Communiceren met geur

'Er hangt iets in de lucht'
Tijdsduur
2024 tot 2024
Projecttype
Onderwijs

Dit project is inmiddels vol, bij aanmelding kom je op een reservelijst.

Duizenden jaren lang hebben we neergekeken op onze neus. Wij mensen zijn toch geen dieren die overal maar aan snuffelen? Ruiken is iets laag-bij-de-gronds! Maar toen kwam de wetenschap! En die liet zien dat de menselijke neus eigenlijk veel meer kan dan we eerst dachten. Net als honden kunnen mensen een geurspoor volgen door een grasveld. Soms zijn we zelfs beter dan honden en muizen in het ontdekken van een geur! We gebruiken geur om te bepalen of we iets lekker vinden om te eten of juist niet. Ook willen we ontsnappen van vieze geuren die mogelijk gevaarlijk voor ons zijn, zoals rook of gas. En wisten jullie dat we zelfs met elkaar kunnen communiceren via onze geur, zonder dat we dat merken? Lichaamsgeur klinkt vies, maar het is ook bijzonder: het vertelt anderen hoe je je voelt, zoals bang, blij of boos. Hoe goed kunnen jullie eigenlijk ruiken? Dit gaan we onderzoeken! En hoe voer je eigenlijk onderzoek uit met geur? Dat gaan jullie ervaren!

Het project in de klas

Het project ‘Er hangt iets in de lucht…' bestaat uit vier onderzoeksactiviteiten die in de klas worden uitgevoerd gedurende een dagdeel (ongeveer 2,5 uur). Onderzoeker Jasper de Groot en zijn collega’s zullen de activiteiten uitleggen en begeleiden. Zij zullen de materialen verzorgen en klaarzetten in het lokaal. Van de leraar vragen we dat deze ondersteuning biedt bij de begeleiding.

Het project begint met een korte presentatie door onderzoeker Jasper de Groot over ons reukvermogen. Hierna gaat de klas uiteen in groepen van 6 tot 8 leerlingen en zullen de groepjes in een circuit vier verschillende activiteiten uitvoeren:

  1. Met behulp van geurstiften onderzoeken leerlingen hoe goed ze kunnen ruiken. Iedere geurstift heeft een meerkeuze-antwoordenkaart, waaruit de leerling de best passende geur kan kiezen. Als alle leerlingen proefpersoon zijn geweest, verwerken ze hun antwoorden en vergelijken die met hun groepsgenoten en met resultaten uit eerder onderzoek.
  2. Leerlingen gebruiken absorberende kompressen om de geur van (angst)zweet te verzamelen. Tijdens het dragen van twee kompressen onder hun oksels, zullen de leerlingen óf een spannende video bekijken, óf een sportieve oefening doen waarbij ze een beetje van gaan zweten. Vervolgens draaien de rollen om, zodat er uiteindelijk van iedere leerling (anoniem) een ‘sport’ en een ‘angst’ monster wordt verzameld.
  3. Met behulp van een ‘olfactometer’, een geurverspreidingsmachine, onderzoeken leerlingen of ze het verschil kunnen ruiken tussen angstzweet en sportzweet. Ze gebruiken hiervoor de kompressen die verzameld zijn in de vorige activiteit.
  4. Leerlingen onderzoeken wat er gebeurt als je geuren met elkaar mengt. Hiervoor gebruiken ze de geur van vanille, vers gemaaid gras en een component van de geur van angst. Door combinaties te maken ontdekken ze of er zo nieuwe geuren ontstaan of dat ze de aparte geuren nog kunnen ruiken in het mengsel.

Als afsluiting bespreekt Jasper de Groot de activiteiten klassikaal met de leerlingen en legt hij uit hoe de activiteiten aansluiten bij zijn eigen onderzoek.

Over het onderzoek van Jasper de Groot

Jasper de Groot onderzoekt “de chemie tussen ons” - de sociale functies van het menselijk reukorgaan. Onderzoek naar sociale communicatie via geur is in de jaren ’70 en ’90 van de vorige eeuw meerdere keren opgestart. Het bleek echter een moeilijk onderzoeksgebied te zijn, dat niet goed vanuit één onderzoeksrichting te vatten was, waardoor belangstelling voor dit onderwerp steeds weer uitdoofde. Jasper de Groot doorbrak deze trend door het onderzoek multidisciplinair aan te pakken. In zijn onderzoek combineert hij evolutionaire theorieën en psychologische theorieën en betrekt hij ook de scheikundige én neurologische aspecten van geur. Daarbij heeft hij met behulp van VR-brillen laten zien dat geurbeleving in een realistische omgeving heel anders is dan in een steriele laboratoriumomgeving. Voor degelijk en bruikbaar onderzoek is het dus essentieel dat geuronderzoek in echte of realistisch lijkende sociale situaties wordt gedaan. In zijn onderzoek heeft Jasper de Groot ook laten zien dat de hoeveelheid angst die mensen ervaren samenhangt met de hoeveelheid angst-gerelateerde geurstofmoleculen die hun neus bereiken. Ondanks de complexe chemie van geur, weet het menselijk reuksysteem verschillende doses angstgeur vrij eenvoudig te herkennen.