Schema van literaire productie
Schema van literaire productie

Velden en wegen: Achter de Verhalen 2024

woensdag 30 oktober 2024, 09:00 - vrijdag 1 november 2024, 17:00

‘Als je het niet kunt tekenen, begrijp je het niet goed genoeg,’ zou Albert Einstein eens hebben opgemerkt. De recent in TNTL heropende discussie over de schematisering van de literaire infrastructuur in het Nederlandse taalgebied laat zien dat er aangaande de productie, distributie en receptie van literatuur nog veel te onderzoeken valt. Daarom organiseert de expertisegroep Nederlandse Letterkunde van de Radboud Universiteit in Nijmegen op 30 oktober, 31 oktober en 1 november 2024 een nieuwe editie van het congres Achter de verhalen. Als keynotesprekers verwelkomen we prof. dr. Gaston Franssen (Universiteit van Amsterdam), dr. Alexa Stoicescu (Universiteit van Boekarest) en dr. Inge van de Ven (Universiteit Tilburg).

Thema's

De centrale vraag tijdens het congres luidt: Hoe kunnen we de (al dan niet contemporaine) literaire infrastructuur in het Nederlandse taalgebied, zo’n twee decennia na publicatie van De productie van literatuur (2006) van Dorleijn en Van Rees, begrijpen en analyseren in het licht van nieuwe ontwikkelingen in de literatuur en de literatuurwetenschap? We verwelkomen in het bijzonder bijdragen die:

  • Het schema van de literaire infrastructuur, zoals geconceptualiseerd door Dorleijn & Van Rees (2006), taxeren op bruikbaarheid anno 2024;
  • Een positie innemen in de recente vakdiscussie die door Bax et al. (2022), Franssen (2023) en Joosten (2023) is geopend;
  • Nieuw onderzoek rapporteren naar een of meerdere klassieke instituties in het literaire veld (1800-heden), inclusief een reflectie op de implicaties van dat onderzoek voor de bevindingen uit De productie van literatuur;
  • Onderzoek rapporteren naar instituties of infrastructurele verschijnselen in het literaire veld die in De productie van literatuur niet aan de orde zijn gekomen of konden komen;
  • Theoretische en/of methodologische overwegingen over infrastructureel onderzoek vooropstellen.
  • Institutionele c.q. infrastructurele aspecten incorporeren in analyses van primaire literaire teksten in het Nederlandse taalgebied;
  • Reflecteren op het literatuuronderwijs en/of de literatuurdidactiek als onderdeel van de studie van de moderne Nederlandstalige letterkunde

De organisatie verwelkomt nadrukkelijk onderzoek over het Vlaamse literaire veld, transnationaal georiënteerd onderzoek en onderwerpen gerelateerd aan (post)koloniale Nederlandstalige letterkunde. Vanzelfsprekend zijn, de geest van Achter de Verhalen indachtig, ook bijdragen welkom die een wat lossere band met het congresthema hebben, maar wel een vernieuwende invalshoek op de moderne Nederlandstalige letterkunde vooropstellen. 

Call for papers

De organisatie verwelkomt abstracts voor individuele onderzoekspresentaties (20 minuten), panelsessies (90 minuten, minimaal 3 sprekers) en rondetafelsessies (90 minuten). Abstracts (maximaal 300 woorden voor een individuele onderzoekspresentatie of ronde tafel en maximaal 600 woorden voor een panel) dienen uiterlijk 1 april 2024 te worden ingestuurd via achterdeverhalen [at] ru.nl (achterdeverhalen[at]ru[dot]nl). Het congresprogramma zal vervolgens in mei 2024 bekend worden gemaakt.

