Dit proefschrift laat zien dat CVA-thuisrevalidatie veel potentie heeft als cliëntgericht en kosteneffectief alternatief voor intramurale revalidatie. In de praktijk blijken echter belangrijke randvoorwaarden te ontbreken, zoals: zichtbare expertise, goed georganiseerde interprofessionele samenwerking en een passende, stabiele financiële structuur. Een belangrijk onderdeel van CVA-thuisrevalidatie blijkt het vroegtijdig betrekken van het (brede)sociale netwerk, maar professionals passen strategieën hiervoor nog beperkt toe door onduidelijkheid over rollen, tijd en vergoeding. Regionale projecten laten zien dat participatief actieonderzoek (PAO) kan helpen bij het ontwikkelen van praktische oplossingen, waaronder samenwerkingsafspraken, netwerkstructuren en het organiseren van coördinatie van zorg. Succesvolle implementatie van CVA-thuisrevalidatie vraagt om een centrale coördinator, technische en financiële randvoorwaarden en betrokkenheid van sleutelfiguren. Daarnaast blijkt het ontwikkelen van een interprofessionele identiteit essentieel voor duurzame samenwerking. PAO biedt daarmee waardevolle handvatten voor het verder vormgeven van regionale CVA‑thuisrevalidatie.
Dinja van der Veen studeerde Ergotherapie en rondde in 2011 haar master Sociologie (Gezondheid, Zorg en Welzijn) af. Ze werkte als ergotherapeut en onderzoeker bij het Radboudumc aan projecten over dementiezorg en autonomie in verpleeghuizen. Sinds 2013 draagt zij bij aan neurorevalidatieonderzoek bij de HAN. In 2020 startte haar door NWO gefinancierde promotietraject, naast onderwijsactiviteiten in bachelor- en masteropleidingen.