Boekpresentatie! Met trots kondigen we de publicatie aan van “20 Years of the Family Reunification Directive: Central Themes, Problem Issues and Implementation in Selected Member States” (20 jaar richtlijn gezinshereniging: centrale thema's, probleemgebieden en implementatie in geselecteerde lidstaten). Dit boek is het resultaat van een samenkomst van deskundigen bij het Centrum voor Migratierecht van de Radboud Universiteit, ter gelegenheid van de twintigste verjaardag van de EU-richtlijn gezinshereniging (FRD). Het onderzoekt de FRD vanuit mondiaal, EU- en nationaal perspectief, naast casestudy's in België, Duitsland, Griekenland, Nederland en Spanje.
Waarom is de richtlijn gezinshereniging belangrijk? Het recht op gezinsleven is een grondrecht dat in verschillende internationale rechtsinstrumenten uitgebreid wordt beschermd, maar de FRD was het eerste EU-instrument dat dit koppelde aan het recht op gezinshereniging. De auteurs leggen de belangrijkste elementen van de FRD uit, het persoonlijke toepassingsgebied, de voorwaarden en de procedurele regels. Het boek richt zich met name op de regels voor gezinshereniging van vluchtelingen of internationale begunstigden en hun gezinsleden, en biedt specifieke aanbevelingen voor maatregelen om dit recht te waarborgen.
Sinds de herdenkingsconferentie over het 20-jarig bestaan van de FRD en de daaruit voortvloeiende publicatie is de situatie in de betrokken landen en in Europa in het algemeen veranderd, waarbij het recht op gezinshereniging onder druk staat, wat dit boek nog relevanter maakt. Met name begunstigden van subsidiaire bescherming hebben te maken gehad met ernstige beperkingen van hun recht op gezinshereniging in verschillende lidstaten, waaronder België en Duitsland, gezien de restrictieve wending op het gebied van asiel in migratie. Enerzijds toont dit de leemte aan die de FDR achterlaat door deze groep uit te sluiten; anderzijds toont het de kracht van de richtlijn voor degenen die wel onder het toepassingsgebied vallen.
Met dit in gedachten volgt hieronder een kort overzicht per hoofdstuk van wat de lezer te wachten staat, evenals eventuele updates over wat er sinds de publicatie is veranderd:
- Tineke Strik geeft een overzicht van de geschiedenis en de tenuitvoerlegging van de FRD en doet de aanbeveling dat de EU-wetgevers de inconsistenties verhelpen om begunstigden van subsidiaire bescherming onder het toepassingsgebied van de FRD te brengen (zonder deze voor herziening open te stellen).
- Kees Groenendijk onderzoekt de relatie tussen de FRD en non-discriminatie, zowel in de ontwerptekst als in de definitieve versie, in het licht van de artikelen 8 en 14 van het EVRM. Hij concludeert dat het nog steeds onduidelijk is of verschillen op basis van opleidingskwalificaties, economische bijdrage en nationaliteit of etniciteit van de sponsor uit een derde land in strijd zijn met het discriminatieverbod – op dat vlak is er niets veranderd!
- Vera Keller van het Regionaal Bureau voor Europa van de UNHCR schetst vervolgens de bezorgdheid van de UNHCR over de uitvoering van de FRD in de EU tot nu toe en legt uit welke kwesties van invloed zijn op het welzijn van asielzoekers en vluchtelingen – ook op dat vlak is er niet veel veranderd.
- Ook op internationaal niveau legt Charlotte Labrosse van de Europese Raad voor Vluchtelingen en Ballingen (ECRE) uit waarom de ECRE van mening is dat de door de FRD vastgestelde minima te laag zijn gezien de behoeften van begunstigden van internationale bescherming – dit geldt nog steeds in 2025.
- Elena Kagiou schetst de verschillende obstakels waarmee vluchtelingen worden geconfronteerd bij het realiseren van het recht op gezinshereniging in Griekenland, met name met betrekking tot de documentatie in het proces.
- Anne Walter legt vervolgens uit dat de Duitse tenuitvoerlegging van de FRD tot nu toe verschillende lacunes vertoont die door de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie zijn aangepakt, waarbij de tenuitvoerlegging tekortschiet wat betreft taalvereisten (vóór binnenkomst), subsidiaire bescherming en gezinshereniging, en minderjarigen en hereniging met begunstigden van internationale bescherming.
- Diana Marín Consarnau gaat verder met het geval van Spanje, waar het regelgevingskader verenigbaar is met de FRD en de balans van de uitvoering van de FRD in Spanje positief is, met in bepaalde gevallen problemen bij de uitvoering. Ondertussen is de regelgevingscontext veranderd door een koninklijk besluit dat in mei 2025 in werking treedt en dat gevolgen heeft voor zowel de familieleden van begunstigden als de vereisten voor gezinshereniging.
- In het Belgische geval schetst Ellen Desmet de manieren waarop het Belgische wettelijke kader voor gezinshereniging met onderdanen van derde landen ingewikkeld en soms ontoegankelijk kan zijn. Onlangs is het landschap ingewikkeld geworden voor degenen die niet onder de FRD vallen, zoals begunstigden van subsidiaire bescherming.
- Mark Klaassen, Gerrie Lodder en Corrien Ullersma geven een overzicht van de gecompliceerde geschiedenis van de implementatie van de FRD in Nederland, waaronder het gebrek aan implementatie van de horizontale bepalingen van de FRD, en hoe een verschuiving in het politieke landschap heeft geleid tot een verdere beperking van het recht op gezinshereniging voor begunstigden van subsidiaire bescherming en tot een beperking van het aantal in aanmerking komende gezinsleden van vluchtelingen tot het strikte minimum.