FTR-RTMAG125
Internship Spiritual Care
Course infoSchedule
Course moduleFTR-RTMAG125
Credits (ECTS)15
Category-
Language of instructionDutch
Offered byRadboud University; Faculty of Philosophy, Theology and Religious Studies; Opleiding Religiestudies;
Lecturer(s)
Examiner
dr. N.P.M. Fortuin
Other course modules lecturer
Lecturer
dr. N.P.M. Fortuin
Other course modules lecturer
Contactperson for the course
dr. N.P.M. Fortuin
Other course modules lecturer
Lecturer
prof. dr. C.J.A. Sterkens
Other course modules lecturer
Academic year2023
Period
SEM1  (04/09/2023 to 28/01/2024)
Starting block
SEM1/  SEM2
Course mode
full-time
Remarks-
Registration using OSIRISYes
Course open to students from other facultiesNo
Pre-registrationNo
Waiting listNo
Placement procedure-
Aims

Voor de specifieke doelen van stage en supervisie, zie de studiegids mastertraject Geestelijke verzorging.

  • Kennis
    a)    het verkrijgen van conceptuele en procedurele kennis op het terrein van de geestelijke verzorging als discipline, gevoed vanuit religiewetenschappen, theologie, rituologie, godsdienstpsychologie en ethiek;
    b)    op basis waarvan functies, structuren en inhouden van zingeving aan het bestaan in verband met geloof en levensovertuiging te herkennen en te analyseren zijn;
    c)    en verbonden worden met professionele en onderzoekstaken op het terrein van religieuze counseling en diagnostiek, rituele vormgeving, morele counseling en ethische advisering. 
  • Inzichten
    De variant geestelijke verzorging richt zich op:
    a)    het kunnen integreren van kennis in theorieën over zingeving aan het bestaan in verband met geloof en levensovertuiging;
    b)    met het oog op het onderzoeken en ontwikkelen van professionele taken op het terrein van religieuze counseling en diagnostiek, rituele vormgeving, morele counseling en ethische advisering;
    c)    door het leggen van verbanden tussen conceptuele en procedurele kennis op het terrein van de religiewetenschappen, de theologie, de rituologie, de godsdienstpsychologie en de ethiek; telkens vanuit het perspectief van de geestelijke verzorging als discipline.
  • Vaardigheden
    De variant geestelijke verzorging richt zich op:
    a)    de bekwaamheid om in de professionele werkkring de problematiek van de clientèle in verband met zingeving, geloof en levensovertuiging op grond van onderzoek te analyseren;
    b)    en vervolgens te beoordelen aan de hand van theorievorming in de geestelijke verzorging, op grond van inzichten uit religiewetenschappen, de theologie, de rituologie, de godsdienstpsychologie en de ethiek;
    c)    en zo in verantwoorde keuzes het eigen professionele optreden in religieuze counseling en diagnostiek, rituele vormgeving, morele counseling en ethische advisering vorm te geven en waar nodig bij te stellen.
  • Houdingen
    De variant geestelijke verzorging richt zich op:
    a)    de ontwikkeling van affectief-evaluatieve, inter- en intrapersoonlijke oriëntaties;
    b)    die nodig zijn voor de herkenning, ondersteuning en interventies in zingeving, geloof en levensovertuiging;
    c)    en die een valide beoefening van het beroep van geestelijk verzorger en een authentieke rolhantering  bevorderen.
  • Integratie van bekwaamheden
    De integratie van bovenstaande bekwaamheden vindt zowel plaats aan de opleiding (modulen) als op de stageplek (activiteiten en werkplekbegeleiding). In de supervisie wordt de integratie ook besproken en beoordeeld en wel met als norm dat  de student kennis, inzicht, vaardigheden en houdingen dusdanig op elkaar afstemt en in het eigen optreden integreert dat hij initieel bekwaam is om het beroep van geestelijk verzorger zelfstandig uit te oefenen. Dat laat uiteraard onverlet dat voortgaande training en ontwikkeling van het grootste belang zijn.
Na afloop van de stage ben je in staat om:
  • de thematiek en problematiek van de clientèle in verband met zingeving, geloof en levensovertuiging op grond van onderzoek te analyseren en te plaatsen in de context van theorievorming over de geestelijke verzorging;
  • verantwoorde keuzes te maken in het eigen professionele optreden in spirituele counseling en diagnostiek, rituele vormgeving, morele counseling en ethiekondersteuning;
  • op het gebied van zingeving, geloof en levensovertuiging gesprekken te voeren, rituelen te verzorgen en adviezen te geven die passen bij de vragen en behoeften van cliënten en aansluiten bij het beleid van de instelling;
  • je eigen religieuze, morele en levensbeschouwelijke opvattingen en praktijken op authentieke wijze gestalte te geven in aansluiting op de professionele rolvereisten;
  • in aansluiting op het instellingsbeleid collegiaal samen te werken met medewerkers van verschillende afdelingen binnen een instelling;
  • te reflecteren op de ontwikkeling en het leren in je eigen professionele handelen en dit argumentatief te beoordelen;
  • je werkzaamheden op wetenschappelijk niveau interdisciplinair te verantwoorden met in achtneming van de beroepscode, je eigen geloofs- en levensovertuiging en je positie ten opzichte van religieuze tradities en genootschappen.
Content
De beroepsstage biedt je de mogelijkheid om kennis te maken met het werkveld en de rol als geestelijk verzorger. Daarbij wordt aandacht besteed aan communicatie, rolopvatting, oordeelsvorming, eigen spiritualiteit en leervaardigheden, in het bijzonder in de supervisie. De mentor biedt onmisbare steun bij de dagelijkse begeleiding van, en professionele feedback op, het optreden van de stagiair. De stage heeft een duur van 21 weken en kan op twee momenten in het studiejaar starten: ofwel van 1 september t/m 31 januari;  dan wel van 1 februari t/m 30 juni.

