Verantwoord proefdieronderzoek
Onderzoekers van de Radboud Universiteit gebruiken dierproeven voor allerlei projecten. Ontdek hoe onze universiteit dit op een verantwoorde manier aanpakt, hoe we alternatieven overwegen en waarom proefdieren nog steeds belangrijk zijn voor toekomstige doorbraken.
Waarom doet Radboud Universiteit aan dierproeven?
Alle medicijnen die we nu hebben, zowel voor mensen als voor dieren, zijn ontwikkeld met kennis uit dierproeven. Dierproeven maken het mogelijk om te kijken wat behandelingen en ingrepen doen met een compleet systeem – eigenlijk het hele lichaam. Ook helpen dierproeven om belangrijke inzichten te krijgen die dan kunnen worden gebruikt voor onderzoek bij mensen. Dit blijft belangrijk omdat niet alle vragen kunnen worden beantwoord met laboratoriumonderzoek of onderzoek met vrijwilligers.
Het dieronderzoek aan de Radboud Universiteit en het Radboudumc is ofwel fundamenteel onderzoek, ofwel translationeel onderzoek, en soms beide.
Feiten over dierproeven aan de Radboud Universiteit
- De Radboud Universiteit en het Radboudumc doen alleen dierproeven als het niet anders kan (zoals met alternatieven of materiaal van patiënten).
- Proefdieren worden gehouden bij de zebrafish facility (alle vissen) en alle andere dieren in het Centaal Dierenlaboratorium (CDL). Het CDL is een Radboudumc Technology Centre. In het CDL zijn ook RTC PRIME (pre-clinical research facility) en RTC TNU (Translational Neuroscience Unit) te vinden.
- Ons onderzoek is gebaseerd op de drie V's: vervanging, vermindering en verfijning.
- De proefdieren die we gebruiken voor onderzoek en onderwijs zijn vooral muizen en ratten, maar bijvoorbeeld ook konijnen, varkens, kippen, schapen, lama's en vissen.
Wetenschappers over onderzoek met dieren
Onderzoeksfaciliteiten met dieren bij Radboud
Centraal Dierenlaboratorium
Het proefdieronderzoek van het Radboudumc en de Radboud Universiteit wordt uitgevoerd in het Centraal Dierenlaboratorium (CDL). Het CDL levert vanaf de planning tot en met de uitvoer advies, faciliteiten en expertise.
Meer informatieRadboud Zebrafish Facility
Het Radboud Institute for Biological and Environmental Sciences heeft aquaria waar onderzoek wordt gedaan met zebravissen als diermodel.
Meer informatieTranslational Neuroscience Unit
De Translational Neuroscience Unit (TNU) is de afdeling voor dieronderzoek van het Donders Instituut, onderdeel van het CDL. Dit onderzoek omvat zowel fundamentele neurowetenschappen – geheugen, slaap, ontwikkeling, stress – als translationele studies.
Meer informatie
Hoe doet de Radboud Universiteit verantwoord onderzoek met dieren?
Omdat dieren sociale wezens zijn die positieve en negatieve emoties kunnen voelen, nemen we deze verantwoordelijkheid heel serieus en behandelen we dieren met de grootste zorg en respect.
Onderzoekers, technici en dierenverzorgers streven ernaar om pijn en ongerief bij de dieren onder hun hoede tot een minimum te beperken. De experimenten worden ontworpen volgens internationale ethische richtlijnen: de drie V's. Dit staat voor vervanging, vermindering en verfijning – meer uitleg vind je verderop deze pagina. Bovendien moeten onderzoekers over de juiste vergunning en opleiding beschikken voordat ze met dieren mogen werken en worden ze nauwlettend gecontroleerd door de lokale dierenwelzijnsinstantie (IvD) en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA).