Organisatie

  • Lieke von Berg MA
  • prof. dr. Helleke van den Braber
  • dr. Jeroen Dera
  • prof. dr. Jos Joosten
  • dr. Rob van de Schoor
  • dr. Roel Smeets

Keynotesprekers

Keynote 1 - Gaston Franssen

 

Van schrijvers en mediamakers: veldmigratie en mediakapitaal in de hedendaagse Nederlandse literatuur

Mediatisering heeft het literaire veld ontegenzeglijk ingrijpend veranderd. Tegelijkertijd is de rol van (massa)media institutioneel-sociologisch heel lastig te duiden: behoren media tot het domein van de productie, de distributie of de receptie – of alle drie? Hebben media de status van een institutie, een speler, of moeten we spreken van ‘mediakapitaal’? Een bijkomende moeilijkheid is dat creatieve actoren in het culturele domein zich steeds gemakkelijker lijken te bewegen tussen (sub)velden en mediaplatforms. Schrijvers ontwikkelen zich tot mediapersoonlijkheden (Özcan Akyol, Abdelkader Benali, Heleen van Royen) en mediamakers manifesteren zich in het literaire domein (Kluun, Pepijn Lanen, Tim Hofman): de grenzen van het literaire veld lijken poreus te zijn geworden. Om de invloed van mediatisering op de literaire productie beter te begrijpen, analyseer ik in deze lezing het proces van ‘veldmigratie’, waarbij een creatieve actor zich van het ene (sub)veld naar het andere beweegt. Een succesvolle veldmigratie vereist dat zo’n actor strategisch onderhandelt tussen – en expliciet reflecteert op – de verschillende vormen van status die eigen zijn aan het ‘bronveld’ en het ‘doelveld’. Analyse van veldmigraties, zo zal ik betogen, biedt inzicht in de relatie tussen schrijvers en mediamakers, en maakt duidelijk dat de poortwachters van het literaire veld, paradoxaal genoeg, vaak juist degenen zijn die de grenzen ervan bevragen.

Gaston Franssen

Gaston Franssen

Bio: Gaston Franssen is hoogleraar Nederlandse letterkunde en intermedialiteit aan de Universiteit van Amsterdam. Een rode draad in zijn onderzoek is de invloed van mediatisering en commercialisering op literaire creativiteit en schrijverschap. Franssen publiceerde over literaire beroemdheid, fancultuur, branding en performancepoëzie in tijdschriften als Journal of Dutch Literature, Nederlandse letterkunde, Spiegel der Letteren, Celebrity Studies en de European Journal of Cultural Studies. In 2022 publiceerde hij in TNTL het artikel ‘Voorbij het veld: beperkingen en mogelijkheden van de veldtheorie voor de Nederlandse letterkunde’, een reflectie op de gebruikswaarde van het veldschema voor de analyse van de hedendaagse Nederlandse literatuurproductie.

Keynote 2 - Alexa Stoicescu

 

Een relationele literatuurgeschiedenis van de Nederlandstalige literatuur in de periode 1925-2025

De literatuur reflecteert op de ontwikkelingen van de maatschappij en op de tijdsgeest. De diversiteit aan (vaak tot voor kort niet gehoorde) stemmen in de Nederlandstalige hedendaagse literatuur laat zien dat er een ander denkkader mogelijk is. De schrijver is eerder een maker geworden die niet meer in zijn ivoren toren schept, maar vooral een oprechte relatie aangaat met haar, diens, zijn realiteit. Geïnspireerd door de hedendaagse ontwikkelingen in de Nederlandstalige literatuur, die van het relationisme, van het belang van affect en economie voor de literatuur, van een bijgestelde definitie van het literaire veld en door Braidotti’s definitie van het posthumane in de geesteswetenschappen als het definiëren van nieuwe gemeenschappen, benadruk ik in mijn lezing de behoefte om een nieuw model te ontwikkelen voor het lezen én onderwijzen van literaire teksten.

Het nieuwe model gaat uit van een relationeel, posthumaan perspectief. Ik beoog een ander licht te werpen op de literatuuranalyse en -geschiedschrijving. Daarvoor wil ik de canon niet loslaten, maar ook niet de alom bekende werken als startpunt gebruiken. Er moet plaats zijn voor de zeer diverse vertakkingen en connecties die de canonieke literatuurgeschiedenis tot nu toe buiten beschouwing laat. De klassieke manier om de literatuur te bekijken als een opeenvolging van stroming op stroming die op vernieuwing mikt, is gedateerd en houdt niet langer stand. Bovendien is deze manier van literatuuronderzoek bij uitstek exclusief. Ook nieuwere pogingen om de literatuur uit een ander perspectief te bekijken gebruiken uiteindelijk hetzelfde stramien, zie de literatuurgeschiedenis vanuit frames (Vaessens, 2013) of de Taalunie-reeks (1996-2017). Er heeft zich intussen een paradigmawissel voltrokken die de vraag naar herwaardering van vergeten of buitengesloten verhalen prangender maakt dan voorheen.