Stages vinden doorgaans plaats binnen de zorg in academische of algemene ziekenhuizen, verpleeg- en verzorgingshuizen, revalidatiecentra, instellingen voor de geestelijke gezondheidszorg en instellingen voor mensen met een beperking. Daarnaast kunnen studenten die aantoonbare affiniteit hebben met de katholieke traditie, Oosters-Orthodoxe studenten die een premaster Orthodox Christianity hebben afgerond of studenten die wegens een eerdere opleiding in aanmerking komen voor een zending door een levensbeschouwelijk genootschap stage lopen bij justitiële instellingen (gevangenissen, huizen van bewaring). Ofschoon andere werkvelden als hoger onderwijsinstellingen, defensie, politie, jeugdzorg en eerstelijns gezondheidszorg niet worden uitgesloten, zijn de mogelijkheden hier zeer beperkt. Met het oog op de realisering van de doelen worden locaties gekozen waarbij de geestelijk verzorger in een teamverband van meerdere geestelijk verzorgers in een dienst geestelijke verzorging werkt die binnen de zorgorganisatie goed geïntegreerd is, zodat een goede begeleiding gewaarborgd is. Studenten mogen niet stagelopen op een locatie waar ze zelf als geestelijk verzorger werkzaam zijn.

Omstreeks de eerste stageweek (dus begin september of begin februari) vindt een startbijeenkomst plaats voor de stage waarin je geïnformeerd wordt over de stage en eventuele vragen over de stage kunt stellen. Het tijdstip van de startbijeenkomst staat vermeld in het rooster.

De stage dient te beantwoorden aan de volgende drie kerntaken, die in het stageverslag geïllustreerd worden aan de hand van specifieke bijlagen: 

Spirituele counseling 
  • Het observeren en analyseren van enkele individuele gesprekken die de mentor in dit kader voert.
  • Het zelfstandig voeren van enkele reeksen van minimaal twee individuele gesprekken die met de mentor voorbereid en nabesproken worden; minimaal twee van deze gesprekken worden geanalyseerd aan de hand van een verbatim.
  • Het toepassen van een diagnostisch analyse-instrument voor kenmerken van zingeving, geloof en levensovertuiging bij de cliënt in de counselingsetting (bijv. de ADCL-analyse).
  • Het gesprekstechnisch analyseren van het professionele optreden in de counselingsetting.
  • Het observeren, analyseren en zelf begeleiden van groepsgesprekken indien dat van toepassing is.
Bijlage: een geanalyseerd verbatim (ADCL-analyse; studiegids bijlage I,5 en gesprekstechnische analyse; studiegids bijlage I,4) waarin je adequate counselingsinterventies illustreert. 
 
Rituele expressie
  • Het observeren en analyseren van een collectief ritueel (interne en externe structuur, interne en externe betekenis, deductief of inductief ritueel, voorganger of begeleider).
  • Het observeren en analyseren van een individueel ritueel (interne en externe structuur, interne en externe betekenis, deductief of inductief ritueel, voorganger of begeleider). 
  • Het vormgeven en leiden van een individueel ritueel. 
  • Het vormgeven en leiden van een collectief ritueel.
Bijlage: publiek uitgesproken interpretatie van een religieuze of levensbeschouwelijke bron ingebed in het script van een collectief ritueel dat je hebt begeleid, voorzien van een rituele analyse (studiegids bijlage I,3). 