Elk onderzoeksproject moet verschillende goedkeuringsfasen doorlopen. Eerst wordt het project beoordeeld door en besproken met de institutionele dierenwelzijnsinstantie. Na goedkeuring door de dierenwelzijnsinstantie moet het project een vergunning krijgen van de Centrale Commissie Dierproeven (CCD), de centrale autoriteit voor wetenschappelijke procedures met dieren. De CCD stuurt de aanvraag door naar een onafhankelijke Dierenexperimentencommissie (DEC) voor beoordeling. Voor aanvragen vanuit de Radboud Universiteit raadpleegt de CCD hiervoor meestal de DEC Radboud Universiteit. Na ontvangst van het advies van de commissie neemt de CCD een besluit over de aanvraag.
Wat zijn de drie V's die de basis vormen voor dierproeven?
Om ervoor te zorgen dat dierproeven op een verantwoorde manier worden gedaan, houden we ons aan de drie V's: vervanging, vermindering en verfijning. Bij elke fase kijken we of een onderzoeksvraag ook beantwoord kan worden zonder proefdieren (vervanging), met minder dieren (vermindering) of met minder ongerief voor de dieren (verfijning).
Dit wordt gecontroleerd door de Instantie voor Dierenwelzijn (IvD) van de universiteit. De IvD houdt wettelijk toezicht op het uitvoeren van dierproeven en het welzijn van proefdieren, volgens de Wet op de Dierproeven.
Radbouds aanpak van diervrije innovaties
We gebruiken geen dieren tenzij het niet anders kan. Onderzoekers van de Radboud Universiteit en Radboudumc zullen altijd zorgvuldig kijken of alternatieven voor dierproeven mogelijk zijn. We ontwikkelen in Nijmegen dierproefvrije alternatieven en gebruiken deze innovatieve methoden veelvuldig zoals bijvoorbeeld organoïden, organen op een chip of computersimulaties. We werken ook direct met mensen als dat kan.
Sommige complexe biomedische vragen kunnen we niet volledig beantwoorden met dierproefvrije alternatieven. Dit komt omdat organen in wisselwerking staan met andere lichaamssystemen en de omgeving.
Aangezien veel van het onderzoek van de Radboud Universiteit zich richt op hersenonderzoek, wordt hier speciale aandacht aan besteed. Hoewel een deel van het hersenonderzoek wordt gedaan door mensen te bestuderen, vereist het meeste van dit onderzoek zowel de bestudering van de gedragsresultaten als van de onderliggende biologische processen. Hiervoor zijn vaak invasieve metingen nodig, zoals het plaatsen van een electrode in de hersenen. Dit betekent dat deze tests niet op mensen kunnen worden uitgevoerd, waardoor dierproeven vaak nodig blijven om doorbraken mogelijk te maken.
Statistieken over dierproeven aan de Radboud Universiteit en het Radboudumc
- 23 nieuwe onderzoeksprojecten met vergunningen van de Nederlandse overheid
- In totaal zijn er 11091 dieren gebruikt in dit onderzoek. Dit zijn 7200 muizen, 1872 ratten, 1906 zebravissen, 41 varkens, 67 schapen, en vijf konijnen.
- We gebruiken ook vliegen en muggen voor ons onderzoek. Deze dieren zijn niet beschermd door de wet op de dierproeven, en worden dus niet meegenomen in deze statistieken. Online vind je voorbeelden van ons onderzoek met fruitvliegen en muggen.
Opmerking: bovenstaande statistieken zijn gebaseerd op het jaarverslag van het Centraal Dierenlaboratorium uit 2024, beschikbaar bij het Radboudumc.
Omgang met en welzijn van dieren
Het welzijn van proefdieren is een topprioriteit. Daarom werken onze onderzoekers hard aan het creëren van grotere, meer natuurlijke leefomstandigheden voor onze dieren. In onze dierenverblijven gaan we voorzichtig met alle dieren om en proberen we stressvolle handelingen, zoals ze bij hun staart oppakken, zoveel mogelijk te vermijden. In plaats daarvan gebruiken we cupping en tunnel handling.
Benieuwd naar hoe dat in de praktijk werkt? Bekijk de video over handling van het Britse Centre for the Replacement, Refine & Reduction of Animals in Research. Daar kun je ook terecht voor video’s die tonen hoe we spelenderwijs ratten aan mensen laat wennen, waardoor ze minder stress hebben wanneer ze opgepakt worden om bijvoorbeeld een injectie te krijgen.