LET-GESB925
Pioniers en scholen in de politieke geschiedschrijving
Cursus informatieRooster
CursusLET-GESB925
Studiepunten (ECTS)5
Categorie-
VoertaalNederlands
Aangeboden doorRadboud Universiteit; Faculteit der Letteren; Geschiedenis;
Docenten
VorigeVolgende 4
Docent
dr. C. Hoetink
Overige cursussen docent
Docent
prof. dr. H.G.J. Kaal
Overige cursussen docent
Coördinator
dr. A.F. Petterson
Overige cursussen docent
Examinator
dr. A.F. Petterson
Overige cursussen docent
Contactpersoon van de cursus
dr. A.F. Petterson
Overige cursussen docent
Collegejaar2023
Periode
PER 2  (06-11-2023 t/m 28-01-2024)
Aanvangsblok
PER 2
Onderwijsvorm
voltijd
Opmerking-
Inschrijven via OSIRISJa
Inschrijven voor bijvakkersJa
VoorinschrijvingNee
WachtlijstNee
Plaatsingsprocedure-
Cursusdoelen
Na afloop van de cursus ben je in staat om:
 
  • de belangrijkste ontwikkelingen in de politieke geschiedschrijving en de daarbij gevormde ‘scholen’ van invloedrijke historici te benoemen
  • deze ontwikkelingen in de politieke geschiedschrijving te verklaren aan de hand van wetenschappelijke en maatschappelijke ontwikkelingen
  • de specifieke kenmerken van de verschillende scholen te herkennen en op grond daarvan te beredeneren tot welke school een bepaalde politiek-historische studie behoort
  • de verschillende politiek-historische benaderingen zelf toe te passen op een voorgegeven opdracht en/of bronmateriaal
Inhoud
Alle geschiedenis is politieke geschiedenis. Het is nog niet zo heel lang geleden dat veel historici – en met hen vele anderen – die overtuiging koesterden. Eeuwenlang hadden geschiedschrijvers tot taak de machtsaanspraak van keizers, vorsten en leiders te ondersteunen. In de tijd dat de professionele geschiedwetenschap ontstond, in de tweede helft van de negentiende eeuw, schreven historici bewust ‘nationale’ geschiedenis om het zelfvertrouwen van de eigen natie op te vijzelen. In het geval van Nederland moesten studies over de roemrijke Gouden Eeuw, de internationale betrekkingen van de Republiek, de staatsmannen van 1813-1815 en natuurlijk het Huis van Oranje het jonge Koninkrijk der Nederlanden identiteit en zelfrespect bijbrengen.

Zo kwam er in de geschiedbeoefening een vanzelfsprekende nadruk te liggen op high politics, op het handelen van staatsmannen, hun legers en instituties. Pas met de opkomst van economische, sociale en later ook culturele geschiedenis in de twintigste eeuw drong zich de vraag op: wat is eigenlijk ‘politieke’ geschiedenis? En in het verlengde daarvan: waar moet de politieke geschiedschrijving over gaan? Deze cursus gaat over de antwoorden die politiek historici op deze vragen hebben gegeven.

Studenten maken in deze cursus kennis met de belangrijkste ontwikkelingen in de politieke geschiedschrijving sinds haar ontstaan als moderne wetenschappelijke discipline in de negentiende eeuw. Studenten leren inzien dat historici sindsdien voortdurend andere antwoorden hebben gegeven op de vraag wat ‘politiek’ is, en hoe deze bestudeerd kan worden. Studenten leren hoe nieuwe benaderingen van politiek invloed hebben op methoden en brongebruik. Deze nieuwe benaderingen worden verklaard vanuit destijds actuele maatschappelijke vragen en gekoppeld aan bredere wetenschappelijke ontwikkelingen. Studenten leren hoe de ontwikkeling van een onderzoeksdiscipline samenhing met de ontwikkeling van politiek en samenleving zelf. Hierdoor zijn zij beter in staat om kritisch de (politieke) historiografie te duiden die zij in het verdiepingspakket en voor hun bachelorscriptie gebruiken.

In elke collegeweek staat één belangrijke fase en school uit de politieke geschiedschrijving sinds de negentiende eeuw centraal. Voorafgaand aan ieder college lezen de deelnemers programmatische passages uit het werk van toonaangevende (Nederlandse en internationale) historici uit deze school. In het college worden vervolgens de bronnen, concepten en methoden onder de loep genomen aan de hand van concrete toepassingen in historisch onderzoek en bronanalyse. Hierbij passen de deelnemers de geleerde benadering ook op nieuw bronnenmateriaal of nieuwe vraagstukken toe.
 
Deze cursus is door het overzicht van benaderingen met bijbehorende vraagstellingen en methodes een belangrijke voorbereiding, niet alleen op de daaropvolgende politiek-historische keuzevakken, het themacollege en het bachelorwerkstuk, maar zeker ook op de masterspecialisatie Geschiedenis en Actualiteit, de masterspecialisatie Politiek en Parlement of de research master. De breedte van het thematische en methodische overzicht biedt ook oriëntatie bij het identificeren van een onderwerp voor het bachelorwerkstuk en de masterscriptie.
Niveau

Voorkennis

Toetsinformatie

Bijzonderheden

Verplicht materiaal
Reader

Werkvormen
Werkcollege
AanwezigheidsplichtJa

Toetsen
Portfolio
Weging100
ToetsvormWerkstuk
GelegenhedenBlok PER 2, Blok PER 3

Minimum cijfer
5,5