Ethiekondersteuning
  • Het analyseren van enkele individuele counselingsgesprekken op morele vragen, problemen of thema’s, en het nabespreken daarvan met de mentor.
  • Het analyseren van een moreel beraad op morele vragen, problemen of thema’s. Indien moreel beraad niet ter plaatse aangeboden wordt, het (in samenspraak met de mentor) opzetten van een try-out van een moreel beraad waarbij een casus wordt besproken. Ook deze try-out wordt na afloop geëvalueerd en geanalyseerd.
  • Het inventariseren en analyseren van een casusoverstijgende ethische problematiek die binnen de betreffende zorginstelling actueel is en dit bespreken met de mentor.
  • Het maken van een ethische scan van de organisatie waarin je stage loopt.
Bijlage: een analyse van morele counseling (studiegids bijlage I,6), moreel beraad (studiegids bijlage I,7) en een casusoverstijgende morele kwestie (studiegids bijlage I,8) plus een ethische scan van de organisatie waarin je stage loopt (studiegids bijlage I, 9). 

Voor bovenstaande stagetaken, met uitzondering van het observeren, analyseren en zelf begeleiden van groepsgesprekken, geldt dat ze door iedere student uitgevoerd dienen te worden tijdens de stage. Indien één of meerdere van de betreffende stagetaken moeilijk te realiseren zijn op je stageplek, dien je hierover tijdig te overleggen met de stagebegeleider zodat naar een passende invulling gezocht kan worden. Daarnaast dienen ook de onderstaande stagetaken te worden uitgevoerd, voor zoverre dit mogelijk is op de stageplaats:

Participatie in teamoverleg
  • Het deelnemen aan regulier werkoverleg (teamoverleg).
  • Het observeren en analyseren van een teamoverleg op punten van werkverdeling, taakopvatting en beleidsontwikkeling.
Participatie in multidisciplinair, opleidings- en regionaal verband
  • Deelname aan en analyse van (multidisciplinair) overleg binnen de zorginstelling voor zover de geestelijke verzorging daarin participeert.
  • Deelname aan en analyse van een interne opleiding, zoals een klinische les, indien dit gebruikelijk is.
  • Deelname aan en analyse van overleg buiten de zorginstelling voor zover geestelijke verzorging daarin participeert.
De stage kan alleen gevolgd worden in combinatie met supervisie. De stage correspondeert -inclusief supervisie- aan een studielast van 15 Europese studiepunten (1 European credit (EC) = 28 studiebelastingsuren) verdeeld over stage (12 EC = 336 uren) en supervisie (3 EC = 84 uren). Dit resulteert in een stage met een duur van 21 weken, waarin de stagiair gemiddeld 2 dagen per week op de stageplaats aanwezig is. Daarnaast wordt een halve dag per week besteed aan activiteiten in het kader van de supervisie. De contacttijd voor de supervisie bestaat uit 12 supervisiebijeenkomsten van 1 (individueel) tot 2,5 uur (groep). 
Level
Het niveau is academisch, hetgeen veronderstelt dat wetenschappelijke kennis en begripsvorming leidend zijn in de analyse van het professioneel handelen, de reflectie op werkveld en beoordeling van het eigen functioneren.
Presumed foreknowledge
  • Je hebt het adviesgesprek voor de mastervariant geestelijke verzorging gevoerd.
  • Je hebt van de vakken rituele expressie, spirituele counseling, ethiekondersteuning en spirituele diagnostiek de gehele cursus gevolgd en de tussentijdse toets in periode 1 behaald.
  • Je hebt je georiënteerd op de stagemogelijkheden en doet een voorstel voor een stageplaats aan de Career Officer, daarbij uitgaand van de vereisten voor stageplaatsen zoals vermeld in de studiegids Geestelijke verzorging.
  • Je verzoekt om een stageplaats bij de zorginstelling en volgt daartoe eventueel een procedure ('sollicitatiegesprek'). Daarna wordt -vóór 15 augustus resp. 15 januari-  een stagecontract gesloten tussen student, mentor en stagebegeleider waarin alle praktische afspraken in relatie tot de stage zijn vastgelegd. In dit hele voortraject worden alle stageafspraken - inclusief het opmaken en sluiten van het stagecontract - afgestemd met de Career Officer.
Test information
De beoordeling van de beroepsstage door de stagebegeleider vindt plaats op basis van het (eind-)verslag, de mentoradviezen, het voortgangsgesprek en het eindgesprek.

Aan de volgende voorwaarden moet zijn voldaan voor het krijgen van een eindcijfer voor de stage:
  1. Er is voldaan aan de stagetaken volgens het stagecontract. Indien een bepaalde stagetaak onverhoopt niet uitgevoerd kan worden op de stagelocatie, neem je tijdig contact op met de stagebegeleider om te overleggen over de mogelijkheden om toch te kunnen voldoen aan deze stagetaak (bijvoorbeeld door een alternatieve invulling van de stagetaak of door deze in een andere setting uit te voeren).
  2. Je hebt voldaan aan de vereisten en normen van de supervisie.
  3. Er is een valide mentoradvies.
Van het eindcijfer is 45% gebaseerd op de wijze waarop de stagiair de taken op het gebied van spirituele counseling, rituele expressie en ethiekondersteuning heeft uitgevoerd en verantwoord. Van het eindcijfer is 50% gebaseerd op de mate waarin de stagiair de volgende vaardigheden heeft ontwikkeld:

