Hoe kun je beter begrijpen wat mensen met psychische kwetsbaarheden nodig hebben en hoe kun je helpen om ondersteuning te ontwikkelen die goed aansluit bij het dagelijks leven van die mensen? Dat wil Thijs Beckers met zijn onderzoek duidelijk maken. Veel mensen met langdurige psychische problemen krijgen jarenlang hulp van de geestelijke gezondheidszorg. Te lang zorg krijgen is niet wenselijk: je kunt afhankelijk worden van de zorg en minder ruimte ervaren om zelf te herstellen. Toch weten we nog weinig over waarom sommige mensen veel hulp nodig hebben en anderen niet. In dit proefschrift kijk ik daarom naar de rol van sociale steun van familie, vrienden en andere mensen om iemand heen bij het gebruik van geestelijke gezondheidszorg. Gebruikelijke manieren om te bepalen hoeveel zorg iemand nodig heeft geven vaak geen goed beeld. Wat iemand meemaakt in het dagelijks leven en hoeveel sociale steun iemand voelt, blijkt minstens zo belangrijk. Zonder sociale steun verandert de hoeveelheid zorg meestal niet. Met voldoende steun kan de zorg juist wel toenemen of afnemen. Het bekende patroon van meer zorg als het slecht gaat, minder als het beter gaat werkt dus vooral wanneer er genoeg steun in de omgeving is. Vaste, uitgebreide programma’s om sociale steun te vergroten werken vaak niet goed voor mensen met langdurige psychische klachten. Kortdurende en persoonlijke vormen van ondersteuning lijken wel te helpen. Voor hulpverleners is het daarom belangrijk om goed te kijken naar de sociale steun van de mensen die zij begeleiden.
Thijs Beckers werkt als verpleegkundig specialist ggz bij MET ggz. Hij ondersteunt daar mensen met langdurige psychische klachten. Binnen MET ggz werkte hij eerder in verschillende functies en doet hij onderzoek naar vormen van herstelondersteunende zorg buiten de gewone geestelijke gezondheidszorg, zoals herstelacademies. Thijs doet daarnaast, samen met de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, bij de politieacademie onderzoek naar onbegrepen gedrag. Daarnaast helpt hij bij het ontwikkelen van scholing voor agenten en andere professionals, zodat zij beter kunnen omgaan met mensen die onbegrepen gedrag laten zien. Hij richt zich vooral op herstelgericht werken, geestelijke gezondheid en de aanpak van onbegrepen gedrag. Met zijn onderzoek wil hij beter laten begrijpen wat mensen met psychische kwetsbaarheden nodig hebben en helpen om ondersteuning te ontwikkelen die goed aansluit bij het dagelijks leven van deze mensen.