De rechtenfaculteit in de media, week 48

In deze rubriek vind je een overzicht van medewerkers van de Nijmeegse rechtenfaculteit die de afgelopen week in de media verschenen. Deze week met bijdragen van Annick Pijnenburg, Pieter Kuypers, Sonja Meijer, Daan Doorenbos, Hansko Broeksteeg, Ricky van Oers en Carolus Grütters.

Annick Pijnenburg (universitair docent Internationaal en Europees Recht) benadrukt in het Reformatorisch Dagblad dat het uitzetten van asielzoekers naar derde landen vaak juridisch onmogelijk is vanwege het principe van non-refoulement, wat deportatie naar landen met een risico op ernstige mensenrechtenschending verbiedt. Ze onderstreept dat het uitbesteden van asielprocedures aan andere landen zelden haalbaar is, omdat andere landen niet zo maar instemmen met het overnemen van asielzoekers. “Landen ontlopen daarmee hun verantwoordelijkheid om asielzoekers asiel te verlenen”, aldus Pijnenburg. Daarnaast waarschuwt ze voor het terugtrekken uit verdragen: “Het verbod op foltering, de vrijheid van meningsuiting en het recht op privacy, mensenrechten waar iedereen bij gebaat is. Het zijn basisvoorwaarden voor het menselijk bestaan.”

Pieter Kuypers (hoogleraar Europees en nationaal aanbestedingsrecht) reageert voor EenVandaag op de onrechtmatige uitkoop van boeren door Provincie Gelderland. Kuypers legt uit dat provincies hiervoor toestemming moeten vragen bij de Europese Commissie. Deze meldplicht moet voorkomen dat uitgekochte boeren vervolgens met het gekregen geld in het buitenland een nieuw boerenbedrijf beginnen, omdat dat marktverstorend is. Kuypers benadrukt dat Gelderland nu hoopt op het gedogen van de Europese Commissie. Als de commissie toch ingrijpt, moeten de aankopen worden teruggedraaid. Dan moeten de boeren hun boerderijen inclusief rente terugkopen. Kuypers legt uit: “In staatssteun loopt de overheid die onrechtmatig staatssteun heeft verleend geen financieel risico. Dat risico is voor de begunstigde.”

Sonja Meijer (hoogleraar Penitentiair Recht) benadrukt in een artikel van de Volkskrant over het tekort aan gevangenispersoneel dat de huidige focus van het kabinet op zwaarder straffen weinig effectief is: “De tendens van dit kabinet is dat er harder en hoger moet worden gestraft. Daar win je misschien kiezers mee, maar uiteindelijk is het voor de samenleving beter als je inzet op preventie.” Ze pleit voor een breed maatschappelijk gesprek over het nut van celstraffen. “Je ziet nu duidelijk dat we niet de ruimte hebben om hoger en langer te straffen. In termen van effectiviteit moeten we echt gaan nadenken of de samenleving hierbij wel het meest gebaat is”, aldus Meijer.

Daan Doorenbos (hoogleraar Ondernemingsstrafrecht) stelt in het Financieele Dagblad dat het moeilijk wordt om oplichting door Sywert van Lienden en zijn compagnons te bewijzen als de opgelichten dat zelf niet zo hebben ervaren. Van Lienden en zijn compagnons verdienden tientallen miljoenen met de mondkapjesdeal. Doorenbos wijst erop dat ambtenaren winst voor de leverancier niet relevant vonden en het op de koop toe namen, waardoor oplichting op dat punt lastig aan te tonen is.

Hansko Broeksteeg (hoogleraar Staatsrecht) benadrukt voor Omroep Gelderland dat agressie tegen volksvertegenwoordigers een gevaar vormt voor de democratie: “Het is een gevaar voor de gemeentelijke democratie, omdat die niet optimaal meer kan functioneren.” Hij wijst erop dat dergelijke incidenten het goed functioneren van de gemeente belemmeren. Daarnaast benadrukt hij het belang van transparantie in het bestuur: “Burgers moeten die raadsvergadering kunnen bijwonen en controleren.” Broeksteeg pleit voor het opsporen en vervolgen van de daders om te voorkomen dat het democratisch proces ongestraft wordt gefrustreerd.

Ricky van Oers (universitair docent Rechtssociologie en Migratierecht) en Carolus Grütters (onderzoeker Rechtssociologie en Migratierecht) bekritiseren in het Noordhollands Dagblad de recente discussie over de motie van VVD-Tweede Kamerlid Bente Becker, die onderzoek naar normen en waarden onder Nederlanders met een migratieachtergrond voorstelt. Van Oers stelt dat de motie discriminerend is omdat Becker bevolkingsgroepen zonder duidelijke rechtvaardiging apart zet en suggereert dat hun normen en waarden ‘verdacht’ zijn. Grütters voegt toe dat de motie evident in strijd is met artikel 1 van de Grondwet. Beiden benadrukken dat ongerechtvaardigd onderscheid gelijk staat aan discriminatie.