Zaal met mensen voor een presentatie van Peitho

De dialoog aangaan in tijden van polarisatie: Tips

Afgelopen vrijdag, 14 juni, organiseerde Peitho in Lux een middag met lezingen en een panelgesprek over de dialoog aangaan in tijden van polarisatie. Dialoogdeskundige Noelle Aarts en viroloog Marc van Ranst gaven lezingen en gingen vervolgens onder leiding van moderator Inez Zondag in gesprek met burgemeester Bruls, mediator Nancy Viellevoye en politiek filosoof Jeroen Linssen. In de loop van de middag hebben we tips verzameld die kunnen helpen de dialoog op gang te houden:

Laat je ego thuis

Het kan lastig zijn om toe te geven of welwillend naar de ander te luisteren, of op open te staan voor wat de ander gelooft en belangrijk vindt. Om een goed gesprek te kunnen voeren is het echter nodig om de ander te zien als gelijkwaardig gesprekspartner en om soms ook eigen ideeën of stokpaardjes los te laten. 

Stel grenzen

Dat alles wil natuurlijk niet zeggen dat je alles maar over je kant moet laten gaan. Als iemand echt tegen je waarden ingaat of over je grenzen gaat, is het goed om het gesprek (al dan niet tijdelijk) te onderbreken. Ook als duidelijk is dat je gesprekspartner helemaal niet tot enige vorm van een gedeeld standpunt of gedeeld begrip wil komen, kun je jezelf vaak moeite, tijd en frustratie besparen door niet in gesprek te gaan. 

Stel vragen

Als het streven wel is om nader tot elkaar te komen, of om in ieder geval meer begrip te krijgen voor elkaars ideeën is het cruciaal om vragen te stellen. Het kan zijn dat jullie andere definities hebben voor bepaalde begrippen die centraal staan in de discussie. Vaak zijn er ook gedeelde doelen, die niet expliciet besproken worden. Door vragen te stellen wordt duidelijk wat de ander precies bedoelt, wat zijn doelen zijn en wat belangrijke waarden en maatstaven zijn. Op die manier kan het gesprek nauwkeuriger gevoerd worden, maar ontstaat er vaak ook meer begrip voor elkaar. 

Feiten spreken niet altijd voor zich

Vragen stellen kan bovendien helpen bij het volgen van de redeneerlijn van de ander. Het is namelijk niet zo dat iedereen dezelfde feiten in zijn overwegingen betrekt. Bovendien is het niet zo dat als er eenmaal consensus is over de feiten, dat er dan uit die feiten ook direct een beleid voortvloeit. Daarom is het goed om kritisch te kijken naar feiten: niet alleen naar of ze waar zijn of niet waar, maar juist ook naar hoe relevant ze zijn, hoe compleet ze zijn en hoe direct die feiten te koppelen zijn aan beleid.  

Wees duidelijk over je dilemma’s

Omdat feiten niet voor zich spreken en ook niet altijd direct te koppelen zijn aan een meest geschikt beleid, is het belangrijk om duidelijk te zijn over je dilemma’s. Welke afwegingen heb je gemaakt om tot je oordeel te komen? Waarom wegen bepaalde gegevens voor jou zwaarder dan andere? En wat zijn de punten waar je mogelijk wat minder zeker over bent? Door daar open en duidelijk over te zijn, wordt het ook duidelijker waar mogelijk nog verder over doorgesproken moet worden, maar ook hoeveel gedeelde waarden en opvattingen soms aan een keuze ten grondslag liggen. 

Wees duidelijk over wat je wil 

Het is echter niet alleen belangrijk om duidelijk te zijn over dilemma’s maar ook over doelen en over wat je nu eigenlijk wil. Soms zijn mensen terughoudend op dit gebied uit beleefdheid, maar het kan ook voorkomen dat ze denken dat hun wensen zo vanzelfsprekend en universeel zijn, dat de ander zelf wel kan invallen wat er nu verwacht wordt. Omdat we nu eenmaal niet allemaal dezelfde definities en invulling hanteren van bepaalde concepten, kan dat in de praktijk toch tegenvallen. Iemand die roept gerespecteerd te willen worden, zal vast een bepaald beeld hebben bij wat dat inhoudt. Dat wil echter niet zeggen dat dat beeld voor iedereen hetzelfde is. Daarom is het goed om duidelijk aan te geven wat je nu eigenlijk wil. Overigens is dat natuurlijk iets wezenlijk anders dan eisen stellen, want eisen brengen de dialoog niet dichterbij. 

Onderschat de ander niet

Het stellen van eisen is niet de enige manier waarop een dialoog onmogelijk gemaakt kan worden. Ook het onderschatten van de ander kan de deur hard dicht laten slaan. Als je de ander niet als serieuze gespreksdeelnemer ziet, en bijvoorbeeld neerbuigend over die ander praat (het is een ‘wappie’ of een ‘schaap’ bijvoorbeeld), dan maakt dat een gesprek onmogelijk. 

Niet iedereen is te overtuigen (audience targeting)

Als de ander echter echt niet te overtuigen is, omdat hij bijvoorbeeld altijd zal vasthouden aan eigen opvattingen, aan misinformatie of aan complottheorieën, dan kan het in sommige gevallen alsnog zo zijn dat een gesprek zin heeft: als er andere meeluisteren die nog een mening moeten vormen. Je richt je dan eigenlijk via je gesprekspartner tot andere toehoorders/meelezers, zodat zij ook andere perspectieven te zien krijgen, of andere uitleg bij bepaalde verbanden of andere onderbouwingen voor beleidskeuzes. Hoewel het gesprek zelf op die manier niet direct tot een gezamenlijke conclusie zal leiden, kan het wel bijdragen aan een bredere discussie met andere gesprekspartners. 

 

Foto: Peter van Esch

Geschreven door
dr. Y.F.M. Linders (Yvette)
dr. Y.F.M. Linders (Yvette)
Dr. Yvette Linders is Universitair docent bij het Centre for Language Studies en het Departement Moderne talen en culturen.