•    Zingeving, geloof- en levensovertuiging:
a)    Je herkent zingevingsthema’s en -problematiek bij de clientèle; 
b)    Je analyseert zingevingsthema’s en -problemen bij cliënten met behulp van theorieën omtrent geestelijke verzorging.  
•    Professioneel optreden:
c)    Je kiest en hanteert methoden en instrumenten op het terrein van diagnostiek en gesprekken, rituelen en ethiek in functie van het primaire proces;
d)    Je communiceert doelen en resultaten van het werk en werkt helder en betrouwbaar samen met collega’s, medewerkers van andere afdelingen en andere actoren in het werkveld.
•    Rolhantering:
e)    Je vertegenwoordigt en interpreteert de eigen religieuze, ethische en levensbeschouwelijke opvattingen in functie van de rol; 
f)    Je geeft in cliëntcontacten sociale vaardigheden professioneel vorm en let daarbij op rolvereisten in processen zoals aandacht voor introspectie, overdracht en tegenoverdracht.
•    Integratie:
g)    Je verantwoordt de eigen taak en activiteiten in het kader van de missie, visie en strategie van de zorginstelling;
h)    Je stemt het eigen handelen af op de beroepscode, de eigen overtuigingen en de eigen positie ten opzichte van religieuze tradities en (achtergrond-) genootschappen.
•    Reflectie en verantwoording:    
i)    Je reflecteert kritisch op het eigen handelen;
j)    Je sluit aan op kennisontwikkeling en begripsvorming in de gezondheidszorg.

Daarnaast is 5% van het eindcijfer gebaseerd op de helderheid en structurering van het eindverslag van de stage, het taalgebruik en de spelling, en het adequate gebruik van bronverwijzingen.  

De stagebegeleider draagt de eindverantwoordelijkheid voor de beoordeling van de stage. Zij raadpleegt daartoe de volgende informatiebronnen: 
•    de stagiair zelf, op basis van diens verslaglegging en de mondelinge toelichting hiervan tijdens het eindgesprek; 
•    de supervisor, die beoordeelt of de student heeft voldaan aan de vereisten en normen van de supervisie; 
•    de mentor, die gevraagd wordt om aan de hand van de uitgevoerde stagetaken en de ontwikkelde vaardigheden vooraf adviserend verslag uit te brengen. 

De eindbeoordeling volgt op een gesprek naar aanleiding van een voortgangsverslag halverwege de stage. De bespreking van het voortgangsverslag mondt uit in een sluisbesluit, waarin de begeleider op grond van het voortgangsverslag door de stagiair, een verslag van de mentor, en een advies door de supervisor vaststelt of de stagiair de stage zinvol verder kan vervolgen. Als de tussentijdse beoordeling onvoldoende is, kan dit aanleiding zijn om de stage te verlengen, of een nader studieadvies te geven. 

Bij een eventueel tussentijds onderbreken of definitief afbreken van de stage —hetzij op initiatief van de stagiair of de mentor, hetzij in samenspraak met beide— neemt de stagiair contact op met de stagebegeleider. Er volgt overleg met de student, mentor en track coördinator waarbij de stage: a) wordt voortgezet; b) een nieuwe stagelocatie wordt toegewezen (ten minste 10 weken van 2 dagen); of c) de stage wordt afgebroken. Het verbreken van een stageovereenkomst vindt alleen plaats na dergelijk overleg.  
De beoordeling van de stage vindt plaats nadat het eindverslag geëvalueerd is en er een eindgesprek heeft plaatsgevonden tussen stagiair, mentor en stagebegeleider. De student ontvangt het ingevulde beoordelingsformulier van de stagebegeleider. Indien gewenst licht de stagebegeleider de beoordeling mondeling toe aan de student. 
Specifics
Omstreeks de eerste stageweek (dus begin september of begin februari) vindt een startbijeenkomst plaats voor de stage waarin je geïnformeerd wordt over de stage en eventuele vragen over de stage kunt stellen. Het tijdstip van de startbijeenkomst staat vermeld in het rooster. De startbijeenkomst vindt digitaal plaats zodat je deze eventueel vanaf je stageplek kunt bijwonen.
Recommended materials
Course material
In de studiegids geestelijke verzorging die op Brightspace beschikbaar wordt gesteld staat alle relevante informatie over de opzet van de stage, de supervisie begeleiding die daarvan deel uitmaakt, en de beoordeling.

Instructional modes
Internship
Attendance MandatoryYes

Tests
Thesis
Test weight1
Test typeProject
OpportunitiesBlock SEM1, Block SEM2