Portretfoto Ruud ter Meulen
Portretfoto Ruud ter Meulen

Collatio Ruud ter Meulen over vijftig jaar godsdienstpsychologie in Nijmegen

Op donderdag 29 januari 2026 verzorgde geassocieerd onderzoeker Ruud ter Meulen een collatio op het Titus Brandsma Instituut. Hij sprak over zijn studie Heil en heling. Nijmeegse godsdienstpsychologen over religieuze ervaring, zingeving en geestelijke gezondheid. In zijn lezing nam hij de aanwezigen mee in de geschiedenis van de godsdienstpsychologie in Nijmegen, vanaf de jaren veertig en vijftig tot nu.

Centraal in Ruud’s verhaal stonden drie lijnen die volgens hem kenmerkend zijn voor deze traditie. Allereerst de overtuiging dat religie om ervaring draait. Theologen en psychologen als Han Fortmann en Jan van der Lans vonden dat geloof niet alleen gaat over het begrijpen van leerstellingen. Volgens hen was het geloof te veel een kwestie van “weten” geworden, terwijl het juist ook gaat om het ervaren van het transcendente – dat wat het gewone overstijgt. Zij zochten naar manieren om die ervaringskant van religie opnieuw serieus te nemen.

Ten tweede benadrukten de Nijmeegse godsdienstpsychologen een duidelijke scheiding tussen theologie en psychologie. In Nijmegen werd benadrukt dat de psychologie religieus gedrag en religieuze ervaringen kan onderzoeken, maar geen uitspraken doet over de vraag of God bestaat of wat de waarheid van het geloof is. Zo wilden de godsdienstpsychologen voorkomen dat religie zou worden teruggebracht tot “alleen maar” psychologie.

Een derde belangrijk punt is de nadruk op intersubjectiviteit: religieuze betekenis ontstaat in ontmoeting en gesprek. Religie ontstaat niet alleen in het innerlijk van een individu, maar ook in contact met anderen. In de pastorale counseling van Willem Berger en in het werk van onder anderen Arnold Uleyn en Jan van der Lans speelde die wederzijdse betrokkenheid een grote rol. Zingeving gebeurt in gesprek, in dialoog, in gedeelde verhalen.

Ruud ter Meulen vertelt en gebruikt daarbij z'n handen

Ruud ging ook in op spanningen binnen deze traditie. Zo was er bijvoorbeeld de invloed van Carl Gustav Jung, die religie vooral als een innerlijk psychisch proces zag. Dat botste soms met de sterke nadruk op ontmoeting en intersubjectiviteit in Nijmegen. Ook wees hij erop dat het begrip ‘transcendentie’ vaak belangrijk werd gevonden, maar niet altijd duidelijk werd omschreven – zeker in een tijd waarin de kerk haar vanzelfsprekende positie verloor.

Toch is de betekenis van deze Nijmeegse traditie volgens Ruud nog steeds zichtbaar. De aandacht voor zingeving, religieuze ervaring en geestelijke gezondheid werkt door in de klinische psychologie en in de geestelijke gezondheidszorg. In de discussie werd bovendien gewezen op de band met het Titus Brandsma Instituut, dat bij zijn oprichting in 1968 expliciet aandacht vroeg voor de studie van religieuze ervaring. Daarmee maakt ook dit instituut deel uit van deze geschiedenis.

Contactinformatie

Organisatieonderdeel
Titus Brandsma Instituut
Thema
Filosofie, Geschiedenis, Religie