De rechtenfaculteit in de media, week 2

In deze rubriek vind je een overzicht van medewerkers van de Nijmeegse rechtenfaculteit die de afgelopen week in de media verschenen. Deze week komen Yong Yong Hu, Maartje Kouwenberg, Tineke Strik, Hansko Broeksteeg aan het woord.

Yong Yong Hu (promovendus Burgerlijk Recht) en Maartje Kouwenberg (docent Strafrecht en Criminologie) werpen voor RTL Nieuws een kritische blik op de nieuwe gezichtsherkenningstechnologie die de politie structureel wil kunnen inzetten. De software kan gezichten van verdachten in een groot aantal databases opsporen. Hu erkent het belang van software in het opsporen van criminelen, maar ziet ook het gevaar: “Dat betekent niet dat de politie álles moet kunnen inzetten. Het risico is dat de grens steeds verder wordt opgerekt.” Hu en Kouwenberg benadrukken het belang van onafhankelijk toezicht op de inzet van de software. Kouwenberg beargumenteert: “Anders gaat de politie gezichtsherkenning misschien inzetten op een manier die we niet willen.”

Tineke Strik (bijzonder hoogleraar Burgerschap en migratierecht) betoogt voor Binnenlands Bestuur dat het verzet tegen migratie in Nederland onrealistisch is. Ze benadrukt dat migratie een structureel fenomeen is waarbij ongeveer 3 procent van de wereldbevolking zich verplaatst. Volgens Strik is er wellicht ruimte om te sturen op bepaalde aspecten van migratie, zoals studie- en arbeidsmigratie, maar op het gebied van asielzoekers is er minder ruimte vanwege internationale beschermingsverdragen. Ze pleit voor realistisch beleid dat erkent dat migratie inherent deel uitmaakt van de wereldwijde dynamiek en dat het beperken ervan niet altijd effectief is.

Hansko Broeksteeg (hoogleraar Staatsrecht) beargumenteert in Leeuwarder Courant dat GS Fryslân (het Friese college van Gedeputeerde Staten) terecht in gesprek ging met vier provinciale ambtenaren nadat zij hun handtekening zetten onder een landelijke petitie. In deze petitie uitten zij zorgen over “de trage aanpak van de klimaat- en ecologische crisis”. Broeksteeg verwijst naar artikel 10 uit de Ambtenarenwet waarin vrij vertaald staat dat de ambtenaar zich onthoudt van het openbaren van gedachten als hierdoor de goede functionering van de openbare dienst in het geding kan komen. Volgens Broeksteeg leert jurisprudentie dat het functioneren van de openbare dienst vooral in het geding kan komen als hoge ambtenaren zich publiek uiten.