De staatsrechtelijke positie van de commissaris van de Koning

maandag 28 september 2026, 16:30
De commissaris van de Koning in staatsrechtelijk perspectief
Promovendus
B.P. Martens
Promotor(s)
prof. mr. J.L.W. Broeksteeg, prof. mr. S.A.J. Munneke
Copromotor(s)
mr. dr. M.A.D.W. de Jong
Locatie
Aula

De commissaris van de Koning heeft een bijzondere staatsrechtelijke positie: hij is zowel provinciaal orgaan als rijksorgaan. In zijn provinciale functie lijkt zijn positie grotendeels op die van de burgemeester binnen het gemeentebestuur: een onafhankelijke, boven de partijen staande bestuurder. In de functie van rijksorgaan heeft hij bepaalde taken die hij uitoefent namens de regering. Van oudsher zijn dit met name taken rond burgemeesters, zoals de betrokkenheid van de commissaris bij de benoeming van burgemeesters. De laatste jaren zijn daar ook andere taken bijgekomen, zoals de coördinatie van asielopvangplekken en eerder de bemiddeling in de aanpak van de stikstofproblematiek. Dit proefschrift onderzoekt hoe deze dubbele rol past binnen ons staatsbestel. Daarbij komen verschillende vragen aan bod. Kunnen deze functies naast elkaar bestaan, of ontstaan er spanningen wanneer zij elkaar raken? En als er spanning is, hoe problematisch is dat staatsrechtelijk gezien? Werkt de commissaris bij rijkstaken samen met de minister, of is sprake van ondergeschiktheid? En waarom is een bepaalde taak eigenlijk een rijkstaak of een provinciale taak? Door deze vragen systematisch te analyseren laat het proefschrift zien waar de huidige regeling helder is, waar zij knelt en welke gevolgen dat heeft voor onder meer de democratische legitimatie en de ministeriële verantwoordelijkheid. Op basis van deze bevindingen worden concrete voorstellen gedaan om de positie van de commissaris te verduidelijken en de institutionele inbedding van het ambt toekomstbestendig te maken.

Bregt Martens studeerde Nederlands Recht en de master Staats- en Bestuursrecht aan de Radboud Universiteit. Daarna werkte hij als junior docent bij de vaksectie staatsrecht en werkte hij aan zijn proefschrift. Thans is hij werkzaam bij de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG).