MED-B3ME2T
MKA basis (MTI-3)
Cursus informatieRooster
CursusMED-B3ME2T
Studiepunten (ECTS)6
CategorieB3 (Derde jaar bachelor)
VoertaalNederlands
Aangeboden doorRadboud Universiteit; Faculteit der Medische Wetenschappen; Tandheelkunde;
Docenten
Contactpersoon van de cursus
drs. S.C. van den Bosch
Overige cursussen docent
Docent
dr. M.E.L. Nienhuijs
Overige cursussen docent
Examinator
dr. M.E.L. Nienhuijs
Overige cursussen docent
Collegejaar2022
Periode
PER3  (06-02-2023 t/m 23-04-2023)
Aanvangsblok
PER3
Onderwijsvorm
voltijd
Opmerking-
Inschrijven via OSIRISJa
Inschrijven voor bijvakkersNee
VoorinschrijvingNee
WachtlijstNee
Plaatsingsprocedure-
Cursusdoelen
Hoofddoelstellingen
Algemene Leerdoelen
  1. Je kunt een speciële en algemene medische anamnese afnemen.
  2. Je kunt een algemeen onderzoek van de (peri-) orale regio uitvoeren en documenteren.
  3. Je kunt een recept schrijven.
  4. Je kunt een verwijsbrief schrijven.
  5. Je kunt het beleid aan patiënt en zorgverleners toelichten en documenteren.
     
  1. Anatomie
  1. Je kunt de anatomie van het hoofd-hals gebied herkennen, beschrijven en toepassen op de voor de MKA-chirurgie relevante pathologie.
  2. Je kent de anatomie van het maxillo-mandibulaire complex in het bijzonder, kan deze herkennen, beschrijven en onderzoeken.
  3. Je kent de klinische relevantie van de anatomische structuren voor de behandelingen in de Tandheelkunde en MKA-chirurgie.
  4. Je kent de relatie tussen de anatomische structuren van het hoofd-hals gebied en hun functie.
 
  1. Beeldvorming
  1. Je kent de fysische werkingsmechanismen van de in de Tandheelkunde en MKA-chirurgie gebruikte beeldvormingstechnieken: röntgendiagnostiek, echo, MRI.
  2. Je weet hoe normale anatomische structuren eruit zien op de tandheelkundige beeldvorming: solo-opname, bitewing, OPT.
  3. Je kunt het orthopantomogram (OPT) beoordelen, beschrijven en pathologie hierop herkennen.
  4. Je kunt de toepassing van MRI, (CB)CT, en echo in de Tandheelkunde en MKA-chirurgie beschrijven en beargumenteren.
     
  1. Dento-alveolaire chirurgie
  1. Je kunt beoordelen welke medicatie relevant is bij dento-alveolaire chirurgie.
  2. Je kent de (praktische) randvoorwaarden waaraan moet worden voldaan bij dento-alveolaire chirurgie.
  3. Je kent de theoretische en praktische basisprincipes van de dento-alveolaire chirurgie.
  4. Je kent de nabezwaren, risico’s en mogelijke complicaties van dento-alveolaire chirurgie.
  5. Je kent het indicatiegebied van een retrograde apexresectie.
  6. Je kent de nabezwaren, risico’s en mogelijke complicaties bij een apexresectie.

D.           Ontstekingen
  1. Je kent de fysiologie en mechanismen van het immuunsysteem op basis van de kennis uit eerder onderwijs (oa B2Me1t Ontsteking en infectie).
  2. Je kent de etiologie, klinische en pathologische kenmerken en het beloop van een dentale ontsteking.
  3. Je kunt een adequaat klinisch doen en eventueel aanvullend onderzoek inzetten naar dentale ontstekingen en zijn uitbreiding hiervan in de hoofd-hals loges.
  4. Je kunt een risico inschatting maken voor individuele patiënten met betrekking tot het ontstaan van dentale ontstekingen, op basis van predisponerende factoren en epidemiologische gegevens.
  5. Je kent de relatie tussen dentale ontstekingen en individuele comorbiditeit en medicatiegebruik.
  6. Je bent bekend met de verschillende loges in het hoofd-hals gebied en begrijpt de klinische relevantie.
  7. Je kunt een differentiële diagnose opstellen voor een dentale ontsteking.
  8. Je kunt een dentale ontsteking beschrijven ten behoeve van verslaglegging en verwijzing.
  9. Je kunt voor dentale ontstekingen een vervolgbeleid opstellen.
     
  1. Cysten
  1. Je kunt tijdens het beoordelen van tandheelkundige beeldvorming screenen op ossale afwijkingen.
  2. Je kunt een risico inschatting maken voor individuele patiënten voor het ontstaan van cysteuze afwijkingen, op basis van predisponerende factoren en epidemiologische gegevens.
  3. Je kunt cysteuze afwijkingen beschrijven ten behoeve van verslaglegging en verwijzing.
  4. Je kent de etiologie en klinische en pathologische kenmerken van de behandelde cysten.
  5. Je kunt een differentiële diagnose opstellen voor cysten.
  6. Je kunt voor de behandelde cysten een vervolgbeleid opstellen.
 
