Campus in de herfst
Campus in de herfst

Campusplan 2026: meer campus, minder meters

Het college van bestuur heeft, na positief advies van de medezeggenschap en goedkeuring van de Raad van Toezicht, het Campusplan 2026 definitief vastgesteld. Het Campusplan geeft richting aan de wijze waarop de universiteit haar gebouwen en buitenruimte de komende jaren verder ontwikkelt.

De Radboud Universiteit zet in op een aanzienlijke vermindering van het eigen ruimtegebruik. Financiële randvoorwaarden, duurzaamheidsdoelstellingen en veranderende werk- en studievormen vragen om een efficiëntere bezetting en benutting van gebouwen. Slimmer gebruik van gebouwen en het afstoten van overbodige vierkante meters leiden tot een compacte, doelmatige en toekomstbestendige groene campus.

“We bouwen aan een campus die kleiner wordt in meters, maar groter in betekenis. Door ruimte te delen en duurzaam te investeren, creëren we een omgeving die betaalbaar blijft én klaar is voor de toekomst”  (Suzanne Vahl, directeur Campus & Facilities).

Ontwikkellijnen

Om deze ambities concreet en uitvoerbaar te maken zijn deze in het Campusplan uitgewerkt in vijf samenhangende ontwikkellijnen. Samen vormen zij het inhoudelijke en ruimtelijke kader voor de verdere ontwikkeling van de campus.

  1. Een compact hart – Rond Erasmusgebouw, Universiteitsbibliotheek en sport- en cultuurcentrum ontstaat een levendige zone voor onderwijs, onderzoek en ontmoeting.
  2. Levendigheid met regie – Centrale programmering en digitale platforms maken het campusaanbod zichtbaar en toegankelijk.
  3. Wonen op de campus – Nieuwe woonconcepten versterken de levendigheid en trekken studenten aan, in samenwerking met SSH& en de gemeente Nijmegen.
  4. Ruimte voor partners en innovatie – De campus groeit als Science Park, met ruimte voor bedrijven en instellingen die bijdragen aan Radboud-thema’s zoals gezondheid, duurzaamheid en AI.
  5. Duurzaamheid als leidraad – Renovatie boven nieuwbouw, vergroening en aandacht voor biodiversiteit zorgen voor een energiezuinige en toekomstbestendige campus.

Dalende ruimtebehoefte 

De vraag naar ruimte daalt door efficiënter ruimtegebruik, flexibeler onderwijs en de verwachte daling van het aantal studenten en medewerkers. Met het ruimtebehoeftemodel voor de werkomgeving bepalen faculteiten en eenheden – op basis van fte’s en werkstijlen – hoeveel meters ze écht nodig hebben. In 2025 leidde dit al tot het vrijmaken van meters in onder meer het Maria Montessorigebouw, Elinor Ostromgebouw en de Thomas van Aquinostraat 1.

Schuifplan

Om te voorkomen dat leegstand versnipperd over de campus ontstaat, werkt de universiteit met een schuifplan. Dat plan brengt in kaart welke afdelingen logisch bij elkaar passen en hoe bestaande meters en voorzieningen optimaal kunnen worden benut. Vrijgekomen ruimtes worden samengevoegd in gebouwdelen of zelfs complete gebouwen en dienen als tijdelijke huisvesting bij renovaties of worden afgestoten. 

Deze herschikking leidt niet alleen tot lagere kosten en een duurzamere, efficiënter benutte campus, maar creëert ook meer ruimte voor wonen en Science park-functies. Zo dragen het ruimtebehoeftemodel en het schuifplan samen bij aan een compactere campus waar onderwijs, onderzoek en ontmoeting centraal blijven staan.

Ontwikkeling vastgoedportefeuille tot 2040

Afstoot van gebouwen gebeurt via sloop, verhuur of verkoop, afhankelijk van wat financieel en strategisch het beste past. Zo dalen de exploitatiekosten en ontstaat er, door verkoop of verhuur, investeringsruimte voor verduurzaming en ontwikkeling van de campus.

Met de huidige inzichten en ontwikkelingen worden op termijn gebouwen afgestoten, zoals het Spinozagebouw, de Mercatorgebouwen, Comeniusgebouwen, de Aula en het Berchmanianum. Onderzocht wordt hoe centrale (academische) functies die nu plaatsvinden in de Aula, de Comeniusgebouwen en het Berchmanianum, verplaatst kunnen worden naar het compacte hart van de campus.

Campusplan 2026 verhaallijn

Contactinformatie

Organisatieonderdeel
Campus & Facilities