Middeleeuwse prekenhandschriften staan vol met Latijnse preken, overgeschreven onder de naam van beroemde kerkvaders zoals St. Augustinus of St. Hiëronymus. In veel gevallen zijn onderzoekers het erover eens dat deze preken eigenlijk helemaal niet het werk zijn van deze ‘grote namen’ – ze zijn, waarschijnlijk meestal per ongeluk, geattribueerd aan de verkeerde auteur. Deze studie bekijkt auteursattributie in (vroeg)middeleeuwse manuscripten als fenomeen en focust daarbij op mogelijke oorzaken en effecten van incorrecte auteursattributie. Door te kijken naar de namen die middeleeuwse kopiisten toekenden aan de teksten in specifieke handschriften, kunnen we soms reconstrueren hoe deze middeleeuwers omgingen met hun bronnen en steeds nieuwe prekencollecties samenstelden. Bij dat compileren lagen bovendien misinterpretaties van auteursnamen op de loer. Daarnaast illustreert deze studie hoe teksten die onterecht onder Augustinus’ naam overgeschreven werden, toch konden bijdragen aan het beeld dat lezers van het handschrift vormden van de auteur ‘Augustinus’. Zo predikt de ‘Augustinus’ in de manuscripten die hier bestudeerd zijn over praktische leefregels en het angstaanjagende laatste oordeel. De auteursattributies en de daaraan verbonden teksten worden vanuit deze perspectieven interessante bronnen voor onderzoek – of ze nu correct zijn of niet.
Iris Denis studeerde Griekse en Latijnse taal en cultuur en literatuurwetenschap, en specialiseerde zich in de studie van middeleeuwse manuscripten. Haar onderzoek richt zich op de receptie van Latijnse teksten en de middeleeuwse handschriften waarin ze opgetekend staan in verschillende historische contexten.