De hier voorgestelde nieuwe leeswijze gaat uit van dringende hedendaagse benaderingswijzen (zoals macht, intersectionaliteit, ecokritiek, queer studies, dekolonisatie). Met deze thematische aanpak in gedachte worden werken van auteurs uit verschillende perioden tussen 1925-2025 met elkaar in verband gebracht. Er wordt gestreefd naar een zo divers mogelijke keuze van auteurs wat betreft historische, culturele, geopolitieke en identitaire kaders. De periode van 100 jaar wordt ingedeeld in tijdvakken van steeds 20 jaar. Vervolgens wordt ingezoomd op de inhoud én de vorm van enkele representatieve teksten, die met elkaar in dialoog worden gebracht en met behulp waarvan wordt gereflecteerd op het desbetreffende concept en de rol van dit thema in het literaire veld.

Alexa Stoicescu

Alexa Stoicescu

Bio: Alexa Stoicescu is hoofd van de afdeling Neerlandistiek aan de Universiteit van Boekarest. Ze geeft colleges taalverwerving, literatuur en vertaalwetenschap. Haar BA-, MA- en PhD-onderwerpen zijn respectievelijk: postmodernisme bij Peter Verhelst, nihilisme in de Nederlandstalige literatuur en ‘Heimat’ bij Herta Müller. Ze werkt mee aan internationale projecten zoals DLIT (Dutch Literature in Translation), geeft jaarlijks les bij de Doctoral Summer School van Comenius en organiseert verschillende projecten met studenten. Haar onderzoeksinteresses zijn de periodisering en didactiek van de Nederlandstalige literatuur, met een focus op de millenialliteratuur en thema’s zoals ecokritiek, queer of posthumanisme. Daarnaast werkt ze als literair vertaler. Zij heeft o.a. Paul van Ostaijen, Adriaan van Dis en Lucas Rijneveld vertaald.

Copyright afbeelding: Gaby Jongenelen

Keynote 3 - Inge van de Ven

 

(On)betrouwbare vertellers binnen en buiten het boek

In het huidige post-digitale tijdperk wordt het steeds moeilijker om scheidslijnen te trekken tussen het digitale en het niet-digitale en het online en offline domein. Verhalen wedijveren om onze aandacht in dit medialandschap. Een gevolg is dat vragen omtrent de betrouwbaarheid van verhalen, schrijvers, vertellers en personages niet slechts betrekking hebben op literatuur of narratieve fictie. Hoe bepalen lezers (en kijkers en spelers) welke stemmen ze kunnen vertrouwen en welke niet, en hoe beïnvloedt dat hun lees- of kijkstrategie? Wat zijn hierbij de verschillen tussen fictie en non-fictie? Kunnen we narratologische theorieën en modellen inzetten om inzicht te bieden in hoe echte lezers omgaan met (on)betrouwbare vertellers 'in het wild'?

Inge van de Ven

Inge van de Ven

Bio: Inge van de Ven is literatuur- en mediawetenschapper aan het departement Cultuurwetenschappen van Tilburg Universiteit. Ze heeft een PhD in vergelijkende literatuurwetenschappen (Universiteit Utrecht, 2015). Ze deed postdoctoraal onderzoek als Marie Curie Fellow aan UC Santa Barbara en Junior Core Fellow aan het Institute of Advanced Study in Budapest. Ze schreef Big Books in Times of Big Data (Leiden University Press, 2019) en met Lucie Chateau Digital Culture and the Hermeneutic Tradition: Suspicion, Trust & Dialogue (Routledge, 2024). Artikelen verschenen onder andere in European Journal of English Studies, Medical Humanities, Narrative, Digital Humanities Quarterly, Celebrity Studies en Journal for Creative Behavior.

Wanneer
woensdag 30 oktober 2024, 09:00 - vrijdag 1 november 2024, 17:00
Contactinformatie

Voor vragen of meer informatie kun je contact opnemen met achterdeverhalen [at] ru.nl (achterdeverhalen[at]ru[dot]nl).

Registreren zal binnenkort mogelijk zijn.