Is er onderzoek dat toen van start ging, waar jullie je nog steeds mee bezig houden?
Wat toen al, en nu nog steeds, tot een van de kerntaken van het CPG behoort, is het onderzoek dat leidt tot publicaties in onze serie Parlementaire Geschiedenis van Nederland na 1945. Inmiddels zijn er tien delen verschenen die ieder een diepgaande analyse bevatten van een periode uit de naoorlogse parlementaire geschiedenis. Momenteel werken we aan deel 11 dat gaat over politiek en beleid ten tijde van de kabinetten-Lubbers (1982-1994). Een ander vast onderdeel is het Jaarboek Parlementaire Geschiedenis dat we sinds 1999 uitbrengen. Met het Jaarboek pakken we een actueel thema op dat we van historische duiding voorzien. Het Jaarboek 2025 had als thema ‘Parlement en politiek in tijden van oorlog’, met bijdragen over de geschiedenis van het Nederlandse veiligheidsbeleid, de NAVO en integriteitsvragen rondom grote militaire uitgaven in heden en verleden.
En hoe heeft het CPG zich ontwikkeld?
Het wetenschappelijk onderzoek naar de geschiedenis van politiek en democratie heeft zich nationaal en internationaal enorm verbreed in de afgelopen decennia. Wij proberen daar aan bij te dragen met publicaties en door onze kennis op congressen te delen. En de nieuwe inzichten die we elders op doen, gebruiken we weer voor ons huidige onderzoek, bijvoorbeeld waar het de impact betreft van nieuwe opvattingen over economie, veiligheid en goed bestuur op de politiek. Ook op andere wijze heeft het CPG zich verbreed. We hebben bijvoorbeeld een vaste plek in het onderwijs, samen met de opleiding Geschiedenis verzorgen we de master Politiek&Parlement. Die wordt als heel zinvol ervaren, veel van onze alumni vinden een baan in politiek, bestuur en journalistiek. Die verbinding met het onderwijs van de faculteit Letteren vinden we belangrijk. Uiteraard begeleiden we ook studenten bij het schrijven van scripties en promovendi die aan hun promotieonderzoek werken.
Wat ook opvalt, is de toegenomen vraag vanuit de media om duiding van parlementaire gebeurtenissen. Dat is natuurlijk ook een reactie op de snelle veranderingen in Nederland en daarbuiten. De geschiedenis kan dan een kader bieden. Vragen als: ‘een minderheidskabinet, is dat eerder voor gekomen, en hoe past dat in de Nederlandse politieke cultuur?’ ‘of ‘hoe is het Nederlandse premierschap veranderd en wat betekent dat voor de nieuwe minister-president Rob Jetten?’. We hebben verschillende boeken en biografieën over minister-presidenten geschreven.
Wat maakt jullie onderzoek naar parlementaire geschiedenis zo relevant?
Als parlementair-historici kunnen wij hedendaagse gebeurtenissen in perspectief plaatsen. Vaak wordt geroepen dat iets voor het eerst gebeurt of radicaal nieuw is. Wij kunnen dat soort uitspraken staven of nuanceren. Bijvoorbeeld door in de bronnen te duiken, zoals de ‘Handelingen’ ofwel de Kamerdebatten. Dat is een rijke bron die een mooi inzicht geeft in hoe door de tijd heen tegen de grote vraagstukken van het moment werd aangekeken, zoals economische crises of internationale conflicten. Door deze debatten te vergelijken met andere bronnen, zoals kranten of diplomatieke stukken, valt ook op dat de ‘Haagse’ blik soms anders is dan die daarbuiten. En als de afstand te groot wordt, leidde dat in het verleden weleens tot kritiek op politici ‘dat ze niet weten wat er speelt in het land of op het wereldtoneel’. Maar de geschiedenis geeft ook mooie voorbeelden van hoe politici in onze democratie bereid bleken om problemen aan te pakken en veranderingen in gang te zetten. Dat is hoopvol, zeker in tijden zoals nu waarin hele en halve autocratieën oprukken en de overheid in democratische landen nogal al eens wordt verweten ‘niets voor elkaar te krijgen’. Zeker, er gaan dingen mis, ook in Nederland, maar historisch gezien is dat een veel te eenzijdige weergave van de realiteit. Om dergelijke opvattingen te kunnen nuanceren, en om ons moreel te wapenen ter verdediging van de democratie, daarvoor moet je systematisch historisch onderzoek doen naar politiek en beleid. Dat maakt ons werk relevanter dan ooit.