Hoofdleerdoelen
Na voltooiing van deze minor kunnen studenten …
- De belangrijkste neurobiologische en gedragswetenschappelijke mechanismen in verband brengen met klinische bevindingen
- Uitgebreide diagnostische overwegingen geven bij de belangrijkste klachten en problemen op het gebied van het centraal zenuwstelsel
- Een behandelvoorstel formuleren bij de belangrijkste problemen en ziektebeelden op het gebied van het centraal zenuwstelsel
|
|
Code: MED-MINK09 |
Studiepunten: 14 |
Periode: Q11/Q12 |
Coordinator
Dr. Desiree Oosterbaan
Beschrijving
In deze minor verdiep en verbreed je je kennis over het meest complexe orgaan dat ons lichaam rijk is: de hersenen. Wetenschappelijke ontwikkelingen over dit belangrijke orgaan dat (bijna) alles in ons stuurt gaan in sneltreinvaart. Dit maakt het gebied van de neuro- en gedragswetenschappen tot een zeer boeiend terrein. Belangrijke neurobiologische en gedragswetenschappelijke mechanismen leer je in deze minor in verband brengen met een veelheid aan ziektebeelden. In de werkgroepen nemen verschillende specialismen je aan de hand van casuïstiek mee naar de klinische praktijk. Neurologie, neurochirurgie, psychiatrie en interne geneeskunde (m.n. infectieziekten en endocrinologie) verzorgen het merendeel van de werkgroepen. Hiernaast wordt ook door veel andere afdelingen onderwijs verzorgd. Zo oefen je bij radiologie met je anatomische kennis om beeldvormend onderzoek van het brein te interpreteren. De AVG-arts en klinisch geneticus leren je de belangrijkste syndromen die gepaard gaan met een intellectuele beperking te herkennen. Radiotherapie laat je zien wat er komt kijken bij de bestraling van hersentumoren. De patholoog laat je micro- en macroscopisch materiaal zien van diverse ziektebeelden. De traumatoloog geeft je inzicht in de behandeling van trauma capitis. Samen met de klinisch farmacoloog verdiep je je in de belangrijkste farmaca die invloed hebben op de hersenen. Circa 40% van de minor is gericht op ziektebeelden bij kinderen. Je leert do’s en don’ts in de communicatie met mensen met communicatieve beperkingen. We lopen op de coschappen vooruit door te oefenen met het analyseren en presenteren van casuïstiek en een begin te maken met het neurologisch onderzoek. Bij het psychiatrisch onderzoek leer je de puntjes op de ‘i’ te zetten. De minor bestaat uit gemiddeld 18 uur/week (verplicht) contactonderwijs.
Kernwoorden
(kinder-)neurologie, (kinder-)psychiatrie, (kinder-)neurochirurgie, interne geneeskunde, neurowetenschappen, gedragswetenschappen
Toetsing
De toetsing van de minor bestaat uit drie delen:
- Schrijven van een case report (gewicht 20%)
- Vaardighedentoets (gewicht 20%)
- Kennistoets bestaande uit open vragen (gewicht 60%)
Alle onderdelen moeten minimaal met een 5.5 beoordeeld worden om te slagen voor de cursus.
Literatuur
Tekstboek: (o.a.) B. Kolb & I. Whishaw. An Introduction to brain and behavior. 4th internat. edition 2014, Worth Publishers. Opdrachten en literatuurreferenties zullen op Brightspace geplaatst worden.
|
|
|
|
|
|
|