FTR-RTBA107
Methoden van religieonderzoek 3: empirisch
Cursus informatieRooster
CursusFTR-RTBA107
Studiepunten (ECTS)5
Categorie-
VoertaalNederlands
Aangeboden doorRadboud Universiteit; Faculteit der Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen; Opleiding Religiestudies;
Docenten
Examinator
dr. J. Kregting
Overige cursussen docent
Docent
dr. J. Kregting
Overige cursussen docent
Contactpersoon van de cursus
dr. J. Kregting
Overige cursussen docent
Collegejaar2022
Periode
SEM2  (30-01-2023 t/m 03-09-2023)
Aanvangsblok
SEM2
Onderwijsvorm
voltijd
Opmerking-
Inschrijven via OSIRISJa
Inschrijven voor bijvakkersJa
VoorinschrijvingNee
WachtlijstNee
Plaatsingsprocedure-
Cursusdoelen

Deze cursus draagt bij aan de realisering van de volgende eindtermen van de premaster en bacheloropleiding religiewetenschappen:

  • Verwerven van kennis en inzicht: Studenten verwerven kennis van en inzicht in kwantitatief empirisch (wetenschappelijk) onderzoek naar religie.
  • Toepassen van kennis en inzicht: Studenten passen kennis van de verklaring van religie, en kwantitatief empirisch (wetenschappelijk) onderzoek, toe door nieuwe probleemsituaties adequaat te beschrijven en te analyseren.
  • Oordeelsvorming: Studenten kunnen zich een oordeel vormen aangaande verschillende verklaringen voor religie door relevante informatie met kwantitatief empirisch (wetenschappelijk) onderzoek te verzamelen en te interpreteren, en deze te evalueren tegen de achtergrond van interne en externe criteria.
  • Communicatie: Studenten kunnen mondeling en schriftelijk communiceren over verklaringen voor religie en de wijze waarop dit  met kwantitatief empirisch (wetenschappelijk) onderzoek kan worden onderzocht met zowel een gespecialiseerd als een niet-gespecialiseerd publiek.
  • Leervaardigheid m.b.t. generen van kennis en inzicht: Studenten beschikken over leervaardigheden om relatief zelfstandig (nieuwe) informatie aangaande verklaringen voor religie en de wijze waarop dit met kwantitatief empirisch (wetenschappelijk) onderzoek kan worden onderzocht te generen, te reproduceren, te begrijpen, te interpreteren, te analyseren en te evalueren.

Meer specifiek heeft deze cursus de volgende doelen:
  • Kennis van en inzicht in vormen van steekproeftrekking, en dit in relatie tot de vereisten zoals die vervat liggen in de onderzoeksvragen.
  • Een vragenlijst (inclusief codeboek en schalen) zelfstandig kunnen samenstellen met inachtneming van criteria aangaande validiteit, betrouwbaarheid en toepasbaarheid.
  • Inzicht in (de criteria voor) schaalconstructie, alsook zelfstandig uitvoeren van factor- en betrouwbaarheidsanalyses met behulp van SPSS.
  • Inzicht in de principes van en condities voor bivariate analyses, deze zelfstandig kunnen uitvoeren met behulp van SPSS en diverse correlatiematen juist kunnen interpreteren.
  • Inzicht in de principes van en condities voor multivariate analyses, deze zelfstandig kunnen uitvoeren met behulp van SPSS en resultaten juist kunnen interpreteren
  • Verschillende databronnen op elkaar kunnen betrekken om validiteit en betrouwbaarheid van onderzoek te bevorderen (‘triangulatie’).
Inhoud
Aan de hand van datamateriaal uit lopend religiewetenschappelijk onderzoek worden in dit college empirisch-analytische onderzoeksvaardigheden ontwikkeld. Een onderzoeksontwerp zal klassikaal in detail worden uitgewerkt. Vervolgens worden op basis van bestaande data uit een grootschalig survey (European Social Survey, n=47.086) theoretisch gestuurde onderzoeksvragen gesteld naar de relatie tussen bestaanszekerheid en religie. Nadat de onderzoekspopulaties zijn beschreven, wordt afzonderlijk ingegaan op de kwantitatieve data.
Vanuit een empirisch-analytische benadering worden na de evaluatie van eerder gevalideerde meetinstrumenten een aantal belangrijke concepten aangaande de relatie tussen bestaanszekerheid en religie geoperationaliseerd. Vervolgens wordt een codeboek gemaakt. Met behulp van het programma SPSS worden meetschalen geconstrueerd (factoranalyse en betrouwbaarheidsanalyse), alsook descriptieve, bivariate (correlaties) en multivariate analyses (regressie) uitgevoerd met het oog op de beschrijving van de relatie tussen bestaanszekerheid en religie. De empirische bevindingen worden verbonden aan eerder geformuleerde hypothesen en geplaatst binnen het debat in religiewetenschappelijke literatuur.
 
Niveau
 
Voorkennis
Een succesvolle afronding van Methoden van religieonderzoek 1 is een toelatingsvoorwaarde voor deze cursus.
Toetsinformatie
Gedurende de cursus maken studenten enkele opdrachten, waarin zij een (kwantitatief) onderzoeksplan schrijven, een vragenlijst en codeboek samenastellen en enkele kwantitatieve analyses in SPSS uitvoeren. Alle opdrachten dienen te worden ingeleverd om te mogen deelnemen aan het tentamen. Deze opdrachten tellen voor 40% mee in de eindbeoordeling.

Na de hoor- en werkcolleges volgt een tentamen. Het tentamen zelf telt voor 60% mee in de eindbeordeling.
Bijzonderheden

Aanbevolen materiaal
Boek
Scheepers, P., H. Tobi (2021, 10e druk). Onderzoeksmethoden. Boom. Delen van dit handboek worden als PDF beschikbaar gesteld via Brightspace.
Boek
Babbie, Earl (2021). The practice of social research. Fifteenth edition. Boston: Cengage. Delen van dit handboek worden als PDF beschikbaar gesteld via Brightspace.

Werkvormen
Hoor- en werkcollege
AanwezigheidsplichtJa

Toetsen
Schriftelijk tentamen
Weging1
ToetsvormSchriftelijk tentamen
GelegenhedenBlok SEM2, Blok SEM2