Ronald Kroeze bij de presentatie van het Jaarboek Parlementaire Geschiedenis 2025, 25 november 2025
Ronald Kroeze bij de presentatie van het Jaarboek Parlementaire Geschiedenis 2025, 25 november 2025

55 jaar Centrum voor Parlementaire Geschiedenis: “Relevanter dan ooit”

Ronald Kroeze bij de presentatie van het Jaarboek Parlementaire Geschiedenis 2025, 25 november 2025.

Op 16 februari 2026 verjaart het Centrum voor Parlementaire Geschiedenis. Ronald Kroeze, directeur van het onderzoeksinstituut, blikt terug op de oprichting, de ontwikkelingen in de afgelopen decennia en het belang van parlementaire geschiedenis voor wetenschap en maatschappij.

Deze maand bestaat het Centrum voor Parlementaire Geschiedenis 55 jaar. Wat was in 1971 de aanleiding om het Centrum op te richten? 

In 1971 was het professor Duynstee, hoogleraar staatsrecht, die het CPG oprichtte met het doel wetenschappelijk onderzoek te doen op het gebied van de parlementaire geschiedenis van Nederland na de Tweede Wereldoorlog. Duynstee vond het van wetenschappelijk belang om te onderzoeken hoe democratie en beleid in de praktijk vorm krijgen. Met veel nadruk op de beraadslagingen en besluitvorming in Den Haag. Van maatschappelijk belang is daarbij dat het centrum een bijdrage levert aan het onderhouden van het collectieve politieke geheugen van Nederland. Wat waren de beweegredenen in het verleden achter besluiten zoals de toetreding tot de NAVO en de EU, of bijvoorbeeld achter de grote bezuinigingsoperaties in de jaren 1980? En wat is de doorwerking van die besluiten in het heden? 

Aanbieding van Deel 10 uit de serie Parlementaire Geschiedenis van Nederland aan premier Mark Rutte, september 2022

Is er onderzoek dat toen van start ging, waar jullie je nog steeds mee bezig houden? 

Wat toen al, en nu nog steeds, tot een van de kerntaken van het CPG behoort, is het onderzoek dat leidt tot publicaties in onze serie Parlementaire Geschiedenis van Nederland na 1945. Inmiddels zijn er tien delen verschenen die ieder een diepgaande analyse bevatten van een periode uit de naoorlogse parlementaire geschiedenis. Momenteel werken we aan deel 11 dat gaat over politiek en beleid ten tijde van de kabinetten-Lubbers (1982-1994). Een ander vast onderdeel is het Jaarboek Parlementaire Geschiedenis dat we sinds 1999 uitbrengen. Met het Jaarboek pakken we een actueel thema op dat we van historische duiding voorzien. Het Jaarboek 2025 had als thema ‘Parlement en politiek in tijden van oorlog’, met bijdragen over de geschiedenis van het Nederlandse veiligheidsbeleid, de NAVO en integriteitsvragen rondom grote militaire uitgaven in heden en verleden.

En hoe heeft het CPG zich ontwikkeld? 

Het wetenschappelijk onderzoek naar de geschiedenis van politiek en democratie heeft zich nationaal en internationaal enorm verbreed in de afgelopen decennia. Wij proberen daar aan bij te dragen met publicaties en door onze kennis op congressen te delen. En de nieuwe inzichten die we elders op doen, gebruiken we weer voor ons huidige onderzoek, bijvoorbeeld waar het de impact betreft van nieuwe opvattingen over economie, veiligheid en goed bestuur op de politiek. Ook op andere wijze heeft het CPG zich verbreed. We hebben bijvoorbeeld een vaste plek in het onderwijs, samen met de opleiding Geschiedenis verzorgen we de master Politiek&Parlement. Die wordt als heel zinvol ervaren, veel van onze alumni vinden een baan in politiek, bestuur en journalistiek. Die verbinding met het onderwijs van de faculteit Letteren vinden we belangrijk. Uiteraard begeleiden we ook studenten bij het schrijven van scripties en promovendi die aan hun promotieonderzoek werken.  

Wat ook opvalt, is de toegenomen vraag vanuit de media om duiding van parlementaire gebeurtenissen. Dat is natuurlijk ook een reactie op de snelle veranderingen in Nederland en daarbuiten. De geschiedenis kan dan een kader bieden. Vragen als: ‘een minderheidskabinet, is dat eerder voor gekomen, en hoe past dat in de Nederlandse politieke cultuur?’ ‘of ‘hoe is het Nederlandse premierschap veranderd en wat betekent dat voor de nieuwe minister-president Rob Jetten?’. We hebben verschillende boeken en biografieën over minister-presidenten geschreven. 

Wat maakt jullie onderzoek naar parlementaire geschiedenis zo relevant? 