  1. Slijmvliesafwijkingen
  1. Je weet hoe gezonde orale slijmvliezen eruit zien.
  2. Je kunt tijdens een PMO de orale slijmvliezen screenen op slijmvliesafwijkingen.
  3. Je kunt een risico inschatting maken voor individuele patiënten voor het ontstaan van slijmvliespathologie, op basis van predisponerende factoren en epidemiologische gegevens.
  4. Je kent de relatie tussen slijmvliesafwijkingen en individuele comorbiditeit en medicatiegebruik.
  5. Je kunt slijmvliesafwijkingen beschrijven ten behoeve van verslaglegging en verwijzing.
  6. Je kent de etiologie en klinische en pathologische kenmerken van slijmvlies-afwijkingen.*
  7. Je kunt een differentiële diagnose opstellen voor een slijmvliesafwijking.
  8. Je kunt enkele slijmvliesafwijkingen klinisch diagnosticeren.*
  9. Je kunt voor slijmvliesafwijkingen een vervolgbeleid opstellen.*
     
*          Zie het op Brightspace gepubliceerde overzicht van de betreffende slijmvliesafwijkingen.




 
Inhoud
Inhoud
In het blok MTI 3- MKA basis, wordt de anatomie van het hoofd-hals gebied in meer detail bestudeerd. De pathologie die in dit gebied kan voorkomen wordt behandeld in de onderdelen ‘Ontstekingen’, ‘Cysten’, en ‘Slijmvliesafwijkingen’. Het in beeld brengen van de anatomie en pathologie van het hoofd-hals gebied kan met diverse technieken, zoals echo, conventionele röntgenopnames, (CB)CT, MRI, etc, en wordt besproken in het onderdeel ‘Beeldvorming’. Daarnaast wordt het uitvoeren van kleine ingrepen en extracties van gebitselementen behandeld.

Plaats en functie in het curriculum
Het blok MTI 3 bouwt voort op de blokken uit de lijn ‘Medisch Tandheelkundige Interactie’ (MTI 1 en 2), en blok ‘Beweging, zenuwstelsel en lokale anesthesie’ en ‘Ontsteking en infecties’. Binnen het derde jaar heeft het blok een duidelijke relatie met blok ‘Pijn’, waar specifiek pijndiagnostiek en pijnbehandeling aan de orde komen. De kennis en vaardigheden die de student zich in blok MTI 3 eigen maakt vormen de basis voor de blokken MTI 4 tot en met 7, en de coschappen Mond-, Kaak- en Aangezichtschirurgie.


Leertraject
Onderdeel Onderwijsvorm Contacturen Zelfstudie-uren SBU
A: Anatomie Hoorcollege 2   2
  Zelfstudie   12 12
  Practicum 16   16
  Responsiecollege 2   2
         
B: Beeldvorming Hoorcollege 1   1
  Zelfstudie   6 6
  Werkgroep 6   6
  Responsiecollege 1   1
         
C: Dento-alveolaire chirurgie Hoorcollege 3   3
  Practicum 3   3
  Zelfstudie   27 27
  Responsiecollege 1   1
         
D: Ontstekingen Hoorcollege 3   3
  Zelfstudie   16 16
  Werkcollege 1   1
  responsiecollege 1   1
         
E: Cysten Hoorcollege 2   2
  Werkgroep 3   3
  Zelfstudie   14 14
  Responsiecollege 1   1
         
F: Slijmvliesafwijkingen Hoorcollege 2   2
  Werkgroep 2 3 5
  Werkcollege 2   2
  Zelfstudie   28 28
  Responsiecollege 2   2
Totaal   54 106 160

Literatuur
  1. Schünke M, Schulte E, Schumacher U. Anatomische Atlas Prometheus, deel "Hoofd, hals en
Neuroanatomie", 4e druk. Bohn Stafleu Van Loghum; 2017.
  1. Stegenga B, Vissink A, De Bont LGM. Mondziekten & Kaakchirurgie, 2e druk. Assen: van Gorcum; 2013.
  2. Van der Waal I. Atlas mond- en kaakziekten, 4e druk. Houten/Diegem: Bohn Stafleu Van Loghum; 2017.
  3. Stoelinga PWJ, Brouns JJA, Merkx MAW. Mondchirurgie voor tandartsen. Bohn Stafleu Van Loghum; 2009.
     
Toetsing
(Digitaal) schriftelijk tentamen met meerkeuze en open vragen.
 
Niveau

Voorkennis

Toetsinformatie

Bijzonderheden

Werkvormen
Cursus
AanwezigheidsplichtJa

Toetsen
Tentamen
Weging1
ToetsvormDigitale toets met CIRRUS
GelegenhedenBlok PER3, Blok PER4