Inhoud van de cursus
Bij de rol van examencommissieleden in het hoger onderwijs komt steeds meer juridische kennis kijken. Er worden steeds meer eisen aan besluitvorming gesteld, studenten gaan vaker in beroep en er wordt in grotere mate professionele rechtsbijstand ingehuurd. De focus gaat hierbij steeds vaker naar de vraag of er fouten in de procedure zijn gemaakt, en of algemene regelgeving rondom besluiten is gevolgd dan naar de inhoud, en de onderwijsinhoudelijke argumenten. Dit is lastig voor examencommissies die met regels, onderwerpen en normen te maken krijgen waar ze geen affiniteit mee hebben. Ook is in niet alle examencommissie juridische kennis bij de leden aanwezig. In deze cursus zullen de algemene juridische aspecten rondom besluitvorming van examencommissie aan de orde komen. Hierbij wordt onder andere ingegaan op:
- Wat is het juridisch kader van de examencommissie?
- Hoe ziet een goed besluit eruit?
- De algemene beginselen van behoorlijk bestuur (zorgvuldigheidsbeginsel, motiveringsbeginsel, etc.)
- Hoe bouw ik een verweerschrift op?
Doelgroep
Examencommissieleden die de basiscursus hebben doorlopen en zich bezighouden met het opstellen van besluiten en het voeren van procedures bij het CBE. Bijvoorbeeld voorzitters en (ambtelijk)secretarissen.