Commissarissen hebben altijd een belangrijke rol gespeeld bij ondernemingen waarvan de Staat aandeelhouder was (staatsdeelnemingen) of die bijzondere financiering van de Staat ontvingen. Hun positie en taak stonden regelmatig ter discussie. De verwachtingen waarmee dergelijke commissarissen zich geconfronteerd zagen, deden in de praktijk niet altijd recht aan de genuanceerde positie die commissarissen volgens het Nederlandse ondernemingsrecht hebben. Het Nederlandse (ondernemings)recht biedt de Staat diverse mogelijkheden om de samenstelling van raden van commissarissen of de positie van commissarissen te beïnvloeden. Commissarissen vormen onverminderd een relevante schakel in de verhouding tussen ondernemingen en de Staat, zowel in de context van staatssteun als bij staatsdeelnemingen, in het bijzonder vanwege hun signalerings- en communicatietaak. Voor een realistische invulling van het commissariaat in die verhouding is het belangrijk recht te doen aan de waarborgen en de voorwaarden die uit het ondernemingsrecht voortvloeien, bijvoorbeeld omtrent het autonome functioneren van commissarissen.
Na het volgen van de bachelor Rechtsgeleerdheid aan de Erasmus School of Law in Rotterdam, rondde Constantijn de Duale Master Onderneming & Recht aan de Radboud Universiteit te Nijmegen af. Van 2021 tot 2026 werkte hij als junior-docent/promovendus aan een dissertatie over de figuur overheidscommissaris.