Dit middagsymposium is het 12e Religie- en Zorg-symposium, dit jaar in een korte versie vanwege het afscheid van Hans Schilderman, die na afloop van de bijeenkomst zijn afscheidsrede uitspreekt. Het symposium start om 13 uur met drie korte inleidingen (20 minuten elk) door deskundigen, gevolgd door een gesprekspauze (30 minuten), en tenslotte een forumdiscussie in de zaal (van 45 minuten). Om 15.15 sluiten we en bestaat de mogelijkheid om het afscheidscollege van prof. Schilderman te volgen in de Aula (start om 16 uur), annex receptie. Voor het symposium en de afscheidslezing worden SKGV accreditatiepunten aangevraagd.
Thema
Het gaat goed met de geestelijke verzorging, de zorg voor zingeving en levensovertuiging. Het beroep raakt steeds meer ingebed in de zorg en in het sociale domein, de opleidingen kennen veel aanwas, er wordt landelijk samengewerkt, en substantiële onderzoeksmiddelen worden ter beschikking gesteld. Het aantal werkvelden groeit, evenals het aantal sectoren. Maar er blijven ook oude uitdagingen in de geestelijke verzorging, die discussie oproepen over de toekomst.
In drie inleidingen wordt telkens een spanning geschetst; een soort vraag waarvoor de geestelijke verzorging staat. Daarbij gaat het er niet zozeer om die vraag normatief te beantwoorden of uitkomsten empirisch te voorspellen. De bedoeling is om een kader voor discussie te schetsen. Het gaat om de volgende probleemstellingen.
1. kerkelijke binding of ontzuiling?
De geestelijke verzorging is gebaseerd op het grondwettelijke beginsel van de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging. Sommigen beklemtonen daarvan het karakter van een individueel burgerrecht waardoor het initiatiefrecht tot geestelijke verzorging bij de burger ligt, terwijl anderen de noodzaak van zending door een ‘moral community’ onopgeefbaar vinden. In het eerste geval kan de geestelijke verzorging eerder als een vrij beroep worden opgevat dat is afgestemd op professionele kaders van opleiding en beroepsgroep. In het tweede geval geldt het beroep eerder als ambt dat in een zuilenstructuur vervat ligt met toezichtkaders vanuit het achtergrondgenootschap. Dat roept de vraag op naar de institutionele en juridische toekomstbestendigheid van de constitutionele grondslag van de geestelijke verzorging. Waarop moeten we letten?
Inleider: Sophie van Bijsterveld, hoogleraar Religie, recht en samenleving, Radboud Universiteit.
2 Vrijplaats of integratie?
De geestelijke verzorging wordt wel opgevat als vrijplaats, die geestelijke bijstand voor patiënten wettelijk garandeert onafhankelijk van een indicatie of toestemming door een derde. Daarbij wordt het belang van onvoorwaardelijke aandacht, geheimhouding en autonomie voorop gesteld, geregeld ook voorzien van kritiek op de behandeltechniek in de zorg. Tegenover de vrijplaats staat geïntegreerde geestelijke verzorging waarin juist afstemming op het zorgbestel centraal staat, met als ontwikkelpunten interdisciplinaire afstemming en zorgcommunicatie. Dat roept de vraag op hoe toekomstbestendig beide varianten zijn binnen de veranderende kaders van gezondheidszorg of binnen het sociale domein. Wat is daarbij de beste strategie, wie voert deze, en geldt ze voor alle werkvelden eigenlijk wel op dezelfde wijze?
Inleider: Ralf Smeets, directeur van de Vereniging van Geestelijk Verzorgers (VGVZ).
3 Geloof of zingeving?
De afgelopen decennia laat een verschuiving zien van pastorale zorg naar geestelijke verzorging. Diverse ontwikkelingen zijn daar debet aan, zoals voortgaande secularisering en pluralisering van religies. Gaandeweg verandert ook het taalgebruik, zowel in de wetenschap als in de praktijk van zorgverlening, en wel van geloof naar zingeving, van zonde naar ziekte en van ziel naar brein. Wat betekenen deze veranderingen precies? Gaat het daarbij wel echt om dezelfde zaken? En wat betekenen ze voor de geestelijke verzorging? Hoe kunnen we het domein van de geestelijke verzorging zo omschrijven dat het aansluit op dergelijke veranderingen in de samenleving? En welk beroep doet het op opleidingsvereisten en interdisciplinaire zorgvormen?
Inleider: Anke Liefboer, hoogleraar Interconnectie van Psychiatrie en Theologie, Tilburg School of Catholic Theology.