De strijd om natuurlijke hulpbronnen in Oost-Kalimantan, Indonesië

maandag 8 juli 2024, 10:30
Promovendus
M. Nasir Gintu MSc.
Promotor(s)
prof. dr. A.H.M. van Meijl
Copromotor(s)
dr. L.G.H. Bakker (Universiteit van Amsterdam
Locatie
Aula

Dit onderzoek onderzoekt de verdeling van bevoegdheden in het beheer van natuurlijke hulpbronnen in de provincie Oost-Kalimantan, met name in de steenkool- en palmolie-industrieën, tijdens de decentralisatie van Indonesië. Uit het onderzoek, waarbij is gekozen voor een sociaaljuridische benadering, blijkt dat de wetgeving met betrekking tot steenkolenmijnen en palmolieplantages ook is verweven met andere sectoren, zoals milieu, ruimtelijke ordening en land- en bosbouw. Daarnaast is het bestuur van de sectoren op meerdere niveaus (centraal, provinciaal, per district of gemeentelijk) georganiseerd. Hierdoor is er sprake van een zeer dynamische ontwikkeling van de wetgeving, waarbij de snelgroeiende wet- en regelgeving leidt tot rechtsonzekerheid. Dit komt vooral tot uiting in dubbelzinnige bepalingen en inconsistente en onvolledige regelgeving.
Dit onderzoek concludeert daarnaast dat de regelgeving en vergunningen niet hebben geleid tot het duurzame gebruik van natuurlijke hulpbronnen en niet voldoen aan het grondwettelijk mandaat om de grootste welvaart voor het volk te bereiken. Dit onderzoek stelt voor de Ecological Fiscal Transfer (EFT) als beleidsinstrument te gebruiken voor de ontwikkeling van meer uitgebalanceerde en geïntegreerde wetgeving en beleidslijnen op het gebied van natuurlijke hulpbronnen. Door dit instrument te implementeren, kan het districtsbestuur dorpsbesturen en inwoners stimuleren om de bossen rond hun dorp te beschermen en beheren.

Mohamad Nasir begon in september 2001 zijn carrière als docent aan de rechtenfaculteit van de Universitas Balikpapan in Oost-Kalimantan. Hij geeft les in verschillende vakken gerelateerd aan wetgeving op het gebied van milieu en natuurlijke hulpbronnen. Hij deed daarnaast onderzoek naar en was als pleitbezorger betrokken bij verschillende lokale, nationale en internationale ngo's in Oost-Kalimantan, waarbij hij zich vooral richtte op milieubeheer, beheer van natuurlijke hulpbronnen, good governance en problemen in wetgevingsprocessen.