebied waarop je bent afgestudeerd.