West-Afrikaanse talen zijn geen vreemde eenden in de bijt: de Wolof-casus (Senegal)

woensdag 14 februari 2024, 16:30
Promovendus
C.L.A. Bourdeau MA
Promotor(s)
prof. dr. H. de Hoop
Copromotor(s)
dr. S. van Putten

Wolof wordt gesproken in Senegal, Gambia en bepaalde gebieden in Mauritanië. De taal trekt de aandacht van taalkundigen vanwege de schijnbare complexiteit van het werkwoordsysteem, waarvan vaak wordt aangenomen dat het een groot aantal verschillende vervoegingen kent. Bovendien zouden de zogeheten Wolof-vervoegingen meer grammaticale categorieën uitdrukken dan de werkwoordvervoegingen van Europese talen. Om precies te zijn, zouden de vervoegingen van het Wolof niet alleen de tijd (tegenwoordige tijd, verleden tijd, enz.) en de persoon (ik, jij, hij/zij, enz.) weerspiegelen, maar ook de structuur van de informatie: door te verwijzen naar het belangrijkste stukje informatie in de zin. Door de grammatica van het Wolof op deze manier te beschrijven, krijgt het idioom ten onrechte het stempel een 'exotische' taal te zijn. In dit proefschrift wordt betoogd dat het Wolof juist helemaal geen vervoegingen kent, en dat de algemene structuur van de taal vrij standaard is. Middels een sterk vereenvoudigde beschrijving van de grammatica van het Wolof stelt de auteur dat de taal slechts gebruikmaakt van enkele structuren en een kleine set grammaticale regels. 

Corentin Bourdeau (Montpellier, 1990) volgde in Lima (Peru) een master in Bedrijfskunde toen in 2012 zijn avontuur als taalkundige begon. Tijdens een congres over Iraanse talen aan de Pauselijke Katholieke Universiteit van Peru ontmoette hij de linguïst Luis Miguel Rojas Berscia (toen nog een bachelorstudent). Ze raakten bevriend en een aantal weken later liet Luis hem kennismaken met veldonderzoek in het bovenste stroomgebied van de Amazone in Peru. Na zijn studie Bedrijfskunde besloot Corentin Taalkunde te gaan studeren. In 2015 studeerde hij af aan de Radboud Universiteit met een master in Algemene Taalwetenschap. Vervolgens verhuisde Corentin voor een tijdje naar Bolivia, maar kwam uiteindelijk terug naar Europa waar hij vastberaden zijn taalkundige reis hervatte en startte met een promotietraject gericht op de grammatica van het Wolof. Momenteel doet hij als postdoctoraal onderzoeker aan de Radboud Universiteit onderzoek naar aanspreekvormen.