Als parlementair-historici kunnen wij hedendaagse gebeurtenissen in perspectief plaatsen. Vaak wordt geroepen dat iets voor het eerst gebeurt of radicaal nieuw is. Wij kunnen dat soort uitspraken staven of nuanceren. Bijvoorbeeld door in de bronnen te duiken, zoals de  ‘Handelingen’ ofwel de Kamerdebatten. Dat is een rijke bron die een mooi inzicht geeft in hoe door de tijd heen tegen de grote vraagstukken van het moment werd aangekeken, zoals economische crises of internationale conflicten. Door deze debatten te vergelijken met andere bronnen, zoals kranten of diplomatieke stukken, valt ook op dat de ‘Haagse’ blik soms anders is dan die daarbuiten.  En als de afstand te groot wordt, leidde dat in het verleden weleens tot kritiek op politici ‘dat ze niet weten wat er speelt in het land of op het wereldtoneel’. Maar de geschiedenis geeft ook mooie voorbeelden van hoe politici in onze democratie bereid bleken om problemen aan te pakken en veranderingen in gang te zetten. Dat is hoopvol, zeker in tijden zoals nu waarin hele en halve autocratieën oprukken en de overheid in democratische landen nogal al eens wordt verweten ‘niets voor elkaar te krijgen’. Zeker, er gaan dingen mis, ook in Nederland, maar historisch gezien is dat een veel te eenzijdige weergave van de realiteit. Om dergelijke opvattingen te kunnen nuanceren, en om ons moreel te wapenen ter verdediging van de democratie, daarvoor moet je systematisch historisch onderzoek doen naar politiek en beleid. Dat maakt ons werk relevanter dan ooit. 

Parlementaire geschiedenis van de kabinetten-Lubbers

Hoe proberen jullie het wetenschappelijk onderzoek ook breder voor het voetlicht te brengen?

Een mooi voorbeeld hiervan zijn onze websites behorende bij onze onderzoeken over de parlementaire geschiedenis in de jaren 70 en in de jaren 80. Op onze websites vind je podcasts, oud videomateriaal door ons van context voorzien, profielen van beeldbepalende politici uit die tijd maar ook analyses van memorabele debatten, bijvoorbeeld over het wel of niet plaatsen van kruisraketten of over milieubeleid en de aanpak van zure regen in de jaren tachtig. Dat zijn allemaal toegankelijke items.

Gastles MBO Roermond in het kader van 'Prinsjesdag Midden in Limburg'

Ze worden ook buiten de academie gelezen of gebruikt, door studenten of middelbare scholieren die een profielwerkstuk schrijven. Men weet ons te vinden. Zo mocht ik afgelopen Prinsjesdag in het kader van ‘Prinsjesdag Midden in Limburg’ in Roermond een gastles geven op een MBO over de geschiedenis van de troonrede en de begrotingsplannen die dan worden gepresenteerd. Het leidde tot heel goede gesprekken, het maakt ons werk ook leuk en waardevol.

Worden jullie ook wel eens door externen gevraagd onderzoek uit te voeren? 

Ja, dat gebeurt regelmatig. We zijn diverse keren door het parlement gevraagd een kabinetsformatie te evalueren, wat heeft geleid tot diverse rapporten zoals de evaluatie van de kabinetsformatie van 2021/22. Ook schreven we op verzoek van de Tweede Kamercommissie voor de Verzoekschriften en Burgerinitiatieven een factsheet over de ontwikkeling van deze oudste Kamercommissie en het petitierecht – een van de oudste democratische rechten. En onlangs zijn we gestart met een onderzoek dat moet uitmonden in een boek over 500 jaar Raad van State.     

De herontdekking van de Parlementaire Enquete

Hebben jullie nog andere onderzoeken lopen?

Met mijn oratie in 2024 heb ik het thema van de parlementaire enquête opgepakt. Recent zijn er verschillende afgerond, momenteel loopt die naar de coronacrisis. Maar dat was niet altijd zo. De recente reeks enquêtes begon in 1983 met een onderzoek naar het dramatische faillissement van scheepsbouwer RSV. In 2025 heb ik mijn oratie in bewerkte vorm gepubliceerd: ‘De herontdekking van de parlementaire enquête, Het RSV-schandaal en de transformatie van de democratie’. Het is de aanzet geweest voor een nieuwe onderzoekslijn voor de komende jaren. Zo gaan we een boek uitbrengen waarin alle parlementaire enquêtes die sinds de jaren tachtig zijn afgerond, worden beschreven, zo’n overzicht bestaat nog niet.  Een andere tak van deze onderzoekslijn is het promotieonderzoek dat we hebben geformuleerd en zich richt op de vraag hoe enquêtes door de politiek worden gebruikt om lessen te trekken. Wiek van Gemert is hier mee aan de slag gegaan. Genoeg te doen dus de komende jaren!  

Contactinformatie