Van Armenië tot IJsland en van Cyprus tot Litouwen: elk land van de Raad van Europa had een taaldocent afgevaardigd naar het pittoreske Graz. De eerste dag stond in het teken van de richtlijnen die het ECML ontwikkelt binnen een vierjarig project. Deze bieden docenten een houvast om lesactiviteiten te analyseren aan de hand van drie cruciale vragen:
- Wettelijk kader: Hoe beweeg je je als docent binnen de kaders van privacy en auteursrecht?
- Ethiek: Welke rol spelen diversiteit, duurzaamheid en sociaal welbevinden bij de inzet van AI?
- Effectiviteit: Wanneer versterkt AI het leerproces en wanneer is het juist een hindernis?
Daarnaast werkt het ECML aan een online cursus voor taaldocenten, opgebouwd rond de vaardigheden lezen, schrijven, spreken en luisteren. De focus ligt hierbij op praktische toepassingen en effectieve 'prompting' voor modellen zoals ChatGPT, Co-Pilot en Gemini.
Een continent van uitersten
Tijdens de discussies werd duidelijk hoe groot de verschillen binnen Europa zijn. Terwijl AI-tools in Estland breed worden omarmd, speelt de digitale wereld in het Moldavische onderwijs nauwelijks een rol. Ondanks deze verschillen overheerste een positief narratief: "Zet de scepsis overboord en ga met AI aan de slag."
Toch zijn er praktische hobbels. Populaire apps zoals Duolingo of Memrise zijn handig voor woordjes, maar minder geschikt in klassenverband. Specifieke tools voor taalleren zoals Diffit en Twee bieden prachtige functies, maar die functies verdwijnen vaak snel achter een betaalmuur; niet erg duurzaam.