Mozaïek met een hond

Antieke hondenfluitjes

‘Pas op voor de hond’ (Bron: Mosaico di “Attenti al cane” (CAVE CANEM)) in Cas del Poeta tragico in Pompei) Creative commons 3.0: Radomil

Eerder schreven we al over hondenfluitjes, een metafoor voor communicatie met een verborgen boodschap die alleen voor een specifieke doelgroep duidelijk is – zoals een écht hondenfluitje alleen door honden kan worden gehoord en niet, bijvoorbeeld, door mensen. Echte hondenfluitjes bestonden voor zover ik weet in de oudheid nog niet, al hielden de mensen wel honden.

Metaforische hondenfluitjes waren er daarentegen genoeg. In perioden waarin het vrije woord onder druk kon komen te staan – in de Grieks-hellenistische periode dus en in de Romeinse keizertijd – werd derhalve in de retorische theorie ruimte gemaakt voor, en op de retorenschool onderwijs gegeven in, het coderen van taal.

De weg naar bedrevenheid in het hanteren van taal ‘voor de goede verstaander’ liep dan ook dwars door Sophistopolis, en leidde tot taalgebruik dat in de eerste instantie exclusief betekenisvol was in de context van die fictieve stad. Later, door de alomtegenwoordigheid van het retorisch onderwijs, dook het ook op in de ‘echte’ wereld. 

Een bekend Sophistopolitaans voorbeeld is het zeldzame woord inspoliatus, dat letterlijk “niet beroofd” betekent, en dat we vinden in declamaties waarin het standaard conflict tussen Arme Man en Rijke Man wordt gecompliceerd door de dood van Arme Man. Inspoliatus wordt dan gebruikt als kwalificatie van het levenloze lichaam van een arme man. Zo wordt geïnsinueerd dat hij wel door zijn rijke vijand zal zijn vermoord: die heeft een motief om de arme te vermoorden en geen behoefte om hem te beroven. 

Maar ook meer gangbare termen kunnen een bijbetekenis krijgen. Formosus en speciosus betekenen allebei “mooi”. In Sophistopolis wordt die schoonheid veelal geassocieerd met seksuele corruptie. Berucht is de declamatie van de vader over wiens ‘mooie’ zoon het gerucht gaat dat die een seksuele relatie zou onderhouden met zijn eigen moeder. Vader onderwerpt zoon aan een verhoor onder marteling en gaat zo tekeer, dat de zoon bezwijkt. Wanneer vader vervolgens wordt aangevallen op het feit dat hij zijn eigen kind heeft doodgemarteld op een ongefundeerde verdenking, antwoordt hij: speciosus fuit – “hij was mooi”. En: iuvenem, in cuius animo perdiderant nomina nostra respectum, quem cotidie necesse habebamus excusare rumori, qui inter nos formosum malebat agere quam filium, verberibus ignibusque consumpsi – “met gesels en vlammen heb ik de jongeman afgemaakt in wiens geest onze namen geen respect meer kregen, de jongeman voor wie we ons iedere dag moesten verontschuldigen tegenover de verspreiders van geruchten, die bij ons liever de rol van mooie jongen dan van zoon speelde”. In heel het verweer van de vader komt het woord ‘incest’ of ‘affaire’ niet voor, en dat maakt het voor de vader mogelijk te ontkennen dat er meer staat dan dat zijn zoon een mooie jongen was. 

Ook in de antieke werkelijkheid kwamen hondenfluitjes voor. Een bijzonder exemplaar was in trek in de Romeinse keizertijd, ten tijde van de christenvervolgingen. Stiekeme aanhangers van het christendom verzonnen toen een code om naar Christus te verwijzen. Ze postuleerden dat het Griekse woord voor vis, ICHTHUS, kon worden gezien als een acroniem van: Iēsos CHristos THeou HUios Sōter, oftewel Jezus Christus, van god de zoon, redder. Wanneer ze op straat een potentiële medestander in het geloof zagen, konden ze volstaan met quasi-terloops een simpel tekeningetje in het zand te maken:

Ichtus
Bron: Ichtus Creative commons 3.0: Frater5

Was de vis al eerder een symbool voor Christus? Of is hij dat geworden door de uitleg van het ichthus-teken? Dat weten we niet, en toen het christendom in de late oudheid staatsgodsdienst werd, was het symbool als hondenfluitje niet meer nodig. Grappig genoeg werd het nieuw leven ingeblazen in de twintigste en eenentwintigste eeuw, waar we het op auto’s van christelijke eigenaren aantreffen.

Dit heeft op zijn beurt weer een tegenfluitje geïnspireerd, gebruikt om de spot te drijven met het creationisme dat door veel christenen wordt onderschreven:

Darwin Fish
Bron: Darwin Fish Creative Commons 1.0

Volgens het Instituut voor de Nederlandse Taal komt het woord ‘hondenfluitje’ in zijn figuurlijke betekenis voor het eerst in 2005 voor, als leenvertaling van het Engelse dog whistle. De Oxford English Dictionary geeft 1995 als jaar waarin dat idioom voor het eerst werd gebruikt. Maar dat het verschijnsel zelf ouder is, zal niemand verbazen.

Met dank aan Roald Dijkstra.

Geschreven door
prof. dr. B.M.C. Breij (Bé)
prof. dr. B.M.C. Breij (Bé)
Bé Breij is hoogleraar Antieke Retorica en directeur van het Radboud Kenniscentrum voor Retorica Peitho. Ze gebruikt haar kennis over antieke retorica ook om taalgebruik in het hedendaagse publieke debat te analyseren.