De richting van de tijd is een mysterie waar we nog niet zo veel van begrijpen. In het dagelijks leven denken we makkelijk te kunnen zeggen wat eerst is en wat daarna komt. Zo word je eerst geboren en ga je pas daarna dood. Je hebt eerst een begroting en daarna een jaarverslag waarin je ziet hoe goed je je aan de begroting hebt gehouden. Soms is dat wat vager, want kun je achteraf zien dat de begroting bijgesteld moest worden door onvoorziene omstandigheden. Volgens de regels heb je ook eerst een strategie en dan de uitvoering ervan. In de praktijk wordt de strategie echter regelmatig achteraf bij de resultaten verzonnen. Oorzakelijke verbanden vallen dus niet altijd samen met het verstrijken van de tijd.
Behalve de lineaire tijd zijn er ook cycli in de tijd, zoals de seizoenen, of perioden van economische spurts en recessies. Ook perioden van meer en minder steun voor wetenschap en onderwijs wisselen elkaar af. Je kunt de klok er dus op gelijk zetten dat na de huidige dip in wetenschapsfinanciering er wel weer betere tijden zullen volgen. Helaas is de korte cyclus van jaarlijkse begroting en jaarverslag met bijbehorende afrekening daarmee niet in cadans.
Nu we de facultaire begroting aan het maken zijn, voelen we de druk van de richting van de tijd als hete adem in onze nek hijgen. Intussen lopen allerlei dingen die normaal geordend zijn in de tijd door elkaar, zoals begroting, resultaat, strategie en beleid. Zoals in de film, Everything, Everywhere All at Once, die op Wikipedia als genre heeft “absurdistische actiekomedie en dramafilm”.
Drie jaar geleden overleed mijn eerste kleinzoon, Mees, vlak voordat hij werd geboren.
Soms zou je willen dat je de tijd terug kon draaien.