Birgitta van Zweden (1303-1373) is te typeren als vrouw, moeder, visionaire en mystica. In dit proefschrift wordt haar leven onderzocht als context van haar visioenen. De Vita van Birgitta is benaderd als een omvormingsproces dat begon toen zij weduwe werd en zich ontwikkelde tot aan haar dood. Uit de ongeveer zevenhonderd visioenen zijn de Regel, het Vragenboek en de visioenen tijdens haar pelgrimstocht naar Palestina over haar overleden zoon Karl, het Lijden van Christus en zijn Geboorte geanalyseerd. Op basis hiervan is het spiritueel-theologische concept ‘mystieke maternaliteit’ ontwikkeld. Haar lectio divina en haar eigen ervaring als moeder van acht kinderen hebben evangelieverhalen met nieuwe mogelijkheden visionair verrijkt. Haar interiorisatie van het lijdensverhaal en het geboorteverhaal bleek een weg tot integratie van haar emoties in de weergave van deze visioenen. De figuur van Maria is voor Birgitta een identificatiemogelijkheid en het vertrekpunt voor de inbreng van haar eigen maternale ervaringen. Birgitta was een zelfstandige vrouw, die vrijwel haar hele leven onderweg was als pelgrim en ondersteund werd door geestelijken uit de kerk. Haar mystiek valt samen met de visionaire weergave van maternale emoties, die zij projecteert op de figuur van Maria en kleurrijk inbrengt als de uitdrukking van compassie.
Na een conservatoriumopleiding tot pianiste in België volgde zij de HBO opleiding Levensbeschouwing, Kunst en Kultuur in Diemen en een master Theologie en Religiewetenschappen in Nijmegen. Haar werkzame leven heeft ze doorgebracht als docente piano en als pastoraal werker (catechese) in het bisdom Utrecht. In oecumenisch verband was zij voorganger. Vanuit haar betrokkenheid bij Zweden heeft zij zich wetenschappelijk verdiept in Birgitta die er gezien wordt als de eerste belangrijke vrouwelijke auteur.